Lord’s Moor Singers halen herinneringen op

HEERENVEEN

 Als Paul Velthuis, Marga Fransen-Kamminga, Tjallien Elstrodt-Dassen, Abie Bruinenberg-Woudstra, John Verrijk en Sieta Goerres-Tilstra elkaar treffen, dan komen er gelijk weer verhalen boven uit hun gezamenlijke tijd bij de Lord’s Moor Singers in de jaren zeventig en tachtig.

Het koor bestaat dit jaar 45 jaar en dat was voor de oud-koorleden, Paul Velthuis is nog steeds lid, een goede reden om weer een reünie te organiseren voor de leden die zongen in de 23 jaar dat John Verrijk dirigent was. De reünie vindt zaterdag 19 maart plaats. Het koor is ooit ontstaan door een vraag van Anneke van der Glas. “Een popgroep van mij uit Den Haag trad op bij de Heerenveense Oecumenisch Jeugdraad (HOJ) en Anneke was daarbij. Zij vroeg na afloop aan mij: zou je zoiets hier niet kunnen beginnen? Toen zijn bij de daaropvolgende bijeenkomst van de HOJ in de voormalige Europalaan kerk, folders op de stoelengelegd. Daar kwamen toen veertig à vijftig reacties op en dat groeide in de loop van de jaren door naar zo’n zeventig à tachtig leden”, vertelt voormalig dirigent John Verrijk. De naam van het koor refereert naar Heerenveen, het koor is medepionier geweest in de wereld van gospel-Nederland. Dat was erg vernieuwend.   De Lord’s Moor Singers begon als een jongerenkoor. “Iedereen was een jaar of vijftien/zestien toen het koor begon. Je groeide met elkaar op, je werd vrienden van elkaar en werd samen volwassen”, verteltTjallien. Er ontstonden verschillende stelletjes onder de koorleden, er werden zo’n veertien huwelijken gesloten en er zijn koorkinderen geboren. Kerk  Het koor werd soms als een kerk op zich gezien en was zeker oecumenisch, dat kwam doordat er leden met verschillende religieuze achtergronden meezongen. De een was gereformeerd, de andere was Nederlands Hervormd of behoorde bij de pinkstergemeente en weer een ander was room-katholiek. Dat was voor die tijd vrij uniek, omdat alle koorleden eigenlijk uit hun comfortzone kwamen en met andersgelovigen omgingen.   Als Paul, Marga, Tjallien, Abie, John Verrijk en Sietaantwoord moeten geven op de vraag wat ze zo mooi vonden aan het koor, zijn ze unaniem: de saamhorigheid. “Dat is er nu nog steeds als we elkaar tegenkomen, dan begroeten we elkaar en gaan we gewoon verder waar we gebleven waren. We zien elkaar één minuut en we kletsen gelijk. Dat komt omdat we zoveel hebben meegemaakt met elkaar.”   Ze gingen op uitwisselingsreis naar Israël en Duitsland, traden meerdere keren per maand op, maakten en voerden musicals op en maakten meerdere lp’s en cd’s. Als ontmoetingsplek was er de soos, hier werd onder andere veel gediscussieerd én geflirt. De soos van de Lord’s Moor Singers heeft op verschillende plaatsen gezeten. Onder andere in de paardenstal van het Posthuis, de ‘Tjepkemamolen’ en later boven waar nu tapasrestaurant Gusto zit.   Zaterdag 19 maart treffenzo’n 53 oud-koorleden elkaar in Centra 71, komen er vast nog veel meer verhalen naar boven en zullen de liederen van vroeger opnieuw gezongen worden.   Mieke van Veen    

Auteur

Harry de Jong