INGEZONDEN | ‘Politiek op zoek naar de betrokken burger’

HEERENVEEN - Cor Netten zette als deelnemer aan het G1000-overleg zijn visie en beleving op papier. Volgens hem is de politiek op zoek naar de betrokken burger.

Hieronder de tekst van Netten.

Het democratische bestuurlijke concept wordt over het algemeen beschouwd als de minst slechte bestuursvorm. Het is een bestuursvorm die door de oude Grieken is uitgevonden en is gebaseerd op besturen volgens de wil van het volk.

In dit bestuurlijke concept is gekozen voor vertegenwoordiging van het volk door middel van volksafgevaardigden aan wie de wil van het volk tijdelijk wordt overgedragen.

Zo regelden de oude Grieken dit.

In ons land werken wij met een gelijksoortig systeem. Maar in ons land kun je 17 miljoen burgers niet over, laat staan met elkaar laten beslissen. Immers, zoveel mensen en evenveel verschillende meningen maakt het land onbestuurbaar.

Wij kiezen om de vier jaar ook volksvertegenwoordigers die namens ons met elkaar moeten overleggen hoe het land bestuurt moet worden.

Al decennia lang voelt de Nederlandse burger zich steeds minder betrokken bij de politiek en zich nauwelijks correct vertegenwoordigd in het bestuur van land, provincie of gemeente. Volgens velen worden er besluiten genomen die niet stroken met de wil van de meerderheid van de burgers, maar de meerderheid beslist over de minderheid. Opkomstcijfers zijn overal vrij laag, hoewel de gemeente Heereveen daarin een uitzondering lijkt te vormen.

De versplintering van het politieke speelveld gaat steeds verder. Vaak wordt dit uitgelegd als een verzet tegen en afstand nemen van de gevestigde grote partijen.

Landelijk

In april 2012 leidde deze ontwikkeling tot de oprichting van de G500-beweging door enkele voormalige studenten. Het idee achter dit initiatief was om de politiek te ‘hacken.’ Zo’n 500 jongeren zouden lid worden van VVD, CDA en PvdA. Met dat numerieke overwicht konden ze invloed uitoefenen op de partijprogramma’s en de vergrijsde middenpartijen dwingen om de ook de belangen van Nederlanders onder de 35 jaar te behartigen. Een coup van een groep mensen die zich onvoldoende vertegenwoordigd voelde.

Het Ministerie van Binnenlandse Zaken en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten kwamen hierna met het driejarige programma Democratic Challenge, gericht op vernieuwing van de lokale democratie, een drie jarig programma dat nieuwe democratische experimenten faciliteert.

Lokaal

Ook onze gemeente ging deze challenge aan en ging als een moderne Diogenes met een symbolische lamp op zoek naar de participerende burger en vertaalde de challenge in een thematisch raadsakkoord 2018 – 2022 met als titel ‘Maak het. ….. in Heerenveen.’ De Raad trok hiervoor jaarlijks 1 miljoen euro uit.

In 2018 werden honderden inwoners, ondernemers, vrije denkers, ambtenaren en politici uitgenodigd om deel te nemen aan het zogenaamde G1000-overleg rond het thema ‘herinrichting van het Centrum van Heerenveen’.

Ook ik werd hier voor uitgenodigd.

Hieronder mijn beleving van het G1000-proces.

Op 9 februari werd er voor en met 400 deelnemers een Burgertop georganiseerd. Doel: met elkaar in een open discussie over de Centrumrevitalisering van gedachten wisselen.

De organisatie van deze massabijeenkomst maakte een goede indruk. Verdeeld over diverse tafels stonden thema’s aangegeven, waar je bij aan kon schuiven.

Na afloop werden de voorstellen uit dit tafelgesprek verzameld en gerubriceerd rond het hoofdthema. De aanwezigen konden daar een waardering aan geven. De voorstellen met de hoogste waardering werden tot kernpunten gebombardeerd.

Deze kernpunten moesten door de diverse werkgroepen in een aantal weken, met of zonder ondersteuning van interne en externe deskundigen, nader worden uitgewerkt in een concreet plan van drie A4-tjes en een PowerPointpresentatie van 1 minuut.

De dynamiek van dit groepsgebeuren was hoogst interessant om waar te nemen. Er waren ‘Trekkers’ benoemd die de gesprekken en de concretisering moesten initiëren. Wat hun precieze status was, werd mij niet duidelijk: voorzitter van het overleg, gespreksleider. Of was dat eerder mijn behoefte aan structuur?

Er was ook een vrijwilliger die notuleerde. In de groep waren initiatiefnemers en volgers, luisteraars en criticasters. Besluiten werden bij meerderheid genomen. Bij te weinig respons vanuit de deelnemers, werden de afwezigen door de notulist benaderd en werd daardoor de vorming van de meerderheid soms beïnvloed.

Men probeerde elkaar zoveel mogelijk gespreksruimte te geven, waardoor de overlegtijd niet altijd efficiënt en effectief gebruikt. Niemand durfde daarin de leiding te nemen. Ook ontstonden er kleine een-op-een controverses, waar niet goed op in werd gegrepen. Al met al heel boeiend om mee te maken.

Op 25 mei werden de voorstellen geselecteerd en aan de Burgerraad voorgelegd.

De Burgerraad stelde vast dat daarvan 47 voorstellen de moeite waard waren om aan de Gemeenteraad voor te leggen.

Hoe gaat de gemeenteraad nu met deze voorstellen om?

Deze vraag loopt bij de meeste deelnemers parallel aan de betrokkenheid bij de voorstellen. Om dit te volgen wordt een Monitoringgroep samengesteld. Hoe deze te werk zal gaan moet nog worden vastgesteld.

Evident is wel dat de aanpak van de Raad kritisch zal worden gevolgd en de eindresultaten mede bepalend zullen zijn voor het dichten van de kloof tussen de politiek en de burger.

(Tekst Cor Netten)