‘Het delen van het leven in Galerie Loof’

JUBBEGA

Jurjen K. van der Hoek stuurde een recensie over de tentoonstelling Fragments of Life, die tot en met 1 juli is te zien bij Galerie Loof in Jubbega.

Hieronder zijn tekst.

Fragmenten uit het leven. Delen, parten, stukjes – details. Uit het leven van de kunstenaars die er daar hun werken tonen. Gabriëlle Kroese, Helena Hoogenraad en Kitty Boon.

Doordat zij open zijn en zich bloot geven om mij inzicht te geven in hun leven, wordt het mijn leven. Ik heb daar een gevoel bij. Op dat ene moment in die speciale omgeving voel ik me verbonden en herken in de composities fragmenten uit mijn eigen leven. Zo communiceert de kunstenaar met mijn persoon. Zo is zij even onderdeel van mijn leven en ik die van haar.

Maar die “fragments of life” kunnen ook heel goed onderdelen uit het grote leven zijn. Het leven alom om ons heen, iedereen, de massa. Of zelfs de natuur. Het leven op aarde. Het is maar net welke invulling de kijker aan het werk geeft.

De realiteit krijgt bij Gabriëlle Kroese een abstracte aanvulling. Om associaties op te roepen, de blik te bepalen en de gedachte te sturen. Ik laat het me aanleunen, want wordt graag door de kunst geleid. Maar de ingebrachte vierkanten lijken een beschadigd beeld schilderachtig te herstellen.

Of andersom. Het beeld wordt, ondanks de hinderingen, interessant – het schuurt, de dwarsliggers zijn ergerlijk en daardoor boeiend. Ze horen daar niet en passen zich toch natuurlijk in. Bij ander werk haalt Kroese een detail uit een groter geheel naar zich toe.

Het resultaat doet zich abstract voor, maar is een werkelijke uitsnede. Ik wordt op de feiten gedrukt en zie opeens meer dan er in het grote geheel schijnt te zijn. Het meisje dat voelbaar pijn heeft aan de prikt aan van de cactus. Het ‘au’ ligt op de grimas van “Cactusgirl” bestorven.

“Eva” is dan een portret zonder gezicht, want op de rug gezien met een diep snijdend decolleté. In het blanke vel lijkt een geschilderde beschadiging, een moedervlek om te laten zien aan de dokter. Of de Delfts blauwe versiering wel of geen onderdeel is van de witte blouse van “the Dutch girl” is van weinig belang.

Het duidt wel de titel, want zonder dat had het een meisje van ieder andere windstreek kunnen zijn. In details zit herkenning, waarvan je weet wat je ziet. Maar eigenlijk weet ik dit helemaal niet. Dat prikkelt.

Het is feest in de huiskamer, het is pret in de kroeg, het is vrolijkheid op het terras. Maar in het drieluik “all Tomorrow’s Parties” van Helena Hoogenraad heerst helemaal geen positieve sfeer, die stemming is juist beklemmend. De personen op het doek zitten gelaten bij elkaar en voor zich uit te staren.

De ogen staan glazig. Er is geen gesprek, er wordt niet gelachen, er is geen vrolijk geroezemoes. Enkel in de kleurstelling en in de achtergrond wordt het fragment gevierd. In een onbevangen stijl schildert Hoogenraad de figuranten in een opgewekt decor. Maar ze hebben geen tekst en geen handeling.

Het is stil in de herinnering. Op een gladde onderschildering in een ander werk op paneel lijkt de verf zo uit de tube gedrukt te zijn. Het vormt een moeras waarin de figuur zich nauwelijks raad weet en mijn blik nergens rust kan vinden.

In foto’s op dibond heeft Kitty Boon delen van planten uitvergroot en daaraan mysterieuze titels verbonden. Doordat de plantendelen zich in of onder water bevinden geeft het een vertekend en aandachtig beeld. Het is afgesneden van het leven, maar ligt er niet afgestorven bij.

De kleuren zijn fris gebleven, omdat het vocht een laatste opleving teweeg brengt. Nog even laat het zich in volle glorie zien voordat de laatste zucht er is. De verbeelding zweeft, weg. Een leven na het leven, het is wat het is. In een klankbeeld geprojecteerd op de wand van de galerie is dit dynamisch aanschouwelijk uitgelegd.

Beelden schuiven over en grijpen langs elkaar. De dubbelprojectie lijkt wel op de beweging van ecoline in een diaraampje, een effect dat psychedelische feesten kracht bijzette, ooit.

(Tekst Jurjen K. van der Hoek)