Buurman en buurman van Damascus naar Heerenveen

Zakaria Hameed (60) en Zakaria Aboshakra (58) kennen elkaar al heel lang. Ze woonden beide in dezelfde straat in de Syrische hoofdstad Damascus en waren daar beide onderwijsdeskundige voor dezelfde scholengemeenschap. Toen ze na elf keer verhuizen in 2014 weer in een gebied woonden waar het bommen regende, besloten ze te vluchten. Nu wonen ze in Heerenveen. In dezelfde straat.

Ze hadden het fijn in Syrië. Zakaria Hameed en Zakaria Aboshakra woonden beide met hun gezin in de hoofdstad Damascus. Ze hadden gestudeerd, en waren onderwijsdeskundige voor een scholengemeenschap. Hameed voor het schoolvak Engels, Aboshakra voor biologie. Ze hielden zich bezig met de verbetering van de lessen, waar hun uitgangspunt niet is wat de docent doet, maar wat de studenten leren. Ze hadden er familie, vrienden en kennissen. Toch besloten ze te vertrekken.

,,De oorlog was heel zwaar,” vertelt Hameed, ,,er waren veel bombardementen en er werden mensen gearresteerd.” Er had ook een omsingeling plaatsgevonden, met dorst, honger en doden als gevolg. Voor de veiligheid van hun kinderen besloten ze te vertrekken, al was dat geen gemakkelijke beslissing. Aboshakra: ,,Damascus is onze stad, we zijn daar opgegroeid.” Hameed: ,,We hadden een heel goede baan, maar de kinderen zijn belangrijker.” Zo kwamen ze in augustus in Nederland aan. Via Ter Apel en vier andere AZC’s kwamen de twee Zakaria’s na een jaar (Hameed) en anderhalf jaar (Aboshakra) in Heerenveen terecht.

,,Toen we hoorden dat we naar Friesland gingen, vonden we het moeilijk,” vertelt Hameed. Ze hadden gevraagd om een stad in het zuiden, omdat ze daar mensen kenden, en bovendien dachten ze door de naam ‘Friesland’ dat het heel koud zou zijn. Maar na een dag waren ze verkocht. ,,Friesland is heel mooi, schoon en georganiseerd en de mensen zijn heel behulpzaam.”

Hameed: ,,De eerste dag dat we ons huis te zien kregen, kwamen de buren ons welkom heten. Dat was heel mooi. De buurman vroeg of hij even binnen kon komen. Maar binnen was helemaal niks, zero. ‘Wacht even,’ zei hij. Hij ging terug naar zijn huis en kwam terug met een tafel en een stoel. Ik was heel blij om te zien dat ze iets wilden doen.”

Nederlandse les

Ze wonen nu ongeveer vier jaar in Nederland en het gaat goed. Hameed doet vrijwilligerswerk bij VluchtelingenWerk en Aboshakra is lesassistent bij Nederlandse les. Een baan zoeken is nog wel lastig. Hun diploma’s uit Syrië zijn gewaardeerd als Nederlands bachelordiploma, maar voor het onderwijs is eerst een bevoegdheid nodig. ,,We hebben veel ervaring, maar het DUO accepteert geen ervaring, die wil een diploma. Op onze leeftijd is dat niet zo gemakkelijk.” Het liefst zouden ze ooit hun eigen vak in Nederland uitoefenen.

Om het Nederlands te oefenen gaan ze naar les, maken ze praatjes en kijken ze naar het Klokhuis. Het gaat ze behoorlijk goed af. Het is niet accentloos, en soms moeten ze zoeken naar woorden, maar een gesprek voeren gaat zonder problemen. Ook grapjes gaan prima. Lachend vertellen ze hoe een AZC-medewerker verrast was om hun gelijke voornamen en vroeg ‘zijn jullie dan broers?’ en ook hoe de Syrische naam ‘Monieer’ tot verwarring leidde als iemand werd aangesproken met ‘meneer’: ,,Dan zeiden we ‘Ik ben Monieer niet, ik ben Zakaria.’”