Exclusief interview: De levensmissie van Karin Slaughter

HEERENVEEN

 Achtentwintig jaar geleden: het zorgeloze leven van zusjes Charlotte en Samantha Quinn en hun ouders wordt wreed verstoord door een gruwelijke aanslag. Hun moeder verliest daarbij het leven en hun vader wordt nooit meer de oude.

Achtentwintig jaar later: Charlotte - de klassieke 'goede dochter' - is advocaat geworden, in de voetsporen van haar vader. Dan is ze getuige van een nieuwe aanslag, en de details van het misdrijf halen de herinneringen naar boven die ze zo lang heeft geprobeerd te onderdrukken. Want de schokkende waarheid wil niet langer begraven blijven... Dat is de korte inhoud van het nieuwe boek Goede Dochter van de Amerikaanse thrillerschrijfster Karin Slaughter (1971). Ditmaal geen nieuwe episode uit de levens van Will Trent en Sara Linton, maar een op zichzelf staand verhaal met een kop en een staart. Spannend van begin tot eind en met een paar verrassende wendingen die bewijzen dat Slaughter het nog altijd in de vingers heeft en rustig tot de wereldtop van thrillerschrijfsters gerekend mag worden. Hoog tijd voor de Heerenveense Courant om even met haar bij te kletsen. Het is opvallend dat je boeken meer door vrouwen dan door mannen worden gelezen. Je wordt door sommige recensenten zelfs een schrijfster van vrouwenthrillers genoemd. Hoe sta je daar zelf tegenover? ,,In onze westerse wereld is het een algemeen feit dat bijna alle boeken meer door vrouwen dan door mannen worden gelezen. In Amerika wordt zelfs 80 procent van alle boeken door vrouwen gekocht. En dan gaat het zowel om fictie als non-fictie. Vrouwen lezen dus gewoon meer dan mannen. Maar gelukkig heb ik nog altijd een schare trouwe mannelijke lezers en daar ben ik dankbaar voor. Ach, ik probeer gewoon een zo goed mogelijk verhaal te schrijven en hoop daarmee zoveel mogelijk mensen te bereiken. Of het nou mannen of vrouwen zijn, maakt mij niet uit.’’ Heb je een speciaal plekje waar je naar toe gaat om te schrijven en sluit je gedurende het hele schrijfproces de wereld buiten? ,,Ik heb een hut in de bergen van Noord-Georgia. Het ligt op twee uur rijden van mijn woonplaats Atlanta. Mijn vader heeft het destijds voor mij gebouwd. Daar ga ik naar toe als ik weer klaar ben voor een nieuw boek. En ja, dan sluit ik de hele wereld buiten. Ik zorg ervoor dat ik telefonisch niet te bereiken ben en ook ga ik het internet niet op. Nou ja, hoogstens om wat achtergrondmateriaal te zoeken dat in mijn verhaal past. Tijdens het schrijfproces draait alles om het verhaal wat ik in mijn hoofd heb en laat ik me door niets en niemand afleiden.’’ Heb je wel muziek opstaan als je schrijft? ,,Nee, als ik achter de tekstverwerker zit, wil ik absolute stilte hebben. Maar daarbuiten ben ik gek op muziek. En voor elke periode voel ik me tot bepaalde artiesten aangetrokken. In de aanloop naar mijn vorige boek luisterde ik bijvoorbeeld heel veel naar Linda Ronstadt, de vroege Rolling Stones en the Allmen Brothers. Muziek uit de jaren zeventig, dus. Maar mijn echte passie is countrymuziek en bluegrass. Dolly Parton is een van mijn grote heldinnen en ook the Dixie Chicks reken ik tot mijn grote favorieten. Maar de grootste bewondering heb ik voor Shelby Lynn. Haar liedjes raken me recht in het hart.’’ Hoe raakte je eigenlijk geinteresseerd in misdaadverhalen toen je jong was? En welke schrijvers spraken destijds het meest tot je verbeelding? ,,Als jong meisje was ik gek op de korte verhalen van Flanery O’Connor. Ze heeft maar een enkele roman geschreven en die was niet zo geweldig. Maar haar korte verhalen waren geweldig. Ze kon echt shockeren en was daarnaast in staat om een heel diepgaand beeld te schetsen van het leven van mensen in een bepaalde gemeenschap. Dat deed ze goed dat ik haar altijd heb beschouwd als een hele goede leerschool voor beginnende schrijvers. Daarnaast las ik ook misdaadverhalen van andere schrijvers en toen ik uiteindelijk aan mijn eerste boek begon, was het al heel vanzelfsprekend dat het een thriller zou worden.’’ Je hebt nu eindelijk weer eens een thriller geschreven die niet over Will Trent en Sara Linton gaat. Maar ik neem aan dat die twee vast wel weer in een volgend boek op zullen duiken. Kun je nog wel zonder hen leven? ,,Ha ha. Ja, ze zijn wel in mijn genen gaan zitten. Ik schrijf al over Sara sinds mijn 28-ste. En dan is dus al een hele lange tijd. Natuurlijk zullen er in de toekomst nog heel wat boelen komen met Will en Sara in de hoofdrol. Ik heb op dit moment zelfs alweer een idee over een volgend boek over hen. Wanneer dat precies uitkomt, kan ik nog niet zeggen, maar het komt er zeker, want ze zijn allebei heel belangrijk voor mij.’’ Boeken over hen zijn dus een belangrijke levensvervulling voor jou. Is er verder nog iets wat je in dit leven per se zou willen bereiken? Of heb je het gevoel dat je alles bereikt hebt wat je wilde toen je begon met schrijven? ,,Als je zoals ik het hart van een schrijfster hebt, dan is de missie in je leven simpel: je wilt altijd dat je volgende boek beter is dan het vorige. Mijn levensdoel is dus altijd gericht op mijn volgende boek. Als ik ooit een boek zou schrijven waarvan ik het gevoel heb dat het perfect is, dan zou ik nooit weer een pen op papier zetten. Maar ik weet zeker dat dat nooit zal gebeuren. Want geen enkel boek is perfect. Van niemand. Toch doe ik elke keer weer mijn best en haal het beste in mijzelf  naar boven. Dat doe ik voor mijn lezers. Ik zou het verschrikkelijk vinden hen teleur te stellen. Ze besteden er namelijk uren aan om mijn boeken te lezen en dan wil ik ook dat ze iets in handen hebben waar ze van kunnen genieten. Dat mag je rustig mijn levensmissie noemen.’’ Harry de Jong

Auteur

Harry de Jong