De Uitdaging: “Zelfstandig blijven”

Heerenveen

In de rubriek De Uitdaging portretten van mensen met een bijzonder verhaal en de uitdaging in hun leven. Deze keer Mies de Roode, natuurgids bij het IVN.

In de bossen van Oranjewoud staat het huis van Mies de Roode. Zelfgemaakte beelden sieren haar tuin waarin de natuur haar gang kan gaan. Als bezoeker word je begroet door hond Saar terwijl kat Kees lekker door blijft slapen op Mies’ werkbank. Aan de keukentafel doet Mies haar verhaal. De tafel is de enige plek in haar huis waar ze naar eigen zeggen netjes op is: “Mijn kinderen lachen zich het rotje: ‘mijn moeder heeft onderzettertjes’”, zegt de 85-jarige Mies terwijl ze een pot gemberthee op tafel zet.

“Toen ik hoorde dat dit huis te koop stond, hoefde ik niet eens het huis te bekijken. De plek sprak me zo aan, dit kon ik niet laten lopen. Ik woonde, na een lange tijd in Amsterdam te hebben gewoond, net vijftien maanden weer in Heerenveen, maar ben zo weer verhuisd. Ik heb hier een wilde tuin, een prachtig panorama en zie de bomen elk jaar groen worden. Zie je die boomklever daar?”, zegt Mies wijzend op een door haar gemaakt vogelparadijs, “Dat is de enige vogel die naar beneden gaat. En die domme merel daar. Die heb ik al een paar keer gezien vanmorgen. Hij probeert elke keer bij de pinda’s te komen, maar die sufferd weet niet dat hij zijn poten erin kan doen. Zie, probeert hij het weer.” Het lukt de merel nog steeds niet. “Ah, jammer joh.”

 Uit studietesten vroeger kwam dat Mies erg geschikt zou zijn voor de kunstacademie. “Maar mijn vader zei dat daar geen droog brood in te verdienen valt. Nou, mijn dochter is ook kunstschilder en die doet het heel goed, maar het is inderdaad moeilijk. Toen heb ik het verder verdomd. Heb bij een boekhandel gewerkt, dat vond ik leuk, alleen ik had een beroerde baas. Ben toen uit huis gegaan en op een kippenboerderij aan de slag gegaan. Tijdens de oorlog moesten we evacueren en kwam ik bij een andere boer terecht. Daar heb ik met de hand leren melken en heb ik op mijn 20e driekwart jaar voor vijf kinderen en de boerderij gezorgd, daar leer je veel van. Daarna heb ik nog een tijdje een kantoorbaantje gehad bij mijn vader, maar dat vond ik vreselijk”, somt Mies wat baantjes op die ze heeft gehad. “Ja, ik heb geen carrière gemaakt, haha.”

Hond Saar lijkt op iets te kauwen. Het is een wesp, een koningin. Mies staat op, pakt een glas en een stuk papier van tafel, wipt met het papier de wesp in het glas en stuurt de wesp naar buiten. “Zo, hup naar buiten jij. Ja, ik weet dat het koud is.” Mies gaat weer zitten en vervolgt: “Ik hoorde hem al zoemen. Ik heb gisteren ook al vijf koninginnen naar buiten gebracht. Waar ze vandaan komen? Geen idee.”

“Ik ben heel geïnteresseerd in de natuur, want ik verwonder mij altijd. Ik ben erin opgegroeid. Mijn vader liep altijd met een loep en een neef van me is hoogleraar biologie geweest.” Het was dan ook niet verrassend dat ze, nadat ze een aantal cursussen had gevolgd, in 1989 als vrijwillig natuurgids bij het IVN, instituut voor natuureducatie en duurzaamheid, aan de slag ging. “Nou is het tijd voor mij dacht ik. Ik ging met pensioen en ik had mijn plicht gedaan: mijn kinderen opgevoed.” Samen met Kirsten Lievenoogen geeft Mies natuurexcursies aan schoolkinderen.

“Als er twee vliegen paren en er zijn geen enkele vijanden voor ze, hoeveel vliegen denk je dan dat er zijn na vier maanden? Dan is de hele aarde bedekt met vijftien meter vlieg. Zo vlug gaat dat.” Met dit soort feitjes probeert Mies de jeugd te interesseren voor de natuur. Haar favoriete onderwerp? Pissebedden. “Dat is een heel nuttig dier. Het is een enorme opruimer, net als een kakkerlak. En je vindt ze altijd. Als ik een excursie geef aan kinderen, dan hoef ik maar een stuk nat hout op te tillen en je ziet honderd pissebedden.  Die bodemdieren die heel belangrijk zijn en die tegenwoordig kapot gemaakt worden met allemaal gif en weet ik wat niet allemaal, die wil ik ze laten zien.”

In haar tuin gebruikt Mies absoluut geen gif. De natuur kan doen wat ze wil. “Ik vertel kinderen ook altijd hoe belangrijk de kringloop is. Wij verstoren die met ons gif, dan werkt het allemaal niet meer.” Op loopafstand van haar huis liggen een paar weilanden waar het volgens Mies vroeger vol stond met paardenbloemen en pinksterbloemen. “Doordat ze daar een aantal jaar geleden de boel hebben omgeploegd en door de eenzijdige voeding, komen de reeën nu in mijn tuin hun snoep halen. Diversiteit is er op die weilanden niet meer te vinden.”

Natuurmens Mies ging destijds naar Amsterdam omdat haar man daar een baan had gevonden. “Ik heb daar eerst gewoon drie kinderen gekregen en opgevoed en heb toen onder andere bij de Dolle Mina’s gezeten, ben milieuactiviste geweest, heb veel vrijwilligerswerk gedaan en ben vicevoorzitter van de PSP geweest. Ja, ik heb veel gedemonstreerd. Tegen dan weer dit en dan weer dat. Er waren vrouwen die de avondmulo wilden doen en bij wie het op een scheiding uitliep omdat hun mannen bang waren dat die vrouwen meer wisten dan zij.” Terwijl ze met haar vuist op de tafel slaat, voegt ze eraan toe: “En nog krijgen we niet gelijk betaald als vrouwen, dat is toch wel erg.”

De tientallen kleurrijke beelden in haar tuin en de modeltekeningen en dierenschetsen aan de muur laten zien dat Mies het advies van haar vader niet helemaal heeft opgevolgd. “De tuin is mijn etalage.  Ik teken nog graag, maar beelden maak ik op het ogenblik niet, want ik heb het druk. En wat mijn uitdaging is, want daar ging het volgens mij om? In leven blijven en hier blijven zitten. Zelfstandig blijven, dat is als je 85 bent, heel reëel vind ik.”

Mieke van Veen


Auteur

Redactie