De Uitdaging: “Zonder bijen, lege schappen”

Heerenveen

In de rubriek De Uitdaging portretten van mensen met een bijzonder verhaal en de uitdaging in hun leven. Deze keer Bouke Oosterloo en Maurits Stakenburg van Bijenvereniging Oranjewoud.

Bijenvereniging Oranjewoud bestaat dit jaar 75 jaar. 20 februari 1943 was de oprichting van de vereniging. In oorlogstijd diende honing als populair ruilmiddel. Imkers konden hun honing inruilen tegen koffie of suiker. Vroeger bestonden er ook nauwelijks hobby-imkers en waren het allemaal semi- of professionele imkers die echt imkerden voor de was en honing. Deze vorm van imkeren heeft in de loop van de jaren steeds meer het karakter van een hobby gekregen. Toch zijn er ook nu nog professionele imkers die hun volken verhuren aan kwekerijen om gewassen te bestuiven. Bijenvereniging Oranjewoud telt momenteel 28 leden uit Oranjewoud en omgeving. Bouke Oosterloo (62) is sinds eind jaren zeventig lid van de vereniging en geeft onder andere les aan cursisten. Maurits Stakenburg (66) is voorzitter van de vereniging en begint aan zijn tweede jaar bij de vereniging.

Bijvriendelijk

“Als bijenvereniging hebben we zo onze bijeenkomsten en we proberen samen de natuur en het ecosysteem te begrijpen en invloed uit te oefenen, waar mogelijk, naar gemeentes om beplanting aan te brengen die bijvriendelijk is”, zegt Bouke Oosterloo. Tegenover het Nordwin College in Heerenveen heeft de vereniging een bijen- en vlinderterrein. Dat wordt ingezaaid en wanneer in bloei, trekt het bijen aan. “Het hedendaagse landschap heeft weinig kleur meer. Het is vooral groen. Door dat bijenterrein, proberen we de verschraling tegen te gaan”, aldus Bouke.

Cursussen

Om nieuwe leden te werven, organiseert Bijenvereniging Oranjewoud cursussen. “Bijenhouden is bijna onmogelijk om zelf te leren. Daar zitten zoveel aspecten aan dat het ten eerste een aantal jaar duurt voordat je denkt dat je het kan, maar dan kan je het nog niet. En in de tweede plaats zijn er dingen die leer je gewoon niet, maar die kan je wel leren van iemand als Bouke of van een praktijkbegeleider”, vertelt Maurits Stakenburg. Een cursus bestaat uit een theoriegedeelte in Leeuwarden en een praktijkgedeelte in de Overtuin. Daar heeft de vereniging namelijk een bijenstal staan en kunnen nieuwe imkers het imkervak onder de knie krijgen. Maurits: “Nieuwe imkers krijgen ook een mentor toegewezen die hen helpt met hun problemen. Daarom bestaat ook de bijenvereniging; om de cursussen en het bijbehorende mentorschap en de praktijklessen te coördineren.”

Huisdier

Bijenhouden is niet iets wat je er even bijdoet. “Je moet echt goed weten wat je doet. Je kunt niet zomaar even een bijenkast openmaken. Dat heeft een systeem en je moet goed weten hoe je bijen moet onderhouden. Het is in feite een huisdier. Weliswaar een huisdier dat jou nooit zal herkennen. Sinds de 80’er jaren van de vorige eeuw hebben we ook te maken met de varroamijt, een mijt die parasiteert op de bij, en je moet wel weten hoe je daarmee om moet gaan”, aldus Bouke. Maar volgens beide heren kan iedereen in principe imker worden. Bouke gaat verder: “Bijenhouden is heel mooi als je een soort maatschap hebt. Iemand die het ook doet. Dat je iemand heb die op je bijen kan passen, als jij op vakantie wil. Bijen hebben namelijk een andere agenda dan wij. Als bijen willen zwermen (dan vliegen ze met een groot deel van de kolonie uit en gaan ze voortplanten) en je hebt het niet goed geregeld, dan kan het zomaar zijn dat je kast half leeg is als jij terug bent van vakantie.”

Zonder bijen, lege schappen

“Als bijenvereniging hebben we twee taken: de taak om te imkeren en daarnaast hebben we een soort van eco-sociale taak: om de mensen bewust te maken van de verantwoordelijkheden die we als gemeenschap hebben naar de bijen toe. Want als er geen bijen zijn, verdwijnt er 60% uit de schappen van de supermarkt. Dat is ook onze uitdaging, om dat bewustzijn te creëren bij de gemeenschap. En dat de gemeenschap ons daarbij kan helpen”, zegt Maurits. Volgens beide heren kan dat op verschillende manieren. Door de cursus bijenhouden te volgen, door de bijenvereniging te sponsoren of door tegels uit een voortuin te vervangen door bloemen. “Maar het is niet alleen dat het de bijen treft, de hele insectenwereld holt achteruit. Van 30-40 jaar terug, is geloof ik 63% van de Nederlandse insecten weg. De weilanden van boeren noemen ze tegenwoordig ook wel de groene woestijn. Er bloeit niks. Hoe komen de bijen dan aan hun voeding? En zonder bijen, vindt er dus ook minder bestuiving van planten en bomen plaats en dat resulteert in die lege schappen”, vult Bouke aan.

75 jaar

In die 75 jaar dat vereniging bestaat, was de renovatie van de bijenstal in 2007 een van de hoogtepunten. Bouke: “Daar geven we nu dus ook die praktijklessen aan zes cursisten. We hebben drie kasten, dus twee personen per kast. En binnenkort zal de bijenvereniging over nog een terrein beschikken waar we drachtplanten kunnen inzaaien en volken kunnen neerzetten”, licht Bouke toe. Mieke van Veen

Auteur

Redactie