Veenbranden: Slimfoon

Heerenveen

Gastvrijheid is een groot goed. Wie wat buiten de geboekte vakanties reist, is er vaak blij door verrast hoe we hier en daar, ver van huis, door anderen worden ontvangen.

Mensen die echt niet veel te besteden hebben, voor wie wij vreemdelingen zijn, die ons uitnodigen te blijven eten en dan ook nog eens flink uitpakken. Je kunt er verlegen van worden. En er een voorbeeld aan nemen misschien. Toch mag je ook best voorzichtig zijn. Er zijn rare gasten soms. En dan denk ik niet zozeer aan mensen die je zou kunnen, en misschien wel moeten, wantrouwen, maar aan insluipers van een heel ander soort. Ik denk aan al die Engelse woorden die we ongemerkt binnen laten. Woorden en zinnetjes die onze eigen Nederlandse en Friese taal als koekoekskuikens het nest uit gooien. Shoppen is echt fun. Even met je smartphone chatten, “Sales”, in plaats van “Opruiming” staat er op de posters, even een nieuwsitem zien, een voice-over horen, mind you, er is nog iets te scoren, dit is een defining moment. Hoe is het toch mogelijk dat we onze taal met het grootste gemak in de uitverkoop doen? Sales? De gênante discussie over ons ultieme cultuurgoed, Zwarte Piet, gaat vast nog wel even voort.  En ongemerkt zal die gevoerd gaan worden in een soort Engels waar de honden geen brood van lusten. Wanneer ik het dus over mijn “slimfoon” heb, en niet over een “smartphone”, is dat niet omdat ik geen Engels zou kunnen spreken, maar omdat niet alle vreemdelingen zomaar kunnen blijven. Padapikirsaya

Auteur

Harry de Jong