De Ontmoeting: Rudolf Jan Wielinga

Heerenveen

Waar komen mensen elkaar tegen de komende weken? Vandaag in de rubriek De Ontmoeting Rudolf Jan Wielinga, schrijver van het boek ‘Tuinhuizen in Fryslân’.

Wie ben je? “Ik ben Rudolf Jan Wielinga en ik ben 77 jaar oud. Ik ben geboren in Leeuwarden en woon sinds 1974 in Heerenveen. Ik was ongeveer 20 jaar lang als rayonarchitect bij de Rijksdienst voor de Monumentenzorg (thans Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed) betrokken bij restauraties van en verbouwingen aan rijksmonumenten.” Hoe kom je aan je interesse voor tuinhuizen? “In 1979 ontdekte ik een theekoepel bij een boerderij in Tjalleberd die in zeer vervallen staat verkeerde. Men wilde hem juist opruimen. Ik heb hem toen gekocht en overgebracht naar de tuin achter mijn woning: Heideburen 97 te Heerenveen (het 18e -eeuwse huis Voormeer, eigendom van de Van Heloma Stichting). Het bezit van een dergelijk fraai exemplaar uit het midden van de 19e eeuw was voor mij aanleiding om de verdwenen en bestaande theekoepels en priëlen in Fryslân te inventariseren en te documenteren en de bestaande exemplaren op te meten en in tekening te brengen. Tevens probeer ik de landelijke tuinhuizen te inventariseren en medestanders te vinden om een boek over de belangrijkste uit te geven.” Waarom besloot je het boek 'Tuinhuizen in Fryslân' te schrijven? “Mijn boek kwam omstreeks 13 juni 2016 uit. In 1980 heb ik namens de Stichting Moderne Architectuur Friesland een klein boekje uitgegeven over de theekoepels in Fryslân. Na mijn pensioen heb ik de draad weer opgepakt en heb het boekje geactualiseerd en uitgebreid met priëlen. Voor dit rijk geïllustreerde boek van honderdzestig pagina’s zijn aan de hand van oude afbeeldingen, opmetingstekeningen en recente foto’s, verdwenen en bestaande theekoepels en priëlen geïnventariseerd en beschreven.” Welke tuinhuizen zijn de moeite waard om te bezoeken? “Aan de zuidelijke rand van de Overtuin staat een houten prieel in neoclassicistische stijl. De plattegrond heeft de vorm van een trapezium. In mijn tuin staat een theekoepel uit de 19e eeuw. De zeskantige theekoepel heeft een tentvormig met riet gedekt dak met een groot overstek dat wordt bekroond door een pinakel met een maansikkel. En in Akkrum, aan de Heechein, staat een achtkantige in bruine baksteen opgetrokken theekoepel uit de 18e eeuw die wordt afgedekt door een ojiefvormige koepel en die wordt bekroond door een achtkantige schoorsteen met kap en windvaan. Opvallend is dat de theekoepel zowel aan de straatzijde als aan de tuinzijde een entree had. In 1928 werd de theekoepel gerestaureerd, waarbij de oorspronkelijke 18e-eeuwse toestand werd gereconstrueerd en de entree aan de straatzijde werd verwijderd. Deze theekoepel is vrij te bezichtigen. In mijn boek zijn nog meer voorbeelden te vinden. Het prieel in de Overtuin is openbaar toegankelijk. Op verzoek kan men mijn theekoepel bekijken, maar dat kan ook tijdens de door de Werkgroep Oud-Heerenveen jaarlijks georganiseerde Heloma-stadswandeling. In het verleden ontmoetten veel mensen elkaar in de tuinhuizen om te verpozen en thee of iets anders te drinken, maar thans worden de meeste verwaarloosd en tot berghok gedegradeerd. De meeste tuinhuizen zijn helaas niet vrij toegankelijk. Ze zijn in feite een te privaat bezit.”

Auteur

Redactie