De Uitdaging: ‘Een dier weer met zijn baasje herenigen’

HEERENVEEN

In de rubriek De Uitdaging portretten van mensen met een bijzonder verhaal en de uitdaging in hun leven. Deze keer Jelte Stoelwinder en Jan de Jong, twee van de vrijwilligers van dierenambulance De Tjonger.

Dierenambulance De Tjonger is een officiële stichting en is in 1995 opgericht met als doel het vervoeren van zieke, gewonde en verdwaalde dieren naar de dichtstbijzijnde dierenarts of opvangcentrum. Jelte Stoelwinder is van het begin af aan betrokken bij de dierenambulance. Jan de Jong kwam zo’n dertien/veertien jaar geleden als vrijwilliger bij de dierenambulance. Het werkgebied van de De Tjonger beslaat de gemeente Heerenveen en de gemeente Weststellingwerf. De telefoon is 24/7 bemand en de vrijwilligers rijden voor verschillende meldingen. Van een vleermuis in de slaapkamer tot een gewonde hond. Zelfs voor een rups.

Vrijwilligers

,,We zijn met een man of acht/negen. De meesten rijden 48 uur per week, twee dagen aan elkaar. We hebben vaste dagen”, zegt Jelte. Als iemand het alarmnummer belt, 0621578058, dan wordt er gelijk actie ondernomen. ,,We werken vanuit huis. De chauffeur heeft de auto en de telefoon. Als ik bijvoorbeeld dienst met hem heb en er komt een melding binnen, dan belt hij daarna mij, haalt hij mij op en gaan we naar de melding toe”, aldus Jan. Tijd om ondertussen andere dingen te doen, is er vaak niet. Jelte: ,,Ik had laatst op een ochtend nog geen melding gehad, dus ik besloot even te gaan schoonmaken. Ik was net bezig en toen ging de telefoon. Dan moet de boel weer aan de kant.”

Sociaal

Mensen kunnen de dierenambulance bellen voor dode, levende en gevonden dieren. ,,Maar we zijn er ook voor sociale dingen. Oudere mensen die bijvoorbeeld niet meer zelf met hun dier naar de dierenarts kunnen. We halen het dier op en als het baasje mee wil, dan kan diegene mee, maar het hoeft niet. Dan halen we het beestje op, brengen hem naar de dierenarts en brengen we hem ook weer terug”, vertelt Jelte.

Gevonden

Gevonden dieren komen eerst in de opvang van de dierenambulance. Daar blijven ze maximaal 24 uur. Als het baasje zich dan niet heeft gemeld, wordt het dier naar een andere opvang gebracht. Mocht het dier gewond zijn, dan brengt de dierenambulance het beestje eerst naar de dichtstbijzijnde dierenarts. ,,Als mensen hun dier bij ons weghalen, is dat goedkoper dan dat ze hem uit het asiel halen. Daar ontvlooien ze het beestje onder andere en al met al ben je dan al gauw honderd euro kwijt als je hem komt ophalen”, zegt Jelte.

Overleden

Ook een onderdeel van de werkzaamheden van de dierenambulance is het ophalen van dode dieren. Jelte: ,,Een overleden dier dat we langs de kant van de weg vinden proberen we zo goed mogelijk bij elkaar te krijgen. In de opvang hebben we een koeling staan. Aan het dier komt een label met de informatie waar we hem hebben gevonden, we maken er een foto van en dan blijft hij minimaal veertien dagen in de opvang. In de vakantieperiode soms wat langer, omdat mensen dan weg kunnen zijn.” Van een dood dier wordt ook altijd een Amivedi melding gedaan en de dierenambulance meldt het op haar Facebookpagina. Mocht iemand zijn beestje herkennen in de omschrijving, dan kan ook altijd de foto op worden gevraagd.

Niet opgehaald

Lang niet alle dieren worden opgehaald. De vrijwilligers schatten dat zeven van de tien overleden dieren niet worden opgehaald. Als het baasje belt, wordt het dier uit de koeling gehaald en voor zover dat kan, netjes gemaakt. ,,Zodat ie toonbaar is en een baasje kan zeggen: ‘Ja, dat is mijn beestje’. Maar het ergste voor ons is dat de vriezer vol raak. Die moet ook leeg. Alle beestjes die geen eigenaar hebben, gaan naar de gemeente”, aldus Jelte. De foto’s van de dode dieren blijven bewaard. Mocht een baasje zich later melden, dan kan diegene altijd nog zien of het zijn of haar beestje was.

