''Hoe vertel ik zoveel mogelijk met zo min mogelijk woorden?''

HEERENVEEN

 – Hij is bekend van zijn geschreven boeken, zoals ‘Ik skip’, ‘Tonfal’ en ‘Een haas is een gelukkig kind’. Edwin de Groot (53) zal twee jaar lang Feandichter van Heerenveen zijn. Maar wat vindt hij van deze verantwoordelijkheid? En wat betekent poëzie voor hem?

Geen gelegenheidsdichter Toen hem de vraag werd gesteld om Feandichter, oftewel stadsdichter van Heerenveen, te worden wees hij het aanbod eerst af. ''Ik voel mij geen gelegenheidsdichter. Praten over poëzie doe ik graag, bij gelegenheid in de vorm van een lezing is ook prima, maar mijn manier van werken maakt het schrijven in opdracht erg lastig. Ik wil dichten over dingen die mij aanspreken, ik wil iets vertellen.'' Uiteindelijk heeft hij toch ingestemd. ''Het gaat toch om plezier hebben, je grenzen verleggen. Nieuwe dingen leren is nooit verkeerd. Als mij wordt gevraagd iets voor een gelegenheid te dichten, put ik vaak uit mijn vooraadje werk en ga hier dan mee aan de slag. Ik drijf overigens toch vaak af van de gelegenheid zelf en kom uit bij meer grote thema’s. De gelegenheid is er dan nog wel, maar zit dan ingebed in een groter kader." Inspiratie zit overal Voor De Groot is poëzie niet alleen een hobby, het is een levensbehoefte. ''Het is fantastisch om met taal te prutsen. Hoe vertel ik zoveel mogelijk met zo min mogelijk woorden? Ook is het ontspannend. Mijn hoofd is even helemaal leeg en ik kan er m’n leven mee ordenen.'' Hij haalt zijn inspiratie uit de kleinste dingen. Een zinnetje in de krant, een geluid op straat. Verbeelding is volgens hem de sleutel tot poëzie. ''Je hoeft het niet direct te snappen, lees het maar eens hardop voor, lees het nog eens over. En wie weet? Misschien blijft het hangen in je onderbewustzijn en begin je erover na te denken. Mensen doen zichzelf tekort als ze te snel resultaat verwachten. Geef het tijd en ik weet zeker dat je ergens komt, waar je anders nooit zult komen." Terug naar zee Eind dit jaar of begin volgend jaar komt zijn 4e bundel uit: 'Zelfs een Tibetaan belandt uiteindelijk in zee' heeft als rode draad dat alles terugkeert naar de essentie, iets waar De Groot zelf heilig van overtuigd is. ''Je moet in het moment leven. Wat goed is blijft wel. En wat niet goed is, verdwijnt wel.''

Auteur

mijnnieuwsenco