RECENSIE | In de naakte waarheid gaat Wytze Brandsma met de billen bloot

HEERENVEEN

Jurjen K. van der Hoek schreef een recensie over het boek De naakte waarheid. Dat is geschreven door Wytze Brandsma.

Hieronder de tekst.

De naakte waarheid laat zich niet op een verloren middag zomaar door- en uitlezen. Deze gedichtenbundel van Wytze Brandsma ligt zwaarder op het gevoel dan enkel een vroege avond voor het slapen gaan. Je kunt er een paar tegelijk aan, maar zeker is de bundel niet in één adem uit te lezen.

De verzen zijn eenvoudig van opzet en zeker niet met veel woorden, maar juist daarom zetten ze tot diep nadenken. Het zijn doordenkers met een religieuze ondertoon. Althans ligt dat er niet dik bovenop, maar klinkt wel zacht soms fluisterend stil door de woorden heen.

Het is een manier van zijn, een levensstijl, dat bestaan aan de hand van een hogere macht. Iemand die daar weinig mee heeft, kan nog wel onbewust doen en laten volgens deze leefregels. Het is het beste voorschrift hoe je met anderen en jezelf omgaat, hoe je jezelf beweegt in de wereld en voor de aarde zorgt.

Dat kan op eigen houtje, maar Wytze Brandsma doet dat onder leiding van een theologie. Hoewel zijn debuutbundel de titel “God is het antwoord niet” draagt, het is zijn antwoord wel. Het is een cynisme dat ook in de regels van “De naakte waarheid” doorklinkt.

Zoals gezegd, laat het zich niet gemakkelijk lezen. Maar dat wil niet zeggen dat het moeilijke kost is. Dat zeker niet, maar de weinige woorden in een enkel gedicht zetten de gedachte op scherp. Het is zo geregistreerd, maar minder snel begrepen. De woorden zijn afgewogen opgeschreven en verdienen het op een gelijke wijze te worden gelezen.

Het gaat over Wytze zelf, hoe hij in het leven staat. Hij houdt de lezer een spiegel voor. Deze lezer kijkt naar de dichter – leest zijn woorden, maar ziet zichzelf en leest de eigen gedachte over omschreven zaken. Het is zo herkenbaar, die naakte waarheid waarop je terug wordt geworpen - het leven is een schouwtoneel, maar uit de rol val je van het podium.

Eigenlijk staat het eerst nog wat van me weg. Beaam ik de gedachten van Brandsma. Denk ik zo ook wel ongeveer na over de dingen van het leven. Is er de herkenning. Maar gaandeweg, voorbij het hart van het boekje – de kern van de zaak, wordt het meer eigen. Laat Wytze Brandsma zijn waarheid zien en kennen.

Stelt hij zich kwetsbaar op. Legt hij zich bloot en vleit neer tussen de woorden: “door wisselen van perspectief kunnen vooroordelen verdampen”. Er klinkt meer emotie tussen de letters die zachte woorden vormen om harde regels te zijn. Er komen persoonlijke zaken aan de orde, die universeel op eenzelfde golflengte liggen voor ieder ander.

Dan spreken de gedichten aan. Komt de dood om de hoek, het sterven van een bij name genoemd mens. Dan overlaadt Brandsma zijn woorden met weemoed. Dan is het beste uit het kleine album daar. Was het vorige voorspel en komen we nu op het hoogtepunt.

De dichter is betrokken bij zijn onderwerp en put troost uit de zelf opgeschreven woorden. En kan de lezer daarmee ook troosten, want Wytze Brandsma schrijft over zaken die ons allen op de een of andere manier, nu of later, aangaan.

Na deze apotheose volgen nog enkele levenswijsheden, die van elke plaats en iedere tijd kunnen zijn. Doet de dichter de deur naar zijn eigen ziel weer dicht en besluit met een lang gedicht dat uit elf maal zeven aanduidingen voor de leidraad in zijn leven staan: “Ik zal zijn / Ik sil wêze”. Want ieder vers is zowel in de Nederlandse taal als in het Fries gedrukt. Het geeft de woorden meer daadkracht, want het Fries laat zich anders lezen – op de een of andere manier heeft het meer energie.

Wytze Brandsma geeft in zijn gedichten een kijk op het leven, een inkijk in zijn bestaan en een blik op de hemel. De verzen bundelen een keur van zijn kunnen. Een levensvisie die herkenbaar en aan te voelen is. Maar of het de naakte waarheid betreft, dat wil ik in het midden laten.

In elk geval wel zoals beschreven hierboven, tijdens het hoogtepunt van de bundel. Dan gaat Brandsma in zijn emotie met de billen bloot.

Jurjen K. van der Hoek