Vleermuizen

De dierenambulance is er niet alleen voor huisdieren. Ook voor bijvoorbeeld steenmarters, ooievaars, meeuwen, duiven en reeën. Jan: ,,Soms worden we ook gebeld voor een klein muisje. En laatst hebben we een vleermuis bij iemand uit bed gehaald.” De vrijwilligers vangen de vleermuis dan en zetten hem dan uit. Jelte: ,,Die vleermuis brachten we naar Oranjewoud. We kleven hem dan tegen een boom en wachten even. Als je een vleermuis op de grond legt, gaat hij dood. Want hij kan dan niet omhoog komen.”

Meldingen

,,Hoeveel meldingen wij per week of per dag krijgen, is heel verschillend. We hadden een keer op een dag ’s middags nul meldingen, maar ’s avonds zo vier achter elkaar. In het seizoen, als er ook veel meldingen komen over jonge vogeltjes, rijden we zo’n 500 kilometer per dag. Afgelopen week hadden we een dag waarop we 300 kilometer reden. Dat komt ook door de grootte van het gebied”, vertelt Jelte. Zoals gezegd zijn de meldingen uiteenlopend. Jan en Jelte zijn weleens uitgereden om een steenmarter bij iemand van zolder te halen en hebben ook weleens een ringslang verwijderd die onder de schuifdeuren van een autobedrijf zat. ,,Die hebben we in een emmer gestopt en weer uitgezet in Oranjewoud. Zo lang er niks aan een beestje mankeert, brengen we hem altijd gelijk weer terug in de natuur.”

Rups

‘We hebben hier een speciale rups, kunnen jullie hem ophalen? Wij weten ook niet wat we er mee moeten doen.’ Deze opvallende melding kwam onlangs binnen bij de mannen. ,,We rijden ervoor. Het was een hele mooie rups. Een van een doodshoofdvlinder. De rups was zo’n vijftien centimeter lang en een paar centimeter dik. Het wordt uiteindelijk een vlinder met een doodskop achterop zijn hoofd. Ik geloof dat er vanaf 1995 vijftien vlinders hiervan in Nederland zijn geteld. En de laatste jaren drie rupsen zijn gevonden. Het is een zeldzaamheid hier in het Noorden”, licht Jelte toe. De rups is uiteindelijk naar een huisarts gegaan die het insect graag wilde hebben om te onderzoeken en ervoor te zorgen dat het dier kan ontpoppen.

Geld

Een veel gestelde vraag aan de vrijwilligers is ‘Zijn er ook kosten?’ Jelte: ,,We vragen altijd een ritprijsje zodat we weer diesel kunnen kopen. Maar we maken er geen strijd van. Als iemand niet kan of wil betalen, dan is dat zo.” Van de gemeente krijgt De Tjonger een kleine bijdrage. De rest van het geld komt binnen via donateurs en sponsoren. In de beginjaren moesten de vrijwilligers zelf diesel inkopen, omdat er bijna geen geld binnenkwam. ,,Een reetje, vogeltjes, haasjes, noem maar op, hebben geen portemonnee. Daar kunnen we geen geld voor vragen, dat is allemaal gratis. Maar honden en katten hebben vaak wel baasjes met portemonnees. De tank zal wel vol moeten. Hij rijdt niet op water”, aldus Jelte.

Dier en baas herenigen

De uitdaging van de vrijwilligers is om zoveel mensen te helpen op een positiever manier. ,,Waar wij het voor doen, is om een beestje weer te kunnen herenigen met zijn baasje. Dat is de uitdaging en dat doen we met z’n allen. Het zou mooi zijn als er nieuwe vrijwilligers bij zouden komen.” Daarnaast wil de dierenambulance nog als tip meegeven om je huisdier te laten chippen. Dat maakt het opsporen van een baasje een stuk gemakkelijker. ,,We doen dit werk voor de liefde voor de dieren. Daarnaast is het een stukje sociaal contact en het helpen van mensen. Je komt bij iedereen. Er zijn mooie dingen, maar ook trieste dingen. We weten nu niet waar we straks voor komen te staan.”

Mieke van Veen