De Uitdaging: “Nieuwe dingen verwerven”

Heerenveen

In de rubriek De Uitdaging portretten van mensen met een bijzonder verhaal en de uitdaging in hun leven. Deze keer Han Steenbruggen, directeur van museum Belvédère.

Zijn doel was altijd profvoetballer worden, maar door verschillende omstandigheden haalde Han Steenbruggen (56) net niet de voetbaltop. Na het vwo vond hij het dan ook lastig om een vervolgstudie te kiezen. Hij koos destijds voor Nederlands omdat hij dat een mooi vak vindt. Als bijvak volgde Steenbruggen kunstgeschiedenis en had toen voor het eerst echt iets gevonden wat hij interessant vond en verder uit wilde diepen. Hij ging dan ook, als tweede studie ernaast, kunstgeschiedenis studeren. Zo is het kunstballetje gaan rollen. Groninger Museum “Ik kwam al vrijwilliger terecht bij het Groninger Museum. Daar heb ik heel veel lezingen en cursussen gegeven over van alles. Alles waar ik weinig tot niets van wist, maar waar ik meer van wilde weten, pakte ik aan als onderwerp. Als ik een onderwerp had waar ik meer wilde van weten, ging ik daar een cursus voor opzetten. Dat betekende dat ik alles rondom dat onderwerp ook las, ik ging ik echt tot het uiterste om alles te weten. Ik had een doel om iets te lezen: ik moet een cursus geven. Iets moet een doel hebben, daar ben ik wel erg van”, vertelt Han Steenbruggen. Zo begon hij in het museum en van het een kwam het ander. Van vrijwilliger klom Steenbruggen uiteindelijk op tot conservator van het Groninger Museum. Museum Belvédère Na twaalf jaar gewerkt te hebben in het Groninger Museum was Steenbruggen toe aan iets anders. “Ik had alles gedaan. Ik ben vrijwilliger geweest, heb alle afdelingen gezien, ben van laag naar hoog gegaan en had alles binnen het vak als conservator in het museum gedaan. Ik was binnen het bedrijf wel uitontwikkeld.” Toen oud-directeur Thom Mercuur hem vroeg of hij museum Belvédère van hem wilde overnemen, twijfelde Steenbruggen geen moment. “Als er iets is wat ik wil, is het dit. Een kleiner museum waar ze heel erg bezig zijn met kunst uit de eigen omgeving. Daar ben ik erg van. Het belang daarvan heb ik altijd ingezien, ook in mijn vorige baan, maar kon daar toen niet zoveel mee. Toen die mogelijkheid daar was om die stap te maken, heb ik geen seconde getwijfeld en daar inhoudelijk nooit spijt van gehad. Dit past mij, ik pas hier” Kunst uit eigen omgeving Zijn eerste kennismaking met museum Belvédère weet Steenbruggen nog goed. Het was in 2005, een half jaar na oprichting en het was liefde op het eerste gezicht. “Een museum moet een plek zijn waar ook kunst uit de eigen omgeving aan de orde is. Maar dat was toen helemaal niet gaande in museumland. Ik vind dat een museum zich verplicht moet voelen om dat wat naast de deur gebeurt, als dat goed is, om daar wat mee te doen. Om je daar in ieder geval in te verdiepen.” Museum Belvédère was het enige museum waarin de conservator zag dat dit gebeurde. “Er hingen werken van voor mij onbekende kunstenaars naast bekende kunstenaars. Het is het museum van op een frisse manier kijken en dat vind ik nog steeds het mooiste dat er is.” “Nieuwe dingen verwerven” “Toen ik in 2008 in Museum Belvédère kwam werken, ben ik met liefde ingestapt in wat Thom Mercuur hier heeft neergezet. Het is door de jaren heen wel wat breder geworden. Ik wissel ook heel veel in de vaste collectie. Het moet altijd weer anders vind ik, dat mensen steeds weer verrast worden. Een museum moet nieuwsgierig blijven en moet ook de nieuwsgierigheid van bezoekers stimuleren.” De uitdaging voor Steenbruggen is dan ook om nieuwe dingen je eigen maken. “En dat waarvan je denkt: weet ik niet, dat je je verdiept en dat je probeert. De uitdaging is wel om steeds nieuwe dingen te verwerven.” Kunst in samenleving “Kunst is, vind ik, heel relevant. En als je daarmee mag werken, tentoonstellingen en inrichtingen mag maken; dat vind ik geweldig. Elk schilderij is in feit een soort uitgestoken hand van de kunstenaar die jou iets wil laten zien. Dat vind ik heel mooi aan dit vak, dat je in feite ook met mensen bezig bent en dat je leert dat je niet altijd direct maar moet oordelen.” Volgens de conservator leven we in een maatschappij waarin maar van alles gevonden wordt en mensen boos worden om kleine dingen. Mensen zijn volgens hem niet vaak meer in staat om zich in een ander te kunnen verplaatsten. “Daarom is kunst in onze samenleving gewoon heel belangrijk. Het is een middel waardoor je open moet stellen voor wat een ander vindt, wat een ander doet en laat zien.” Toekomst Steenbruggen hoopt dat het museum over vijf jaar nog mooier is, denkt dan ook dat het museum nog kan groeien en dat de betekenis van het museum nog meer kan worden uitgedragen. “Ik zou ook willen dat Oranjewoud als museumpark steviger verankerd wordt en dat er nog meer initiatieven komen om hier wat te doen. Niet in het museum, maar in het hele gebied en dat dat steunt vindt bij instanties.” De directeur zal ooit weleens weggaan bij het museum, en dat moet volgens hem ook, maar zal naar eigen zeggen nooit een mooiere plek vinden om te werken dan Museum Belvédère. “Dit museum ligt in mijn hart besloten.” Mieke van Veen

Auteur

Redactie