RECENSIE | ‘Déjà vu in het werk van Janneke Hengst’

JUBBEGA

Jurjen K. van der Hoek stuurde een recensie over de expositie ‘acryl op doek’ van Janneke Hengst bij Galerie LOOF aan de Gorredijksterweg 73 in Jubbega. De werken zijn te zien tot en met 25 november.

Hieronder de tekst.

Het wringt wel eens de blik, het werk van Janneke Hengst. In Galerie LOOF heeft zij een keur uit haar kunst laten hangen. Op het eerste gezicht lijken het strakke landschappen, stil en uitgestrekt liggen de sloten en staan er de bomen. Geen levend wezen tussen struiken en op de weilanden te bekennen.

De inbreng van de mens in deze weergave van de omgeving blijft beperkt tot een rijtje palen, een paadje stenen en een aangelegde tuin. Hier en daar is de nok van een boerderij zichtbaar, verlicht een dakraam het duister, is er een suggestie van een dorp op de einder en drijft een roze kunstzwaan op het water. Verder gaan de aanwijzingen niet.

Het geeft rust in de sfeer, die nergens tot een plaatsbepaling komt. Het landschap is van overal, wanneer alom maar bomen zijn en er water is, graslanden, oevers, duinen.

Hengst brengt mooi licht in haar composities. En vooral een kalme stilte. Spiegelgladde wateroppervlakten waarin de vegetatie en de lucht reflecteert. Aan die lucht is geen wolk te bekennen.

Zoals er geen golf, geen rimpeling, in de sloot ontdekt kan worden. Het penseel van Hengst gaat niet zo realistisch over het doek dat de geverfde stilte kil aandoet. Er wordt warmte gehouden in de manier waarop vooral de bomen zijn neergezet. Daar wringt de expressie dan wel eens, want de vegetatie lijkt niet altijd volgens de plantenkunde te kloppen.

Het is er naïef primitief in het decor gezet. Een gemoedelijk amateurisme dat aan de andere kant ook wel de charme aan deze manier van werken geeft. Het is deze mysterieuze aanblik die het werk een tandje meer bijzet. De omgeving doet zich als bekend voor, maar het is van nergens. Het is een droombeeld, eens gezien als in een déjà vu.

Er is een mooie balans gebracht in licht en donker. Details die oplichten naast schaduwpartijen. Een struik in het volle zonlicht dat nergens vandaan schijnt te komen. Het is er.

Daar spiegelen de stralen zich een moment als glimmers op het water. Even is er beroering, want anders kan het licht niet gevangen worden. Een diepte wordt opgewekt door een voorgrond in te bouwen, als schuif ik de bladeren opzij om mijn blik te verruimen.

De weidsheid wordt intiem. Hoewel het van overal kan zijn, is het van hier en ben ik er onderdeel van. Ik sta er middenin. Want juist de naïeve blik is zo vertrouwd.

Het is er nooit midden op de dag. Altijd tegen de avond, nog net voor de schemer invalt.

Maar ook wel pas na het ochtendgloren. Op de grens van dag naar nacht, van donker naar licht. Het halfduister, en zelfs een donkerte die alleen door de maan doorbroken kan worden.

Of waar de sterrenhemel oplicht boven een verlaten moestuin waar de slakroppen in het gelid staan. Het landschap van Hengst is een park waarin het best toeven is.

Er gebeurt niets, daar heerst een eeuwige rust en een oneindige vrede. Ik kan op het bankje in deze expositiezaal gaan zitten en genieten, dagdromen in deze gemaakte wereld. Mijn ogen vallen toe.

Zie ook het weblog jurjenkvanderhoek.tumblr.com.

(Tekst Jurjen K. van der Hoek)