De Uitdaging: ‘Klein project, groot verschil’

Heerenveen

In de rubriek De Uitdaging portretten van mensen met een bijzonder verhaal en de uitdaging in hun leven. Deze keer Tineke Huizinga, oud-minister en sinds kort directeur van Stichting Wilde Ganzen.

Met de politiek bemoeit ze zich al ruim vijf jaar niet meer, maar de onderwerpen zorg, milieu en ontwikkelingssamenwerking vormen een rode draad door haar leven. Oud-minister en oud-staatssecretaris Tineke Huizinga (55) reisde tijdens de vierde regeringsperiode van Balkenende bijna dagelijks van haar woonplaats Heerenveen naar Den Haag. “In de politiek werk je best hard”, knipoogt ze. “Het grootste deel van de tijd dat ik namens de ChristenUnie in de Tweede Kamer zat, hadden we maar drie zetels. Alle taken werden dus verdeeld over drie partijleden. Dat betekent: heel veel debatteren over heel veel verschillende onderwerpen.” Van die hectische jaren als politica moest Huizinga naar eigen zeggen wel even afkicken. “In het begin miste ik die tijd wel. Maar het is geen gezond leven; het is een baan die je voor beperkte tijd moet doen.” Wilde Ganzen Afgelopen december startte voor Huizinga een nieuwe uitdaging, als directeur van de stichting Wilde Ganzen. Ze heeft een groot hart voor ontwikkelingssamenwerking. “Omdat ik dit onderwerp in mijn portefeuille had, heb ik veel gereisd.” Eén beeld in het bijzonder staat op haar netvlies gebrand. “Ik weet het nog goed. We reden in een busje door de sloppenwijken in een grote stad in India, onderweg naar ons hotel. In die arme wijk zag ik op straat een meisje liggen, levenloos. Haar moede stond er huilend naast. Dat er op een steenworp afstand zo’n groot verschil kan zijn tussen arm en rijk, dat raakte me zó. Het bevestigde ook voor me: waar je ook bent ter wereld, de mensen zijn overal hetzelfde. Het verdriet van die moeder is hetzelfde als van iedere andere moeder die haar kind zou verliezen. Liefde is iets universeels en dat is mijn drijfveer geweest om voor Wilde Ganzen aan de slag te gaan.” De Stichting Wilde Ganzen steunt kleinschalige projecten over de hele wereld. Nederlanders die deze projecten steunen, worden Particuliere Initiatieven (PI) genoemd. Een voorbeeld van zo’n PI is het project van de Heerenveense Stichting Studenten- en Musaharproject Nepal, voor de wederopbouw van scholen in het aardbevingsgebied. “En zo zijn er jaarlijks driehonderd kleinschalige projecten die wij steunen”, vertelt Huizinga. Ze benadrukt dat Wilde Ganzen alleen díe projecten steunt die als doel hebben uiteindelijk onafhankelijk te kunnen draaien. “Ieder project wordt gerund door lokale mensen. Ze hebben alleen een duwtje in de rug nodig om op de goede weg te komen.” Van de projecten die tien jaar geleden zijn gestart, draait zo’n 80 procent inmiddels geheel zelfstandig. “Dat geeft me een trots gevoel, dat ik hiervan directeur mag zijn.” Olievlek Huizinga is realistisch: de wereldwijde armoede is niet één-twee-drie opgelost met de Wilde Ganzen-projecten. "Natuurlijk moeten er grote veranderingen komen. Regeringen moeten zelf meer oog krijgen voor armoede in hun land en de financiële top moet de ontwikkeling van arme landen op de agenda zetten.” Dat kost tijd en heel veel geduld. “Als ik dáár op moet wachten... Nee, doe dan eerst maar wat je wél kunt doen. Een klein project is ook belangrijk. Het is het bekende verhaal van het kleine olievlekje.” Op 26 januari lanceerde Wilde Ganzen het programma ‘Change the game’. Huizinga licht toe: “Hierbij worden lokale mensen getraind om in eigen land financiële middelen te werven. Bij verenigingen, instanties en zelfs bij de overheid. Door hen bewust te maken van de mogelijkheden, maak je deze mensen minder afhankelijk.” Een behoorlijke uitdaging voor Wilde Ganzen, want dit behelst een heel andere manier van fondsen werven voor de initiatieven ter plaatse. De komende tijd staat het op de kaart zetten van Wilde Ganzen op de agenda van Huizinga en ze heeft er ontzettend veel zin in. “Ik mag me in gaan zetten voor mensen die met kleine projecten, een groot verschil willen maken. Die hun eigen tijd en geld steken in bijzondere projecten. Bij die club wil ik horen!” Clara Bloemhof

Auteur

Redactie