FOTO’S | Feest der herkenning bij The Fureys in het Posthuis Theater

HEERENVEEN

In het kader van haar 40-jarig bestaan toert de Ierse folkgroep The Fureys op dit moment door Europa.

Zondag werd het Heerenveense Posthuis aangedaan. Daarbij kan maar één conclusie worden getrokken: Eddie en George Furey en hun maten drijven allerminst op routine. Na vier decennia druipt het speelplezier nog van elke noot.

Het was voor de ruim tweehonderd bezoekers een feest der herkenning, want de Ieren bleken geen muzikale geheimen voor hen te hebben: bijna elk liedje werd noot voor noot meegezongen. Daarbij ontbrak uiteraard Red Rose Café niet. Het was zelfs de ultieme meezinger van het concert.

Pierre Kartner, alias Vader Abraham, mag dan in eigen land door veel collega’s niet al te serieus worden genomen als liedjesschrijver, in de ogen van the Fureys is hij een hele held. Red Rose Café is namelijk de Engelse vertaling van Kartner’s Het Kleine Café Aan De Haven. Een hele eer voor de bebaarde zanger met z’n onafscheidelijke bolhoed, want the Fureys gelden samen met the Dubliners en the Chieftains tot de meest invloedrijke muzikanten in de geschiedenis van de Ierse folk.

,,We hoorden Het Kleine Café Aan De Haven voor het eerst tijdens een van onze tournees door Nederland en we vonden meteen dat dat nummer de klasse had van een echt Iers kroeglied’’, zegt zanger/gitarist Eddie Furey. ,,We wilden het perse op ons repertoire zetten en bij de Engelse vertaling hebben we eigenlijk maar een paar woorden veranderd.’’

Emotievolle ballads

Dat wil niet zeggen dat de muziek van the Fureys geen enkele diepgang heeft. Integendeel: de groep heeft het patent op prachtige emotievolle ballads en daar werd zondagmiddag in het Posthuis kwistig mee gestrooid.

Vooral Tom Paxton’s I Will Love You maakte indruk. Eddie en George schrijven nauwelijks eigen materiaal, maar ze hebben een neus voor echte pareltjes uit de wereld van de folk en country. En daarmee veroverden ze zondagmiddag in Heerenveen ook moeiteloos de harten van de mensen in het publiek die de groep voor het eerst aan het werk zagen.

(Tekst Harry de Jong /foto’s Max van Gelder)