Veenbranden: Wàt zeg je?

Heerenveen

“Wat zeg je?”, vraag je soms wanneer je je oren niet gelooft. “Wat zeg je me nou? Worden die flats afgebroken?” Pas na een tweede keer dringt het door. Maar wanneer je slecht hoort, is er wat anders aan de hand dan ongeloof. Dan versta je vaak iets niet helemaal goed, of af en toe echt iets anders dan er gezegd wordt.

Dat is knap lastig voor iedereen die er mee ta maken heeft. Mijn vader was net dertig toen hij dovig begon te worden. Ik heb hem nooit anders gekend dan met een hand achter zijn oor om gesprekken goed te verstaan, en later waren er de gehoorapparaten. Naarmate hij ouder werd bleef hij liefs weg uit grotere gezelschappen. Aan zijn verstand of zijn belangstelling mankeerde het niet. Zijn gehoor liet afweten. Muziek bleef hij goed horen. In kleinere gezelschappen gebruikte hij een microfoontje, dat met een draad aan zijn gehoorapparaten gekoppeld was. Al ruim tien jaar gaat mijn gehoor onverbiddelijk achteruit. Ik gebruik gehoorapparaten en red me daar redelijk door. Maar toch… Laatst was ik bij een informele bijeenkomst met zo’n twintig mensen. Dan gaat het over van alles. Op een gegeven moment vroeg iemand me of ik “het” wel hoorde. Ik moest bekennen dat ik kennelijk iets gemist had en steeds dover begin te worden. Een van de aanwezigen grapte argeloos: “Oost-Indisch doof zeker!”. Het sneed door me heen. “Wàt zeg je??” Nee, gewoon doof, maar, net als destijds mijn vader geniet ik nog volop van muziek! Jullie horen nog van me. Padapikirsaya

Auteur

Harry de Jong