Interview: Feestwaarts met Jankobus Seunnenga

HEERENVEEN

 Jankobus Seunnenga (55) maakte in een grijs verleden furore in de Friese punkpopband Kobus Gaat Naar Appelscha en verdiende daarna decennia lang de kost als de betere helft van  het roemruchte duo Pigmeat.

Samen met Sytse Haima trok hij het hele land door om het publiek te bestoken met rootsy en kolderieke folk. Maar dat is lang geleden en Seunnenga  staat nu alweer heel wat jaren op eigen benen. In die tijd heeft hij zich ontpopt tot een ware woordkunstenaar die voortdurend balanceert op de grens van jolijt en bittere ernst. Op z’n soloalbums laat hij zich beurtelings van zijn jolige en gevoelige kant horen. Op z’n voorlaatste plaat Melodie maakte Seunnenga indruk met tien op muziek gezette gedichten van Louis Couperus. Dezer dagen is het echter weer vrolijkheid troef met het knotsgekke album Feestwaarts. Opnieuw bewerkte traditionele oud-Hollandse liedjes en zelfgeschreven hilarische deunen wisselen elkaar drie kwartier lang in moordend tempo af. Banale pret Maar bij Seunnenga is het geen banale pret. Dat past niet bij hem.  Hij probeert op dit album elk feestliedje een zekere meerwaarde mee te geven. ,,Want het mag niet te plat worden,’’ vindt hij. ,,Neem nou Holder De Bolder We Hebben Een Koe Op Zolder. Dat is een nummer uit de crisistijd van de jaren dertig van de vorige eeuw, waarin opgeroepen wordt om te hamsteren. Het is destijds geschreven door Piet Muyselaar voor de Snip & Snap Revue. Ik heb me voor deze plaat verdiept in oude Nederlandstalige liedjes en dan kom je vanzelf heel wat leuks tegen.’’ Op het album staat ook een nummer over Joran van der Sloot ,,die nog lang niet dood is.’’ Dat is vast geen liedjes uit de oude doos. Jankobus lachend: ,,Nee, dat heb ik recentelijk geschreven.’’ Knap verwoorde kolder is ook te beluisteren in het liedje over een ,kerstkapclub.’ Dat gaat over een club mannen die voor de kerstdagen het bos ingaat om bomen om te hakken:  ,,We halen de bijltjes uit de schuur en gaan lekker hakken in de natuur.’’ Seunnenga: ,,Ik las laatst in de krant dat er in Canada echt zo’n club bestaat. Gezellig hakken in de vrije natuur.’’ Ook een simpel nummer over korfbal weet Seunnenga in een historisch perspectief te plaatsen. ,,Korfbal is ontstaan in de Victoriaanse tijd en het was in die periode de enige gemengde sport. Daarom zing ik aan het eind  ook: na afloop gezellig samen douchen en de deur op slot. Dat doe je bij voetbal niet.’’ Ontdekkingsreis ,,Ach, mijn hele leven is eigenlijk een ontdekkingsreis naar mooie muziek geweest,’’ vervolgt Seunnenga. ,,De liedjes van Boudewijn de Groot zaten al op hele jonge leeftijd in mijn systeem. In de vroege jaren zeventig ontdekte ik de Stones, maar door hun muziek vond ik de weg terug naar de authentieke blues van Muddy Waters. Later kocht ik voor drie gulden op de goede gok een plaat van Bill Monroe. Fantastisch, die mandoline en die hoge stem. Je moet even de tijd nemen om die muziek te leren waarderen. Dat geldt ook voor Hank Williams.  In de late jaren zeventig kwam de punk opzetten en daar had ik meteen een zwak voor. De Ramones spraken me geweldig aan.’’ Met zo’n gevarieerde muzikale bagage is het geen wonder dat Seunnenga als solist steeds weer ,avontuurlijk’ plaatjes weet af te leveren. Maar ook met Pigmeat is er nooit een ondermaats album gemaakt. Haima en Seunnenga bleken bijzonder vindingrijk als het ging om het interpreteren van Amerikaanse rootsmuziek. ,,Na 20 jaar en meer dan tweeduizend optredens hadden we het met Pigmeat echter wel bekeken,’’ bekent Seunnenga. ,,We waren het slachtoffer van ons succes.  Ik wilde graag wat serieuzere liedjes doen, maar dat paste niet bij Pigmeat. Ik kon mijn ei dus niet meer kwijt. En dat kan ik nu wel.’’ Harry de Jong      

Auteur

Harry de Jong