Recensie: Expositie in Kunsthuis Loof

Heerenveen

Expositie ZUIDNOORD NOORDZUID bij Kunsthuis LOOF, Gorredijksterweg 73 in Jubbega. Tot en met 5 februari.

Brussels loof met appelmoes. Het lijkt een vreemde combinatie, maar het smaakt naar meer, echt. Kunsthuis LOOF heeft het onorthodoxe gerecht op dit moment op het menu staan. Uit het zuiden haalt de galerie namelijk kunstenaars naar hier, die voor de lopende expositie collega’s hebben gevonden in het noorden. Een gerecht dat geen extra specerij of kruid nodig heeft om uitstekend te smaken. De witlof kan de saus van moes gebruiken, want de kunst van zuid en noord laat zich smaakvol mengen. Maar de tentoonstelling is geen mengelmoes geworden, uit de combinatie van tegengestelde polen is een geheel ontstaan. De werken passen welhaast naadloos op elkaar, niet qua werkwijze maar wel voor wat betreft emotie en gedachtegang. In eerste instantie lijkt het allemaal te gaan om het landschap. De werkelijk zichtbare omgeving en het vergezicht van de geest. Het gedachte gebied, dat kenbaar wordt in kleurtoetsen en penseelstreken. Het werk van Isabella Werkhoven mag dan op het eerste oog herkenbaar zijn, de emotie en de sfeer die het oproept maken het tot een mysterieuze omgeving. Er is iets gaande in de atmosfeer, er staat iets te gebeuren tussen het struikgewas. Hoewel grijpbaar in beeld is het werk ongrijpbaar in stemming. En telkens weer is deze beladen, zo als de lucht wanneer deze volgepakt is met onweersdreiging. Hoe anders sluit Janus Metsaars daarop aan met zijn materiekunst. Ongrijpbaar als figuratief beeld. Een wilde uiting die het midden houdt tussen een ruig gestucte muur en een slecht aangeveegde vloer. De materie spat van alle kanten op het doek om de verf er vanaf te laten klodderen. De abstractie feest zich een weg in de ruimte. Het lijkt nergens op, maar heeft daardoor juist elke omgeving en alle stemmingen in zich. Net als de door Janus gekozen Isabella een raadselachtig beeld opbouwt bevraagt hij de inleving van de kijker. Ingrid Simons hanteert eenzelfde werkwijze, lijkt het. Alleen bij haar komt door de structuur een landschap in beeld. In wilde vlagen stroomt de verf over het doek van links naar rechts, zodat als vanzelf de horizon zich vormt en de donkerte tot lichtend voorbeeld wordt. Op deze manier moet de schepper ook die eerste dag gezien hebben. Een abstractie die langzaam aan werkelijkheid werd. Het onstoffelijke dat tot leven komt. In deze speelse activiteit maakt Leen Kaldenberg de vorm tot rustpunt. Ingrid heeft Leen gekozen als tegenpool, het is alsof zij hierin haar gedachte kan pauzeren. Zweven op de atmosfeer die in verfregels een beeldend verhaal laat zien. Er is geen diepte, nergens perspectief. Het is een hier en nu. Een nauwelijks te omschrijven stemming overvalt de kijker. Het verstand kan erbij op nul en de blik op de oneindige eindigheid die Kaldenberg in het platte vlak omschrijft. Het landschap van Yves Beaumont laat een meditatieve stilte zinderen in de dromerige atmosfeer. Door de ogen toe te knijpen om het beeld te bevatten wordt die stemming tot realiteit. Sluit je de blik af dan blijft het beeld naklinken achter de oogleden. De indruk blijft op het netvlies staan, omdat de schildering eenvoud is en daardoor onder de aandacht blijft. Na die eerste scheppingsdag waart er rust over de wateren, zweeft de geest naar de einder. Hoe anders laat Jan Enno de Jong het landschap zien. In een schetsmatige vorm tekent hij zich een duistere omgeving. Een decor dat niet de kracht heeft om in sfeer aan te spreken. Het is een registratie van de zichtbaarheid, die met inbreng van de collage techniek een kunstzinnige bijdrage levert. Het valt in deze sferen wat uit de toon, alsof het loof enigszins bitter smaakt. Jurjen K. van der Hoek -------  

Auteur

Harry de Jong