Recensie: Toonkunstkoor met boeiende Johannes Passion

HEERENVEEN

Een goed gevuld kerkelijk centrum Trinitas te Heerenveen beluisterde zondagmiddag de tweejaarlijkse uitvoering van Bach's Johannes Passion door Toonkunstkoor Heerenveen, met medewerking van een zestal vocale solisten en het Barokensemble  Eik en Linde. De algehele leiding berustte bij Toonkunst-dirigente Pauli Yap.

  Het was zondag voor de zevende keer, dat Toonkunst met de Johannes Passion voor het voetlicht trad en men is van plan, om van de uitvoering van dit meesterwerk een traditie te maken voor Heerenveen en omgeving. Een streven, dat gelet op de manier, waarop het koor zich tijdens dit Passieconcert presenteerde, valt toe te juichen. Na een wat voorzichtig ingezet openingskoor groeiden de uitvoerenden in hun prestaties en kwam men tot een intentionele vertolking.Onder de suggestieve leiding van Pauli Yap wist men een goede balans te bereiken. Geen overdaad aan snelle tempi, maar een muzikale adem, waarmee aan zowel de gecompliceerde volkskoren als de koralen volledig recht werd gedaan.Stijlvolle fraseringen waren er te horen over de  volle breedte van het stuk, waarvan de benadering door Toonkunstkoor Heerenveen mij zeer heeft geboeid. Van de vocale solisten noem ik hier in de eerste plaats de tenor Peter Gijsbertsen (evangelist), die zijn partij gestalte gaf vanuit een beeldend-expressieve voordracht. Een zanger met een fraai timbre, dat fond houdt tot in de hoogste geledingen. Martijn Sanders ( bariton) tekende voor de Christuspartij, die hij met allure ten gehore bracht. Doorleefd in alle facetten en genuanceerd in klank en beweging. De sopraan Lauren Armishaw liet zich horen met mooi soepel coloratuurwerk. Kristalhelder en fraai belijnd. Henk Gunneman (tenor) wist zijn royale stem optimaal te benutten in een eclatant klinkende aria “ Ach, mein Sinn”. Maar ook in de “Erwäge”aria wist deze geroutineerde solist tot een doeltreffende interpretatie te komen. De bas  Mattijs van de Woerd bracht zijn aandeel met de nodige muzikaliteit en spankracht. Zijn visie op de rijk gecoloreerde aria “Eilt, eilt”viel wat dat betreft extra op.Barnabás Hegyi ( countertenor) presenteerde zich met een gave techniek, maar zijn timbre , dat weinig warmte kent, bracht met zich mee dat de zaak   bleef hangen in afstandelijkheid. Tenslotte het Barokensemble Eik en Linde uit Amsterdam: men ontvouwde tijdens  de Heerenveense editie van Bach's Johannes Passion een begeleiding, die in technisch opzicht de toets der kritiek ruimschoots kon doorstaan. Maar verder moet hier met nadruk worden opgemerkt, dat men in dynamisch opzicht meer dan eens te veel gaf ten opzichte van de solisten, waardoor een deel van de expressie verloren ging. Houtblazers, die weinig barmhartig waren voor de countertenor en strijkers,die de bas in de aria “Eilt, eilt” onvoldoende ruimte gaven. Het zijn een paar voorbeelden, die illustratief waren voor de werkwijze van dit ensemble.   Johan G.Koers

Auteur

Harry de Jong