Fockje de Jong schrijft boek over haar leven

HEERENVEEN

 Fockje de Jong Snoek -1933- groeide op in de armoede van Oost Groningen. Haar vader (“pabbe” in het Gronings) werd te werk gesteld in de werkverschaffing.

Moeder kreeg de 'ziekte van de armen' en stierf jong aan TBC. Fockje - volgens haar rapport een uitmuntende leerling - werd op haar veertiende van school gehaald om de zorg voor het huishouden van zeven kinderen op zich te nemen. Nu, op haar vierentachtigste, schreef ze een boek over die tijd. Een sterk geschreven boek dat je meeneemt naar de werkelijkheid van crisistijd en oorlog. Het verhaal beschouwt welke invloed onrecht heeft op het karakter en gedrag van mensen. Voldoende reden voor een interview met mevrouw de Jong-Snoek, of met Fockje, zoals ze zich zelf liever noemt. Fockje woont tegenwoordig in Heerenveen. Vanuit haar appartement kijkt ze uit over de ruime Friese  luchten en de bossen van Oranjewoud. Ze praat ontspannen en betrokken over haar boek en haar leven. “Ach”, zegt ze, “ik heb, ondanks die harde jeugd, een mooi leven. Die jeugd heeft me ook veel gegeven. De band met mijn broers en zussen is warm en van grote waarde. En het feit dat ik geleerd heb om mezelf “altijd weer overeind te zetten” is niet verkeerd hoor. Daarom wilde ik ook zo graag de Waaiboei van Nieuw Statenzijl op de foto. Als kind fietste of liep ik naar deze lege plek met zijn sluis aan de Dollard. De wind om de oren, de zon die mijn huid streelde en altijd die mooie wolken in de lucht. Daar kwam ik tot rust en en kon ik lachen, zingen of huilen zonder dat iemand er last van had”, zegt Fockje lachend: “Zo’n 20 jaar geleden maakte Martin Borchert het beeld de Waaiboei op die plek. Een acht meter hoog beeld dat beweegt in de wind en het soms best zwaar heeft. Maar als de wind liggen gaat, dan richt de Waaiboei zich weer op. Dat grote beeld ontroerde me enorm, alsof het er voor mij was neergezet”. Er valt een korte stilte, dan vraag ik waarom ze op deze leeftijd dit boek heeft willen schrijven. Fockje kijkt even naar buiten en zegt: “Ik loop al jaren rond met het idee om mijn verhaal op te schrijven. Eigenlijk al direct na het overlijden van mijn vader, in 1991. Ik sprak tijdens de crematie de aanwezigen toe en kreeg later een forse discussie met mijn broer. Die vond dat ik pabbe te mooi had afgespiegeld. Mijn vader was hard voor ons, heel hard en ruimte of geld voor eigenheid of ontplooiing was er zeker niet. Maar er zijn ook kleine warme en mooie herinneringen vastgehaakt in mijn geheugen. De boosheid en ervaringen van mijn broer verwarden me, waardoor de vraag boven kwam drijven of mijn vader nu echt zo hard was of dat het maatschappelijk onrecht hem hard maakte om te kunnen overleven. Ik wist dat ik die vraag alleen kon beantwoorden door mijn verhaal op te schrijven. Door op te schrijven wie hij was in de context van die tijd, en zo vormt een verhaal zich tot een boek. Al met al heeft het nog wel jaren geduurd voordat de laatste zin geschreven was, maar dat is niet erg. Mijn man werd ziek (vasculaire dementie) en met hulp van vrienden en onze vier kinderen heeft hij tot zijn overlijden begin 2016 thuis kunnen wonen. Dat is een geschenk, maar het was ook een zware tijd die geen ruimte in mijn hoofd gaf om te schrijven. Vanaf vorige zomer heb ik de draad weer kunnen oppakken en ging het schrijven snel. Alles had zich al in mijn hoofd gevormd. Gelukkig, zo heb ik gemerkt, heb ik een ijzersterk geheugen.” “Het boek uitgeven was niet direct mijn opzet. Het idee ontstond toen ik het eerste manuscript aan wat vrienden en aan mijn zussen liet lezen. Die waren enthousiast en mijn zussen reageerden zelfs met de opmerking ‘waarom gebruik je niet onze echte namen in het verhaal?’ Het was me dus gelukt om dicht bij de werkelijkheid te blijven. Om het verhaal niet mooier of lelijker te maken dan het was. Ook mijn kinderen stimuleerden me om het uit te geven en langzaam begon ik aan het idee te wennen”.   Fockje pauzeert even en op de vraag of het niet een stap was om je leven zo met anderen te delen antwoordt ze doordacht: "Ja, daar heb ik wel tegen aangehikt. Maar de andere kant is dat de geschiedenis van deze generatie zeker ook in deze tijd gedeeld mag worden. Ik denk dat veel lezers zich in het boek herkennen, of anders dat veel lezers het verhaal van hun ouders in dit boek terugvinden. De armoede was groot, en ontsnappen lukte vrijwel niemand.  Onrecht maakt je harder dan je bent en wilt zijn. Dat gevoel van onrecht sluit je buiten de maatschappelijk orde. Dat mensen tegen die orde in verzet komen, blijft actueel en nodig.”   Het boek is te koop op www.onzepabbe.nl of vraag de boekhandel  

Auteur

Harry de Jong