“Tien dagen afzien”

Heerenveen

Overleven op een onbewoond eiland. Han Balink deed het. Samen met collega en vriend Bart van Borselen was hij tien dagen lang overgeleverd aan al dat het eiland te bieden had. Hoe heeft Han het gehad?

Vijf september begon zijn avontuur. Han Balink (28) stapte met Bart van Borselen op het vliegtuig richting Jakarta. Zijn reis begon anders dan gehoopt. “Barts zoontje was een paar dagen voor ons vertrek ziek geworden en dat heeft Bart aangestoken. In het vliegtuig kwam dat tot uiting en later heeft Bart mij aangestoken. We landden op Jakarta met lege magen”, vertelt Han. Voordat de jongens op het eiland gedropt zouden worden, verbleven ze nog een nacht in een hotel in Jakarta. “Daar probeerden we wat aan te sterken. Een kwart watermeloen en een glas cola, dat was het enige wat binnenbleef. De dag erna vlogen we naar Gorontalo waar we nog een mini bordje spaghetti hebben gedeeld en een glas cola dronken. Dat was onze bodem. Zo stonden we op het eiland. We stonden eigenlijk al vijf dagen achter voordat we op het eiland waren.”

 Aangekomen op het eiland Met helemaal niks en in adamskostuum kwamen de heren aan op het eiland. Het enige wat ze bij zich hadden was een noodpakket, een noodtelefoon en GoPro’s om het avontuur vast te leggen. Met de noodtelefoon konden ze de guard bereiken die een eiland verderop zat en ervoor zorgde dat er niemand aanmeerde op hun eiland. “De volgende tegenslag was dat wij onszelf rijk rekende met het fruit dat aanwezig zou zijn op het eiland. Dat was ons van tevoren verteld. Maar lokale vissers hadden voor onze komst het eiland leeggeroofd. Alle palmbomen hadden ze omgehakt en er was geen kokosnoot meer te vinden.” De heren zaten niet bij de pakken neer en gingen op verkenningstocht. Han ging de ene kant van het eiland op en Bart de andere kant. Al gauw vonden ze een aangespoelde schoudertas waar ze een lendenlapje van maakten en zo bepaalde lichaamsdelen tegen de zon konden beschermen.

Anderhalve dag zonder water In hun noodpakket zat onder andere vers drinkwater. “Dat is een grote mindfuck voor jezelf, dat je weet dat je die kannen water hebt, maar ze niet wil gebruiken. We hadden verder geen drinkwater tot onze beschikking en hebben anderhalve dag niet gedronken. Ik was op weg naar een modderpoel, toen ik stuitte op een soort van waterput. Die put was dichter bij ons kamp, maar het water was net zo vies als dat van de modderpoel.” Toch hebben de avonturiers het water gedronken. “We moesten echt wat drinken, je krijgt droge lippen, je wordt duizelig en je valt bijna flauw. Ik haalde water uit de put en heb dat in een plastic fles, die was aangespoeld, een paar uur in de zon gelegd. Ik had op internet gelezen dat de bacteriën voor het grootste gedeelte verdwijnen als je zo’n fles water tien tot twaalf uur in de zon laat liggen. Nou vond ik de put rond twee uur ’s middags, dus voordat we het water semi-veilig zouden kunnen drinken, was het de volgende dag, maar dan zouden we te lang zonder water zitten.” Han was voor het drinken van het vieze water, Bart had zijn twijfels. De heren maakten een compromis. Han zou twee slokjes drinken en dan een half uur wachten. Ging dat goed, nam hij vier slokjes en wachtte weer even en als het na acht slokjes goed zou gaan, zou het veilig zijn om te drinken. Het ging goed.

Toen was er vuur “Het was echt bizar moeilijk om vuur te maken. We probeerden van alles, maar het lukte niet. Op dag 1 vonden we een gloeilamp, waarmee we later een soort van vergrootglas creëerden. Met die gloeilamp en een gevonden pakje sigaretten, lukte het ons uiteindelijk om op dag 3 vuur te maken. En dat gaf echt een bizarre euforie.” Door het vuur konden de mannen ook in het hutje slapen dat door locals was gebouwd. Het vuur verdreef de muggen en Han en Bart hoefden daardoor niet meer op het strand te slapen waar ’s nachts diverse insecten en krabben over hen heen liepen. “Diezelfde avond hebben we ook krab kunnen eten. Dat was de lekkerste krab die ik ooit heb gegeten. Verser kan niet.”

Eens, maar nooit meer “De hele expeditie was zwaarder dan ik had verwacht. Wat ik het zwaarste vond, was dat ik mezelf  zo energieloos voelde doordat ik per dag zo’n 300 kilocalorieën binnenkreeg. Dat is echt super weinig.” De mannen onderling hebben totaal geen ergernissen gehad en hebben een sterkere band gekregen. Vanaf het begin was er al een rolverdeling. Han was de jager en Bart de verzamelaar. “Je had ook totaal geen energie om te ruziën.” Han zou dit niet nog een keer doen. “Wij hebben laten zien dat wij tien dagen met helemaal niks kunnen overleven, onze persoonlijke doelen zijn behaald en voor The Hunger Project hebben we ruim 5000 euro opgehaald. Het is goed zo.” Toen de boot kwam om de mannen weer op te halen, gaf dat een euforisch gevoel. “Je bent zo blij dat je van het eiland af mag, niet omdat het niet mooi was, maar je bent gewoon blij dat het voorbij is en dat je weer teruggaat naar alles wat je dierbaar is en dat je naar de mensen mag om wie je veel geeft.”

Mieke van Veen


Auteur

Redactie