Recensie: expositie Rob van der Kleij en Hieke van der Veen in Pronkkeamer

Heerenveen

Tentoonstelling “(Zoeken) Tot het klopt”, beelden en objecten van Rob van der Kleij en Hieke van der Veen bij de Pronkkeamer van Museum Heerenveen, Minckelerstraat 11 in Heerenveen. Tot 29 januari.

Kunstenaars zijn in hun werk op zoek. Op zoek tot het beeld klopt. Wanneer het punt, dat alles in de compositie op de plaats valt, is bereikt blijft abstract. Voor de kunstenaar zelf ligt die anders dan voor de beschouwer. De kijker neemt aan dat het klopt wat hij ziet, want de kunstenaar heeft het aldus zo achtergelaten. De kunst, het kunst maken is altijd een zoektocht. Een groei ook, meer nog dan een zoeken. Binnen een enkel kunstwerk is het zoeken naar het moment dat het klopt, de puzzel sluit. Maar ook dan is het een groei naar dat ene punt, naar de volwassenheid van dat enkele beeld. De beeldmakers Rob van der Kleij en Hieke van der Veen vertegenwoordigen zich op dit moment in de Heerenveense Pronkkeamer met beelden en reliëfs. De beeltenissen worden door elkaar gebruikt. Rob schildert met gepatineerd brons tot versimpelde beelden ontstaan, die zich uit het platte vlak omhoog werken. Hij versimpelt het beeld dat hij ziet of heeft gezien. Zo komt het in een vreemde atmosferische context te staan. Vooral wanneer het een landschap betreft en minder plaats bepalend is, kun je als kijker je er in begeven, kun je onderdeel worden van het beeld. Voert het de gedachte mee in de tijd van het moment. Geen enkele tel,  maar juist een aaneenschakeling in de tijdsruimte. Het landschap zonder perspectief, dus in versimpeling abstract, spreekt aan. Zodra een figuratie kenbaar is, is dat zekere punt nog niet gevonden. Dan is de huid er omheen wel mooi in evenwicht, maar halen wadlopers of schaatsers het sterke beeld daar uit. Dan klopt er iets niet. De twee elementen die De Deelen in de ruimte vormen zijn in titel plaats bepalend, maar kunnen in beeld van alle plekken zijn. Een prachtig iel maar bovenal toch ook ferm beeld. Als aangespoeld wrakhout, opgedoken turfresten. Het heeft van alle kanten zicht. Er is geen voorkant en het kent geen achterkant. Het staat in de ruimte: het klopt! Zo ook is dat het geval met het object De Deelen 2. Kleiner, met afgestompte houtachtige palen op stukken grinttegel. Prachtig dat Rob dit in brons weet te suggereren. Door de tijd uitgemergeld hout. Hieke van der Veen laat veel beelden zien die de ruimte innemen. Torso’s en Venus waardige gestalten. Rauw met ruige huid, maar ook teer en glad gepolijste lijven. Weelderig gevormde figuraties die zich los werken uit een blok weerbarstige ruwe steen. Esthetisch gevormd, met mooie belijning en fijnzinnige afwerking. Techniek en uitwerking kloppen, maar mijns inziens zijn de uitdrukkingen wat al te braaf. Er schijnt geen zoektocht, want alles lijkt te kloppen. In de titels echter kan Hieke dan weer wel zoekende zijn. Het geeft een omschrijving van wat in de uitbeelding maar amper gevonden kan worden. Het is haar gevoel in beeld bij dat woord of die aanduiding, die door de buitenstaander maar nauwelijks kan worden ingeleefd. In de ruimte was ze al uit het platte vlak gekomen, maar in reliëf vindt ze dat kloppende punt toch nog niet echt. Door het breken van de huid vormt zich echter leven in de dode steen. Er is voldoende detail in de versimpeling om te weten wat je ziet. In gips met “geblokt en gemazzeld” vindt ze evenwel eenvoud in veelvoud. Dat begint dan ook meer kunstzinnig te kloppen. Het vrouwenlijf werkt zich robuust kubistisch los van de muur. In het handzame formaat ligt een monumentaal vormgeven verborgen. Slechts in een enkel beeld volgt ze deze plastische weg van stapeling der vormen. In de brave figuren torst Hieke nog een teveel aan klassieke schoonheid. Om van dat pad af te raken experimenteert ze met mes en snijdt zich een weg naar de vorm in plaats van dat ze schaaft en schuurt. Het vormt een abstract figuur dat nog enigszins herkenbaar is in inspiratie. Een vorm tussen kenbaar en niet kenbaar. Een grensgeval dat klopt…. als een zwerende vinger. Jurjen K. van der Hoek -----    

Auteur

Harry de Jong