Recensie | Een meisje uit Oranjewoud als rolmodel voor Anne Frank

SNEEK

Als jonge jongen in de vroege jaren zestig bezocht ik wekelijks de Openbare Bibliotheek in Heerenveen, die destijds gevestigd was aan de Oude Koemarkt. Een duistere trap leidde de leners naar boven waar de duizenden boeken gebroederlijk naast elkaar stonden.

Ik herinner me de eenvormigheid van de boeken; elk deel was immers omplakt met zwart kaftpapier waarbij de enige opvallendheid een ovaal was onderop de rug met gegevens van het betreffende boek, en de titel en schrijversnaam, die een bibliothecaresse daarop met engelengeduld in witte inkt had aangebracht. In deze verstilde oase van boeken leerde ik de serie van ‘Joop ter Heul’ kennen. Alle vijf boeken kenden geen voorplaat, die was immers omplakt, hoewel het stofomslag voorin de oorspronkelijke buitenillustratie van Hans Borrebach toonde. Het waren de uitgaven van ‘De Erven Loosjes’, waarvan de rechten in 1945 in handen waren gekomen van de schoonvader van één van Cissy’s zonen Leo, aldus de kersverse biografie van Cissy van Marxveldt. Toen de bibliotheek in de jaren zestig een nieuw pand ging betrekken in Heerenveen, belandde Museum Willem van Haren in de oude behuizing. De secretaire en typemachine van Cissy van Marxveldt kregen daar een onderkomen op de mogelijke plaats waar eerst haar (leen)boeken een plaatsje hadden gehad. Nu ligt ‘Cissy van Marxveldt, een biografie’ in de boekwinkel, een boek dat een verhelderende kijk op het leven van Cissy, alias Setske, geeft. Liefhebbers van jeugdliteratuur kunnen eveneens terecht in ‘Het Boekenboek’, een zoekgids voor ieder die van boeken houdt. Mirjam Noorduijn & Veerle Vanden Bosch: ‘Het boekenboek’. Uitgeverij Leopold. ISBN 978 90 258 7131 4. ‘Het boekenboek’ is zowel een lees-, een kijk- en een bladerboek, dat zich ten doel stelt (groot)ouders, docenten en eigenlijk alle volwassenen de rijkdom van kinder- en jeugdliteratuur aan te prijzen. Het profileert zich niet om de belangrijkste boeken uit de jeugdliteratuur dan wel een wetenschappelijke geschiedenis weer te geven. In 1954 vond de eerste Kinderboekenweek plaats, zodat dat jaar het uitgangspunt vormt. Allerlei kinderboekengenres uit zowel ons land als het buitenland zijn bijeengebracht. In 50 kernhoofdstukken staat steeds een spraakmakend boek centraal. Een titelbeschrijving, een korte biografie, de inspiratiebronnen en de belangrijkste boeken naast de kerntitel van de auteur vullen dit vervolgens aan. Door de vele dwarsverbanden, die zo ontstaan, is het boek één groot netwerk geworden. Symbolen helpen de lezer niet te verdwalen in de gevarieerde wereld van het kinderboek. Het boek ziet er mooi uit en meteen krijgt de lezer inzicht hoe dit boek te gebruiken is. Toch zijn er enige “maren”. Wat bijvoorbeeld heeft de doorsnee lezer eraan dat hij weet dat schrijver Toon Tellegen een grote voorkeur heeft voor de ‘Verzamelde verhalen’ van Tsjechov, de ‘Historiën’ van Herodotus en ‘Ulysses’ van James Joyce. Beschrijvingen van jeugdboeken zijn aan de erg korte kant; bovendien wordt niet aangegeven voor welke leeftijd het boek geschikt is. Oudere lezers, waaronder ondergetekende, missen titels. Waar is ‘Blauwe plekken’ van Anke de Vries (over een kind dat thuis mishandeld wordt), waar is ‘Het wereldje van Beer Ligthart’ van Jaap ter Haar (over een jongen, die blind wordt). En waarom zijn illustratoren zoals Rien Poortvliet, Gerard van Straaten en Hans Kresse om er slechts enigen te noemen onvermeld. Toegegeven, het boek pretendeert zich niet als encyclopedie, hoewel de gebruiker vaak wel de illusie heeft dat het dat zal zijn! Om af te ronden met een beschrijving uit ‘Het boekenboek’ van een boek van Cissy van Marxveldt’, ’Een zomerzotheid’: “Bakvisklassieker over een zomervakantie van vijf welgestelde jongedames en vijf dito jongeheren op twee buitenverblijven. De twintiger jarenwereld waarin de vriendinnen en studenten al taartjes etend en tennissend dolletjes ronddartelen is er een van weldaad. Natuurlijk draaien de frivole zomeravonturen om de liefde. Jawel, echte liefde, waarbij afkomst er niet toe doet.” Afrondend zou ik willen concluderen dat de eigentijdse jeugdliteratuur aardig vertegenwoordigd is middels korte intro’s, maar dat het verleden er maar mondjesmaat vanaf komt. “Een zoekgids voor boekhandelaren, bibliothecarissen” kan ik dit nogmaals zeer fraai uitgevoerde boek niet vinden. Monica Soeting; ‘Cissy van Marxveldt. Een biografie’. Atlas Contact. ISBN 978 90 450 3300 6. Als er één ding duidelijk is na het lezen van ‘Cissy van Marxveldt. Een biografie’ dan is dat het weinige dat rest van de beroemde schrijfster van voorheen. Hemel en aarde heeft Monica Soeting