Recensie: De redeloze tekeningen van Hans Niemeijer

HEERENVEEN - Jurjen K. van der Hoek stuurde een recensie over de tentoonstelling titelloze tekeningen van Hans Niemeijer die tot en met 22 september is te zien bij Museum Belvédère.

Hieronder zijn tekst.

Kan kunst pornografisch zijn. Kan kunst zo aanstoot gevend zijn dat ik me ervoor schaam. Of dat ik gegeneerd een andere kant uit kijk wanneer ik er tegenaan loop. Stel je voor dat iemand anders ziet dat ik ernaar kijk. Dat ik er belangstelling voor zou kunnen hebben. Stel je voor!

Dan verschilt het nog in hoeverre bloot aanstootgevend is, want daarover gaat het dan. Een model dat naakt is afgebeeld, op doek of in steen, wordt als acceptabel aangemerkt – schone schijn. Maar een instituut als Facebook bijvoorbeeld kan dit juist niet accepteren, omdat daar een geautomatiseerde grote gemene deler over de geplaatste mededelingen draait. Wanneer een mensenoog er naar kijkt kan die ontblote tepel vaak weer wel door de beugel.

En is het afbeelden van een geslachtsdeel meer choquerend dan een portret. Ja, eigenlijk wel. Maar waarom? Beide zijn delen van een lichaam. Het ene kan en het andere niet. Het is ook te beschouwen als abstract gegeven, een kunstzinnige weergave van een dieper liggende lading. Maar toch blijft de zichtbare werkelijkheid in de weg staan. Hoewel de kunstenaar er een andere bedoeling mee heeft dan wat de beschouwer in eerste instantie ziet. Maar moet het dan met deze middelen, is de vraag. Waarom niet, kan het antwoord zijn. Waarom wel een vinger en geen penis, waarom wel de mond en geen vagina. Het afbeelden van geslachtsdelen mag zolang het de schoonheid van het lichaam compleet maakt, het verheerlijkt in alle hoedanigheden en verschijningsvormen. Maar dan wel volgens de algemeen aanvaardbare esthetiek. Zodra dit het overstijgt of juist in banaliteit de loef afsteekt, is het onbehoorlijk.

Hoe bekijk ik de tekeningen van Hans Niemeijer. Delen uit de serie “Roos van vlees” hangen in een kabinet van Museum Belvédère. Alle zijn zonder titel, maar spreken in uitbeelding boekdelen. De tekeningen zijn in de woelige jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw gemaakt. Een periode dat alles ineens kon en moest kunnen. In die tijd zullen ze revolutionair geweest zijn, qua afbeelding en onderwerp. Maar ook weer geheel in de sfeer van de jaren, toen.

Een automatisch beelden, een vrij tekeningen van het onbewuste zonder correctie van de rede. De surrealistische tekeningen zijn onberedeneerd ontstaan. Niemeijer had geen vooropgezet plan, maar wel een doel voor ogen. Hij wilde met een klare lijn, luid en duidelijk, de verwarrende wereld van zijn tijd in beeld brengen.

En waar het hart vol van is loopt de mond van over, luidt het spreekwoord. Maar dat is wel heel erg kort door de bocht in deze beschouwing. Omdat de maatschappij in die onstuimige periode een revolutionaire omslag maakte leken de waarden en normen losgeslagen. Dus om die wereld te karakteriseren grijpt een kunstenaar gemakkelijk naar de genetaliën. Om af te schrikken, te kwetsen en in de war te brengen. Op die manier glashelder aanschouwelijk te maken wat er aan de hand is.

De kunstenaar improviseert niet. Zijn gedachten gaan dan wel aan de haal met zijn hand waarin de tekenpen de lijnen zet zoals deze bij hem opkomen, zonder dat het compositair klopt. Niemeijer spreekt zijn onbewuste aan, maar beheerst het vak tot in de puntjes zodat hij bewust de tekening uiteenzet. Het resultaat zijn cartooneske verbeeldingen, humoristische tekeningen van lichaamsdelen die uit schaamte meestal worden bedekt. En bewust overtroef ik mijn schaamte en beschouw aandachtig de wereld van Hans Niemeijer.

(Tekst en foto’s Jurjen K. van der Hoek)