Recensie: Goede smaak en manieren

Voorstelling: ‘De God van de Slachting’ door Toneelgroep Het Volk; tekst: Yasmina Reza; regie: Joep Kruijver; Posthuis Heerenveen, 26 april, 185 toeschouwers

Ze zullen het wel even uitpraten, de ouders van de twee elfjarigen, waarvan de ene de andere te lijf is gegaan. De ouders van het slachtoffer hebben al een verklaring opgesteld, en als ‘gewapend met een stok’ te cru is, dan wordt dat ‘voorzien van…’ Geen punt. Zelf zijn ze immers voorzien van goede manieren, eruditie en goede smaak. De tulpen komen van dat speciale mannetje, en de salontafel ligt vol kunstboeken.


Er komen al gauw barstjes in die vernislaag van beschaving. Vader Eelco mag zijn zoon dan aanvankelijk een ettertje noemen, ouders nemen het toch op voor hun eigen kind, en het conflict tussen de jongetjes leidt tot een reeks ernstiger conflicten tussen de vier volwassenen, ook de echtelieden onderling. De maskers van fatsoen zakken en de harde waarheden komen bloot te liggen.


Het stuk uit 2006 was tien jaar geleden al te zien in het Posthuis, gespeeld door Suburbia. Het wrange verhaal kreeg ook toen een luchtige toon, die in deze uitvoering nog sterker wordt aangezet. Het is het handelsmerk van Toneelgroep Het Volk: de aandoenlijke kwetsbaarheid van mensen die er niet in slagen de schijn op te houden. 


Karlijn en Minke Kruijver zijn de vrouwen die voet bij stuk houden, terwijl de mannen wat luchtiger doen over het incident, maar zich het eerst blootgeven. Bert Bunschoten, als de macho Eelco, verkondigt met enige trots dat hij alleen gelooft in ‘De God van de Slachting’, oftewel ‘ieder voor zich’. Ze spartelen allemaal, en ze worden allemaal ontluisterd. En hoe erg dat ook is, het werkt komisch. Wie lacht niet die de mens beziet.


Jaap Blaakmeer
 


Auteur

harry.de.jong