bewogen om een zo compleet mogelijk beeld te schetsen van de auteur om vervolgens toch steeds tegen zaken aan te lopen waaraan in het verleden nooit aandacht werd besteed. Toch heeft Soeting een prettig leesbare bio- (en biblio-)grafie geschreven over Van Marxveldt, de auteur die decennia lang de lijsten van meest gelezen en best verkochte “meisjes”boeken zou aanvuren. Cissy van Marxveldt werd op 24 november 1889 onder de naam Setske in Oranjewoud geboren als dochter van hoofdonderwijzer Ynze en zijn vrouw Froukje de Haan. Na de lagere school belandde Cissy op de HBS in Heerenveen met vrijheid blijheid alom, een opleiding die ze nooit zou afronden met een diploma. Na een tegenvallende au-pair-tijd in Engeland, en een tijdlang op een kostschool in Bath te hebben doorgebracht, belandde ze weer in Friesland waar ze werkzaam werd bij de ‘Dragster Courant’ als aspirant-journaliste. Hier deed ze weinig inspiratie op zodat ze besloot steno- en typediploma’s te gaan halen. Ze belandde op een kantoor, ontmoette de charmante bedrijfsleider van de Bijenkorf Leo van Beek en trouwde deze in 1916. Vervolgens begon ze korte verhalen te schrijven voor ‘Panorama’ en publiceerde bij Sijthoff in 1917 haar eerste roman “Game and Set’, die evenals de opvolger ‘Het hoogfatsoen van Herr Feuer’ weinig succes kende. Bij een andere uitgever Valkhoff & Co keerde het tij, nadat ze in 1919 het eerste deel van wat de ‘Joop ter Heul-serie’ zou worden, publiceerde: ‘De HBS-tijd van Joop ter Heul’. Het boek dat Cissy in dagboekvorm schreef zou generaties “bakvissen” aanspreken en eveneens de vier vervolgdelen. In 1927 kwam ‘Een zomerzotheid’ uit, een amusant boek waarin niet iedereen de persoon zou blijken te zijn waarvoor hij of zij zich uitgaf! In 1929 werd Cissy getroffen door een hersentumor zodat zij aan één zijde van haar lichaam verlamd werd. Steevast vertoonde ze haar rechterarm op foto’s dan ook niet meer. Moeilijke jaren zouden volgen. In 1944 werd haar man nabij Overveen gefusilleerd na verhoord te zijn door de beruchte SD-er Willy Lages. Deelname aan de illegaliteit en zijn jood-zijn zouden hiervan de oorzaak geweest zijn. Na de oorlog zou Cissy nog enige boeken publiceren waaronder de roman ‘Ook zij maakte het mee’ over de oorlogsjaren. Ze overleed op 31 oktober 1948 op 58-jarige leeftijd. Ruim vijftig jaar zou Cissy van Marxveldt een geliefd schrijfster zijn. Daarna ebde de aandacht voor haar weg. Het taalgebruik van de personages in haar boeken, dat eens Anne Frank zou hebben geïnspireerd om haar dagboek op te zetten (!), werd als verouderd beschouwd. Ook de “standen”, in haar boeken, de burgerij, die dienstmeisjes, “hitjes”, in dienst had, werden als verleden tijd beschouwd. Het feminisme deed afstand van de boeken, te rolbevestigend, ondanks het feit dat bijvoorbeeld Joop ter Heul geëmancipeerd overkwam, maar uiteindelijk toch in het stramien van “huisje, boompje, beestje” belandde. Na lezing van ‘Cissy van Marxveldt. Een biografie’ nog enige zaken op een rij. Tegen het eind van het boek wordt vermeld dat haar man Leo Beek een verhouding gehad zou hebben met een minnares. Nooit heeft de schrijfster zich hier publiekelijk over uitgelaten. In de schaarse interviews, die zij gaf deed de schrijfster zich meer en meer voorkomen als een hoofdpersonage uit haar boeken. i.c. Joop ter Heul. Bij nalezing blijkt dat lang niet elk van de 26 boeken die ze schreef een lichtvoetige ondertoon kent! Er zijn wel degelijk meer serieuze boeken van haar dan aanvankelijk werd gedacht. Zeker de mensen, die ooit boeken van Van Marxveldt hebben gelezen, zullen met plezier kennisnemen van de biografie. De beschrijving van de afzonderlijke romans van de schrijfster had hier en daar iets korter gekund; de achtergrondinformatie welke Soeting ons verstrekt is relevant en een poging om het werk van Van Marxveldt naar waarde te schatten. Wel zou het aardig geweest zijn als naast het fotomateriaal van de schrijfster en de haren, haar boeken afgebeeld waren in de verschillende uitvoeringen. Het zou een aardige aanvulling geweest zijn op de boekbeschrijvingen van Monica Soeting. Zeker Hans Borrebach, de illustrator, die ruim vijftig jaar (!) het modebeeld op de meeste van haar boeken zou weergeven, was een meester in het typeren van een bepaalde tijdsperiode. Ik kan me voorstellen dat menigeen na lezing van dit boek ernaar terugverlangt nog eens een boek van Cissy van Marxveldt te herlezen! Per slot van rekening was ze “niet zo maar een schrijfster”, maar een vrouw die met haar sprankelende taalgebruik en humoristische wijze van verbeelden velen ooit aansprak. Wie weet, voelt een uitgever zich geroepen… Koos Schulte

Auteur

Brenda van Olphen