De Uitdaging: “Gelukkige kinderen”

Heerenveen

In de rubriek De Uitdaging portretten van mensen met een bijzonder verhaal en de uitdaging in hun leven. Deze keer Jacqueline Nieboer die moeder is van twee adoptiekinderen en twee pleegkinderen.

Jacqueline Nieboer (41) heeft het Syndroom van Turner en wist dat ze daardoor zelf geen kinderen kon krijgen. Aan dat idee was ze al gewend. Toen ze haar man Hans-Peter tegenkwam, zei ze ook tegen hem: “Dit is wie ik ben en denk daarover na.” Bij Hans-Peter zat het gelijk goed en de twee zijn vroeg over adoptie gaan nadenken, omdat ze wisten dat dat de weg was om kinderen te krijgen.

Procedure

“Eerst gingen we naar een voorlichtingsavond waarbij van alles werd uitgelegd over hoe het adoptietraject loopt. Na die avond besloten we dat we ervoor gingen. Toen volgde een screening en een cursus en als je daar doorheen bent, mag je een aanvraag doen voor een beginseltoestemming. Toen dat rond was, gingen we naar een adoptiebureau die dan voor je gaat bemiddelen. In ons geval was dat adoptiebureau Meiling”, zegt Jacqueline Nieboer. Het duurde zo’n drie jaar voordat alles rond was en toen nog eens zo’n twee jaar voordat er een match was tussen Jacqueline en Hans-Peter en een adoptiekindje.

Murijn

Bij het maken van een match wordt er vanuit het perspectief van het kind gekeken. Een druk kind wordt niet bij rustige ouders geplaatst. Jacqueline en Hans-Peter adopteerden een jongetje van zeven maanden uit Taiwan. “We hebben hem niet zelf opgehaald. Omdat hij beneden het jaar was, is hij geëscorteerd. Murijn is nu veertien jaar. In het begin had ik een heel onzeker gevoel en had ook nog niet echt het idee van: ik ben nu moeder. Ik had ook erg het gevoel dat ik bekeken werd en gecorrigeerd werd omdat anderen iets hadden van: ze heeft wel een kindje, maar ze is nog geen moeder. Ze moet nog veel leren, we helpen haar. Ik kreeg ook allemaal goedbedoelde adviezen, maar op een gegeven moment deed ik gewoon wat mij het beste leek en kwam dat zelfvertrouwen weer terug. Binnen een nacht ben je ook gewoon moeder van een kind van zeven maanden. Op de dag dat we hem kregen, had ik zelfs nog gewerkt. Dat is best bizar. Ik was ook wel een soort van ‘zwanger’ geweest, maar ook weer niet.”

Yunna

Drie jaar later haalden Jacqueline en Hans-Peter hun tweede adoptiekindje op uit Taiwan. De vijfjarige Yunna, het zusje van Murijn. “Waarom zij drie jaar later kwam, is omdat we denken dat de biologische moeder het wilde proberen met de oudste dochter. Om die op te voeden. Daarna kwam dus nog een kleintje en dat was eigenlijk te veel. Toen hebben ze, denk ik, met veel pijn in het hart besloten om de jongste te laten adopteren en wel voor het meisje te zorgen. Maar dat liep later ook spaak.” Voor Murijn was het wel wennen dat hij van de oudste opeens de jongste werd. Murijn sprak een beetje Nederlands en Yunna sprak alleen Chinees. Dat zorgde nogal voor wat communicatieproblemen. “Toen heb ik zelf een bord gemaakt met een dagindeling met plaatjes en Nederlandse woordjes en dat herhaalde ik elke dag. Binnen drie maanden zat het Nederlands er wel in bij Yunna. Niet perfect, maar ze wist precies hoe ze dingen duidelijk moest maken.”

Biologische moeder

“In het begin hadden ze niet door dat ze broer en zus zijn. Maar nu zijn ze vier handen op een buik. Ik heb die twee nog nooit ruzie horen maken. Yunna voelt zich heel erg verantwoordelijk voor Murijn en Murijn voor Yunna.” De biologische moeder van de twee is in beeld. Over zes maanden gaan ze haar bezoeken samen met Jacqueline en Hans-Peter. “Dat is best spannend, maar ik denk dat het ook belangrijk is voor een stukje identiteitsvorming. Dat ze vragen kunnen stellen en antwoorden krijgen. Op wie lijk ik? Waar is mijn vader? Waren jullie getrouwd? En waarom hebben jullie mij laten adopteren?”

Pleegouders

Jacqueline en Hans-Peter hadden graag nog een kindje willen adopteren, maar vanwege de leeftijd van Hans-Peter, hij is twaalf jaar ouder dan Jacqueline, werd die kans steeds kleiner. “Iemand van de Raad van de Kinderbescherming had ons onderzoek gelezen en die dacht: pleegzorg wil pleegouders, zij willen kinderen, misschien kunnen we hier iets mee doen. Zo kwam dat op ons pad. Zelf hadden we daar zozeer niet meer aan gedacht. Maar als je hart een keer open staat, is het heel moeilijk om die weer dicht te krijgen. Als er dan kindjes zijn die tijdelijk of voor langere tijd een plekje nodig hebben, dan zeggen wij geen ‘nee’.” Jacqueline en Hans-Peter werden eerst pleegouders van een baby van zeven weken en elf weken prematuur, hij is nu negen jaar, en daarna van een baby die nog geboren moest worden. Hij is net zes geworden. Jacqueline en Hans-Peter hadden wel voor meer kinderen pleegouders willen zijn, maar vanwege ruimtegebrek, kan dat niet.

Gelukkige kinderen

“Mijn uitdaging is, dat onze kinderen straks allemaal het huis uitvliegen en gelukkig zijn in wat ze doen en kunnen. We verwachten niet dat het heel veel wordt of heel weinig. Dat ze de deur uit gaan en dingen doen die ze gelukkig maken met mensen om zich heen die hen gelukkig maken, is mijn grootste streven. Dat ze zichzelf kunnen redden, op eigen benen kunnen staan en zelf goede keuzes kunnen maken. Dat vind ik het allerbelangrijkste en dat vind ik een behoorlijke uitdaging.”

Mieke van Veen


Auteur

Redactie