FOTO’S | Joop Mintjes gaat liever vandaag dan morgen open in nieuwe en opvallende rijwielstalling aan Molenplein in Heerenveen

HEERENVEEN

Het liefst had Joop Mintjes (67) zijn vernieuwde Rijwielstalling Mintjes aan het Molenplein in Heerenveen al geopend. ,,Het is helaas net een lastige periode vanwege de bouwvak.”

Het is de bedoeling dat de vernieuwde rijwielstalling in september opengaat. Tot die tijd is Mintjes iets verderop gevestigd op het Molenplein. Daar staat een opvallende rode zeecontainer met hekken eromheen. Net als altijd kunnen er fietsen worden gestald en worden er reparaties uitgevoerd. Dat gebeurt straks ook weer op nieuwe locatie.

Contouren al zichtbaar

Op de plek waar Mintjes op 1 februari 1990 begon met Rijwielstalling Mintjes, nadat hij de locatie had gekocht in december 1990, zijn de contouren van het nieuwe onderkomen sinds enige tijd al zichtbaar. Het oude gebouwtje voldeed niet meer en moest daarom plaatsmaken voor nieuwbouw. De nieuwbouw zelf startte dit voorjaar.

,,Het gebouw is een houten directiekeet, die geschakeld stond aan zes andere containers. Voor ons was het ideaal vanwege de open voorkant. Daarin komt glas. Het geraamte en de frames voor het glas zit er al in. Alleen het glas zelf nog niet. Afhankelijk van hoe snel dat gebeurt, kunnen we opengaan”, zegt Mintjes, die een soortgelijke constructie zag tijdens de olympische spelen in China en dat zelf ook wel wilde.

Batavus

Het hek rondom het nieuwe onderkomen op het Molenplein is ondertussen een bijzondere verschijning. In totaal zijn er 280 aan elkaar gelaste damesfietsframes in verwerkt, waaronder ook in de openslaande deur.

Mintjes: ,,Het hek was een idee van architect Ben van der Meer van Vectri-I. De fietsen heb ik gratis gekregen van Batavus. Zij waren meteen enthousiast over het idee."

De frames zijn modellen die Batavus niet meer gebruikte. ,,Daarvan hadden zij er 600 liggen. Ik heb er 280 van gekregen. Dat stel ik enorm op prijs. Nu alleen nog de rijwielstalling openen. Wat mij betreft gebeurt dat liever vandaag dan morgen.”

(Tekst Jitze Hooghiemstra)