De Uitdaging: “Lokale bevolking helpen”

Heerenveen

In de rubriek De Uitdaging portretten van mensen met een bijzonder verhaal en de uitdaging in hun leven. Deze keer Anne Offereins die regelmatig Gambia bezoekt om schoolkinderen te helpen.

Anne Offereins (75) kwam zo’n vijftig jaar geleden voor het eerst in Afrika. In Kameroen om precies te zijn. Sindsdien heeft hij het ‘Afrika virus’ te pakken en is hij er elk jaar wel een keer te vinden. Vooral in Gambia. Zijn eerste kennismaking met Afrika was toen hij voor Stichting Nederlandse Vrijwilligers (SNV) vrijwilligerswerk ging doen in Kameroen. Hij ging aan de slag als leraar bankwerken in een technische school.

Leraar bankwerken “Waarom ik mij daar voor had opgegeven was voor het avontuur. Het was een uitdaging. Het was niet direct dat ik wat goeds wilde doen voor die mensen in Afrika. Ik dacht het kan mooi voor allebei wat. Ik kan wat doen wat nut heeft en vind het zelf ook interessant”, vertelt Anne Offereins. Via via was Offereins in contact gekomen met SNV. Hij had zich opgegeven en had een jaar niks gehoord toen hij ineens, voor hem totaal onverwachts, een telefoontje kreeg. “Met de vraag of het me wat leek om als leraar bankwerken naar Kameroen te gaan. Ik zei direct ja.”

Gambia Zijn vrijwilligerswerk in Kameroen was het begin van zijn Afrika avontuur. Na twee jaar was zijn vrijwilligerswerk klaar in Kameroen. “SNV wil je eigenlijk maar twee jaar uitzenden. Dat doen ze omdat je in Nederland heel moeilijk weer kan wennen, als je daar langer blijft. Ik wilde wel blijven in Kameroen, heb werk gezocht, maar dat lukte niet.” Weer in Nederland ontmoette Offereins zijn vrouw Timmy. Zij hoorde Offereins’ verhalen aan en werd nieuwsgierig. Omdat hij haar Afrika wilde laten zien, vertrokken ze naar Gambia. “Daar was toen net een coup geweest, Engelse toeristen bleven weg en de Nederlanders sprongen in het gat van vakantieverblijven in Gambia. Zodoende kwamen we daar, zo’n twintig jaar geleden, terecht. Kameroen was eigenlijk geen vakantiebestemming meer.” Offereins is na zijn vrijwilligerswerk nog zo’n twee keer in Kameroen geweest.

Gambian Aid Foundation “Het gekke was, Gambia is heel anders dan Kameroen, maar ik kwam het vliegtuig uit en voelde me gelijk weer thuis. Ik rook het en dacht: ja, ik ben er weer. Het is een soort thuisgevoel wat ik heb opgedaan in die twee jaar in Kameroen. De manier van leven, de vrolijkheid van de mensen, het natuurlijke. Het gevoel is lastig onder woorden te brengen.” Gambia bleef trekken en na de kennismakingsreis, volgde meerdere reizen naar het land. Op een van die reizen kwam Offereins in contact met de Gambian Aid Foundation (GAF). De GAF wilde scholen bouwen en in de gezondheidszorg wat doen. “Mij werd gevraagd of ik wilde kijken waar de nood het hoogst lag. Dat heb ik gedaan. In Brikama, de derde grote plaats van Gambia, was een hospitaal voor een groot omgevingsgebied, maar er waren daar maar twee verlosbedden. Vrouwen lagen op de vloer te bevallen. De Cubaanse artsen die daar werkten, zeiden tegen mij: een ding is hard nodig: een kraamafdeling.”

Kraamafdeling Die vraag van de artsen heeft er toe geleid dat er in een apart gebouw een kraamafdeling werd gerealiseerd. Met twintig bedden, douches, toiletten en een magazijn er bij. “Tijdens de opening was het groot feest. Maar een jaar later kwam ik er weer en het was een grote puinhoop. Het was totaal niet onderhouden. Ik ben er daarna nog een keer geweest en daarna nooit meer. Later heeft de stichting nog een ziekenhuis gebouwd. Daar heb ik met de voorbereiding geholpen, maar de bouw zelf heb ik niet meer meegemaakt. Ik ben toen weggegaan bij de stichting.” Voornamelijk omdat hij, bij deze vorm van hulpverlening, de persoonlijke contacten met de bevolking minimaal vond. Offereins had contact met een lokale kennis en die opperde of het geen idee was om arme kinderen bij te gaan staan.

Gambiaanse kinderen “Dat idee hebben we bekeken en daar zijn we ingerold. Zodoende sponsoren we nu al zo’n twaalf jaar vijftien kinderen. Hoofdzakelijk meisjes. Omdat zij in Gambia lang niet zo belangrijk zijn als jongens.” Offereins en zijn vrouw betalen het schoolgeld van kinderen en zorgen ervoor dat ze een maaltijd krijgen. Per jaar kost dat Offereins zo’n 1200-1400 euro. “Dat brengen wij op met familie, vrienden en kennissen. Iedereen die dat wil, betaalt wat. We zijn geen officiële stichting. Ik ga er in elk geval keer per jaar heen, soms twee. Dan ga ik met mijn vrouw of met een van onze sponsoren en dat is op eigen kosten. Het geld dat we ophalen gaat 100% naar de kinderen. We geven het niet persoonlijk aan de kinderen, omdat er dan weleens wat anders voor wordt gekocht. Het gaat rechtstreeks naar de school zodat het schoolgeld betaald wordt.”

Mensen helpen “Ik ben besmet met het virus van Afrika. We kwamen daar op vakantie en dan zie je dat daar verschrikkelijk veel armoede is. De uitdaging was en is voor ons om te kijken hoe wij daar mensen kunnen helpen. Vandaar ook dat ik ging helpen bij de GAF, maar dat werd mij toen te groot en te onpersoonlijk. Zoals wij het nu doen, help je de kinderen echt. Onderwijs is altijd goed, de kinderen leren lezen en schrijven en kunnen daardoor vooruit.”

Mieke van Veen


Auteur

Redactie