Boswachter Roel Vriesema: ‘Zolang de baggelmachine in De Deelen ligt, moet het verhaal ervan verteld blijven worden’

GERSLOOT - Regelmatig komt de baggelmachine die in natuurgebied De Deelen staat naar voren bij Staatsbosbeheer. Wat er met de roestende turfstekermachine moet gebeuren is nog altijd niet duidelijk.

Als het aan boswachter Roel Vriesema van Staatsbosbeheer, Beheereenheid Zuidoost-Friesland ligt vergaat de baggelmachine het landschap van het natuurgebied nabij Gersloot.

,,Ik zit nu twintig jaar bij Staatsbosbeheer en in al die jaren zijn al diverse ideeën geopperd. Zoals het weer rechtzetten van de baggelmachine of er een kunstwerk van maken. Maar het is een kunstwerk op zich en ook nog eens eentje met een hoge cultuurhistorische waarde. Alleen is de machine niet meer op te knappen.”

De eerste baggelmachines werden rond 1900 in gebruik genomen Nederland. De machine die in De Deelen staat verving het werk dat zestig veenarbeiders met de hand deden. De firma De Leeuw werkte er tot 1968 mee. Voordat het apparaat in De Deelen kwam, werd deze tot 1933 nog gebruikt in de Rottige Meente.

In totaal stonden er drie van dergelijke machines in De Deelen. Vandaag de dag is er daar nog één van over. ,,De familie De Leeuw wilde de laatst overgebleven baggelmachine als oud ijzer verkopen. Ze konden het alleen met de opkoper niet eens worden over de prijs”, zegt Vriesema. De machine kwam vervolgens in handen van Staatsbosbeheer nadat die instantie in de jaren zeventig eigenaar werd van De Deelen.

‘Veenwinning stopt in 2020’

Ondertussen wordt nog steeds veen gewonnen in De Deelen. Dat gebeurt door de firma Jonker uit Terwispel. Zij namen in 2015 het stokje over van de Firma De Leeuw, na de pensionering van de toenmalige eigenaar. Terwijl Jonker namens De Leeuw ook al de veenwinning deed.

Vriesema: ,,De veenwinning stopt in 2020. Dat heeft diverse redenen. Waaronder het feit dat verlanding te langzaam gaat. Dat was wel het doel. Daarnaast moeten we onder andere vanwege de veenwinning steeds weer een hoop werk verzetten om water vast te houden in het gebied. Wel blijft het uiteindelijke doel om van water naar land te gaan. Bos geeft meer verscheidenheid. Ook is er nu voldoende water voor de natuur. Alles komt hier voor. Zoals de visotter en de zwarte stern. Wat dat betreft is het een heel bijzonder gebied.”

Vuilstort

Dat het huidige De Deelen een natuurgebied is, hadden de turfstekers van vroeger volgens Vriesema nooit kunnen denken. ,,Vroeger ging het puur om geldwinning. Overigens was De Deelen bijna een vuilstort geweest. Dat hebben de mensen op het laatste moment gelukkig kunnen keren.”

Zelf maakte Vriesema daarnaast de jaren zestig ook mee. En daarmee ook de veenwinning. ,,Zo reed mijn vader in die tijd met paard en wagen naar de Friese Wouden om turf te brengen. Dan was hij een hele dag onderweg. Daarnaast had je hier in de tijd tal van kleine landeigenaren. Die zijn allemaal opgekocht vanwege de veenwinning. Dergelijke verhalen moeten verteld blijven worden. Dat geldt ook voor het verhaal van de baggelmachine, zolang deze er nog ligt.”

Over de baggelmachine

De baggelmachine produceerde in 1968 de laatste Friese turf. Het metershoge apparaat is een belangrijk stuk industrieel erfgoed. nergens in Nederland bleef een soortgelijke turfmachine bewaard.

Rond 1900 deden de eerste baggelmachines hun intrede in Nederland. Het type van De Deelen verving het handwerk van wel zestig veenarbeiders. De firma De Leeuw werkte er tot 1968 mee. De machine deed in 1933 nog dienst in het veengebied van de Rottige Meente.

In 1897 kwam het Gorredijkse bedrijf Brouwer als een van de eerste met een baggelmachine op de markt, die in Nijbeets kwam te staan. De meeste apparaten waren van de hand van de Haarlemmer M. van Breemen.

Een platte turfschuit schoof langzaam aan stalen kabels door het veen. De baggelmachine zat voor de schuit. Hij werd aangedreven door een stoommachine.

Steekramen

De steekramen schoten anderhalve meter diep het laagveen in en trokken dat in grote pakketten omhoog het schip in.

Via een jakobsladder kwam de natte veenbrij op de lange legakkkers naast de schuit te liggen. Na het drogen werd er handmatig turf gestoken. Na een paar maanden was die klaar om de kachel mee te laten branden.

Tot de komst van de baggelmachine werd de zware veengrond door veenarbeiders handmatig met een beugel onder de waterspiegel weggeschept de turfschuit in. Het handwerk kostte veel ruggen en heel veel zweet.

Op veel plekken in Friesland en Noordwest-Overijssel hebben soortgelijke machines gestaan. Naar schatting enkele tientallen.

Potgrond

Nergens anders bleven ze bewaard. Behalve dus in De Deelen. De veenderij De Deelen zelf werd rond 1920 in gebruik genomen. De steenkool was in opkomst. Toch was er in Friesland nog veel vraag naar turf als brandstof.

Nog steeds wordt er verveend in het gebied, maar dan voor potgrond. Dat gebeurt nog tot 2020 op een paar honderd meter afstand van de oude, verroeste baggelmachine, die langzaamaan vergaat.

(Tekst Jitze Hooghiemstra)