De Uitdaging: 'Hoop op Zegen'

Heerenveen

In de rubriek De Uitdaging portretten van mensen met een bijzonder verhaal en de uitdaging in hun leven. Deze keer Mark en Paul de Koe, die met hun skûtsje ‘Hoop op Zegen’ meedoen in de A-klasse van het IFKS.

Twee broers, Mark (35) en Paul (36) de Koe. Ze groeiden op in Franeker, maar wonen nu sinds enkele jaren in Heerenveen. Ze zijn zoons van Peter de Koe. ‘Heb je ons wel even gegooglet? Dan ben je zijn naam vast tegen gekomen. Kan niet anders.’ En inderdaad, Peter de Koe is geen onbekende in de wereld van het skûtsjesilen. Zijn passie heeft hij overgedragen op zijn zoons. Mark: ‘Onze vader heeft het skûtsjesilen meegekregen van een goede vriend. Op een gegeven moment dacht hij, ik wil ook een boot, ik wil zelf bepalen wat ik doe.’ Paul: ‘Toen kocht hij een scheepje, daar gingen we mee op vakantie. In ’92 kocht hij het huidige schip, waarmee hij meedeed aan het IFKS.’ Vanaf dat de jongens een jaar op dertien waren, voeren ze mee. ‘Ik als middendekker, Mark bij de fok.’ Een paar jaar geleden besloot Peter de Koe ermee op te houden. Hij vond het mooi geweest. Nu zijn het zijn zoons die op zijn rol overnemen. Mark: ‘Het is nu het vijfde seizoen dat we op zijn boot meevaren. Hij vindt het hartstikke leuk. Hij is ook extreem veel betrokken. Hij is mee geweest met trainingen en geeft heel veel advies.’ A-klasse Dit jaar doen de twee voor het eerst mee met de hoogste klasse, de A-klasse. Dat maakt dat ze er extra veel zin in hebben. Mark: ‘Je kunt het vergelijken met fietsen. Je kon een paar weken terug op allerlei plekken fietsen, en toch wilden alle wielrenners meedoen met de Tour de France. Nu we in de A-klasse zitten, mogen we meedoen met de grote jongens. Eigenlijk zijn een van de grote jongens.’ Hij glimlacht. ‘Dat is mooi.’ Natuurlijk gaan ze voor een zo goed mogelijk resultaat. ‘Het is leuk om de competitie aan te gaan en het allerleukst als je wint,’ zegt Mark.‘Laatst zei iemand op tv over de Tour de France: “Als je meedoet, kan je winnen.” En dat is natuurlijk ook zo. Maar…’ Hij zwijgt even. Paul: ‘Middenmoot zou mooi zijn.’ Taakverdeling Op het schip heeft iedereen zijn eigen taak. Paul: ‘Ik ben de schipper, Mark is de tacticus. Hij heeft een adviserende rol, ik een bepalende rol. Samen proberen we tot een zo goed mogelijk resultaat te komen.’ Mark knikt. ‘Eigenlijk doet Paul het nu en ik het straks. Paul moet zo scherp mogelijk aan de wind blijven varen. Hij is ook de baas. Ik kijk vooruit, ik zeg bijvoorbeeld wanneer we overstag kunnen of ik kijk of een ander skûtsje ons niet in de weg gaat varen.’ Die verdeling kwam eigenlijk als vanzelf. Mark: ‘Je merkt het in dit interview al, ik ben meer de prater. Paul kan veel beter sturen.’ Daarnaast zijn er nog 13 andere bemanningsleden. Mark: ‘Er zijn nog twee mensen die ook meevoeren op het schip met mijn vader.’ Hij lacht. ‘Ken je Waldorf en Statler? Dat zijn ze.’ Verder hebben ze op allerlei manieren mensen verzameld. Facebookoproepen, oud-studiegenoten van vrienden, en zelfs een sollicitatieweekend. ‘Je hoeft helemaal niet te kunnen zeilen,’ vertelt Mark, ‘we hebben personen met verschillende kwaliteiten die zijn niet gelijk. Sommigen hebben gewoon een taak gekregen die ze uitvoeren. En ze dragen heel erg bij aan andere onderdelen die ook heel belangrijk zijn voor het team en de prestatie.’ Voorbereidingen Zaterdag 13 augustus wordt de eerste wedstrijd van het IFKS gevaren, maar de voorbereidingen zijn al lang in volle gang. Paul: ‘Fysiek zijn we er vanaf april ongeveer om de anderhalve week mee bezig. We hebben regelmatig contact om dingen te regelen. Het is best wel intensief. Er zijn veel kleine dingen, de boot moet schoongemaakt, misschien een likje verf, maar het moet wel allemaal gebeuren.’ De donderdag van tevoren gaat het schip erheen en wordt ook de catering geïnstalleerd. ‘Er gaat bijvoorbeeld ook een biertap mee.’ ‘De grootste uitdaging wordt om positief te blijven,’ zegt Mark. ‘Als het goed gaat, is dat makkelijk, maar als je de eerste dag laatste wordt, dan moet je wel de moed erin houden.’ Paul is het daarmee eens. ‘Dat we nu in de A-klasse zitten, is best wel een stap.’ Toch hebben ze er vooral heel veel zin in. ‘Het is de combinatie van de competitie en de gezelligheid. Je probeert met vijftien man die boot zo hard mogelijk door het water te laten gaan. Daar ga je met zijn allen voor. En na afloop gaan we ook samen naar de kroeg voor een biertje.’ Lotte Wijbrands

Auteur

Lotte Wijbrands