Nieuwe busroutes Arriva nog even wennen voor chauffeurs

HEERENVEEN

 – Links een verlaten Dominee Kingweg, rechts ijs op de sloot, en boven me een uitgestrekte donkere hemel vol aan-en-uit knippende sterrenlichtjes. Het is een donderdagavond, het is 21.45 uur, en ik fiets naar huis.Het verkeerslicht springt meteen op groen als ik op het knopje druk. Terwijl ik rechtdoor de Rottumerweg oversteek, zie ik hoe naast me lijnbus 115 links afslaat.Linksaf.Linksaf? Ik kijk achterom en zie hoe het lichtgevende ‘115’ langzaam in de verte verdwijnt. Moet die bus hier niet rechtdoor? peins ik. Of zou hij ’s avonds een andere route hebben?  Na 200 meter steek ik opnieuw een weg over, en wil de Heidetunnel in fietsen. Maar opeens zie ik even verderop langs de verlaten weg twee donkere gestaltes staan. Bij een bushokje.En opeens weet ik het zeker: die lijn 115 had rechtdoor gemoeten. Het is de enige bus die hier langsrijdt. En nu staan daar twee mensen te wachten, in het donker, in de ijselijke kou, op wat misschien de laatste bus van de avond is!Ik keer om en fiets naar de halte. Twee jongens van een jaar of 18 staan voor het hokje. Een zwarte en een donkerblauwe jas, oortjes in, smartphones in de hand.Als ik bij ze halt houd, kijken ze op. Het slechtnieuwsgeprek kan beginnen. Hoe pak je zoiets wijs aan?‘Wachten jullie op lijn 115?’ begin ik voorzichtig.De jongen in de donkerblauwe jas doet zijn oortjes uit. ‘Ja.’‘Ehm, die sloeg net bij het kruispunt af.’‘O.’‘Ik ben bang dat hij verkeerd is gereden.’‘O.’Tijd voor hoop! Dit wordt te dramatisch! ‘Maar misschien komt de chauffeur tot inzicht,’ probeer ik. ‘Er is daar nog een rotonde. Daar draait hij misschien. Dan komt hij zo nog.’‘O, oké, ik hoop het.’De jongens kijken verwachtingsvol naar de verte achter me. Ik kijk ook maar om. Een paar brandende lantaarnpalen kijken terug.‘Is dit de laatste bus?’ vraag ik bang.‘Nee, dat niet,’ antwoordt de donkerblauwe jas, ‘maar de volgende komt pas over een uur.’Een uur! Moeten ze nog een uur in deze vrieskou staan wachten?De jongen met de zwarte jas tikt wat op z’n smartphone. ‘Volgens 9292 komt-ie alleen wat later,’ zegt hij, en hij kijkt me vragend aan, alsof ik de app-informatie even wil bevestigen.‘Ik hoop het,’ zeg ik, maar eigenlijk geloof ik er geen barst van. Die bus is al lang en breed Heerenveen uit.‘Misschien kun je dat nummer bellen dat onder bij die app staat?’ opper ik.‘Nee joh,’ roept de jongen in de blauwe jas beslist. ‘Ik heb dat nummer één keer gebeld, en toen hielden ze me heel lang in de wacht. En dat is wel 90 cent per minuut!’Er valt een stilte. Het is inmiddels 22.00 uur geweest. Ik begin er wat onbeholpen bij te staan, zo bibberend met m’n fiets aan de hand bij dat late bushokje met die twee jongens. Was hen informeren voldoende, en kan ik nu gewoon wegfietsen? Of laat ik ze dan wel heel erg in de kou staan? Ik woon vlakbij, moet ik ze misschien uitnodigen bij mij thuis te wachten?Hee, hallo! roep ik mezelf tot de orde. Ben ik nu van plan ’s avonds laat twee wildvreemde jongens mee naar huis te vragen?Dan krijg ik een ingeving. ‘Er is achter de fietstunnel een pizzeria,’ vertel ik de twee. ‘Daar kun je in de warmte wachten.’Maar daar lijken ze niet veel zin in te hebben. ‘Nou… misschien kunnen we fietsen,’ zegt de zwarte jas.‘Maar het is zo koud,’ zegt de donkerblauwe. ‘En het is wel een halfuur met de fiets.’Oké, in deze bus-of-fietsdiscussie ga ik mij niet mengen. ‘Nou,’ zeg ik op een luchtige toon in een poging dit “Eerste Hulp Bij Omrijdende bussen”-gesprek af te ronden. ‘Ik ga dan maar weer. Ik hoop dat hij nog komt.’‘Ja, oké, dank u wel.’U? Ik weet steeds minder goed wat ik van dit hele gesprek moet vinden. ‘Doei!’ roep ik nog ergens, en ik stap op m’n fiets.Voordat ik de Heidetunnel inrijd, kijk ik nog even om. Nog steeds twee donkere gestaltes bij het hokje.Ik hoop maar dat niet alle lijn 115-chauffeurs zich blijven vergissen … want dan staan ze er misschien nog steeds.


Auteur

mijnnieuwsenco