Recensie: Documentatie van een kunstreis

Heerenveen

“Ze vallen op”, schilderijen van Dieuwke Eggink en Nancy de Graaf bij Kunsthuis LOOF, Gorredijksterweg 73 in Jubbega. Tot 31 oktober.

‘Kunsthuis LOOF zoekt altijd naar nieuw talent, bij de rondgang langs eindexamen exposities vielen de kunstenaars Nancy de Graaf en Dieuwke Eggink direct op. Expressief, uitdagend, fris en nu al sterk in hun beeldtaal. Beide zijn in 2016 afgestudeerd’, lees ik op de website van LOOF. De Hartsuikers hopen dat de bezoekers aan hun kunsthuis er ook zo over denken, maar weten dat eigenlijk wel zeker. Hoewel deze bezoekers geen referentiekader hebben. Niet anders dan wat ze ooit eerder in of buiten LOOF hebben gezien. Vallen deze kunstenaars dan op in de grote en brede stroom van kunstenaars die deze regio ons voorschotelt? In elk geval zijn ze expressief en uitdagend, dat wel. Maar het is niet zo dat dit werk nooit ergens eerder gezien werd. Want natuurlijk treden ook zij in voetsporen die ooit door voorgangers in de kunst zijn gezet. Het is daarbij niet makkelijk om los te komen van de opleiding, het alleen te doen zonder dat de ‘meester’ over de schouder meekijkt en corrigeert. Het is als autorijden; je voelt je ongemakkelijk wanneer de rijinstructeur niet meer naast je zit en je op de eigen piloot door de drukte moet laveren. Het grote formaat schilderijen van Dieuwke Eggink ademen een vrije sfeer. Het terrasje in de zon nodigt uit tot een ongedwongen vertoeven. De losse penseeltoets is levendig, opgewekt als een even rustig kunnen zijn tussen de vele momenten van drukte. Het tafereel is herkenbaar, terwijl Eggink in de serie ‘Knokkestraat’ langzaam aan wel meer aanwijzingen weglaat. Is de voorgrond ontspannen, in de achtergrond - het decor van de plaat – is een dynamisch drukke abstractie gaande van flora. Is de omlijning van tafel en stoel de aanleiding om een werkelijkheid te scheppen, de schilderachtige aanvulling vormt de ruggengraat van het schilderij. Vooral wanneer Eggink dit spel aanvult met nauwelijks als collage zichtbare details, wordt de beeldtaal versterkt. Nummer 9 is de uiterste vertaling van het tafereel en laat meer dan overbodige aanspreekbaarheid achterwege. Het terras loopt leeg en laat niets aan de werkelijkheid over dan de plaats bepalende titel van het suggestieve werk. Eggink documenteert dan de omgeving, zoals in de serie ‘studie voor alleen’. Snelle schetsen, waarbij het geziene door de oogharen een gedroomde gedachte krijgt. ‘In Hockney’sfootsteps’ is het minst toegankelijke werk van deze presentatie. Het nodigt uit de inspiratie van het afgebeelde mysterie te onderzoeken. Nancy de Graaf puzzelt herkenbare momenten van handeling tot een afgewogen uiting. Er ontstaan kijkplaten waarbij diverse technieken van expressie het vraagstuk oplossen. In de kleine snapshot achtige werken wordt op detail gezocht naar werkbare vormen. Studies om het gedachte geheel in de vingers te krijgen. De Graaf brengt de handelingen in eenvoud aanspreekbaar met een vleugje humor. De toeschouwer herkent zich in de gebeurtenis – hoort de melkbussen tegen elkaar rammelen, ruikt de doordringende geur van het ziekenhuis en verwacht een natte hondenneus. Het schilderen is expressief binnen de lijnen van de uitdrukking. In de transparantie van overschilderde lagen lichten delen onwaarschijnlijk fel op. Het maakt de werkelijkheid tot een surrealistisch gebeuren. Eggink en De Graaf weerstaan de toets van de verleiding om zich nu al te willen meten met de andere spelers op het veld van de kunst. Ze zoeken een eigen taal in het landschap waar aan de voet van de toren van Babel spraakverwarring aan de orde van de dag is. Ze zijn op de goede weg om ongeremd de vrijheid tegemoet te treden en hun eigen reis te documenteren. Jurjen K. van der Hoek --------  

Auteur

Harry de Jong