Recensie: De vorsende blikken van schilder Rudi Stuve

HEERENVEEN - De tentoonstelling ‘De aanloop’ met tekeningen en schilderijen van Rudi Stuve uit de periode 2009 tot 2017 is tot en met 30 september te zien in De Pronkkeamer van Museum Heerenveen.

Jurjen K. van der Hoek schreef een recensie. Hieronder zijn tekst.

Ik voel me opgelaten in de Pronkkeamer van Museum Heerenveen, Ogen staren me aan, volgen iedere stap die ik zet. Is het de blik van de kunstenaar wanneer ik zijn werk kritisch beschouw? Nee niet, want Rudi Stuve schildert onpersoonlijke personen in de massa, die de wereld bekijken. De schilderijtitels spreken over een nadenken, een mijmeren, het peinzen. Ook kijken de figuren wel weg, een diepe einder in ergens buiten beeld en langs mij heen. Maar altijd met een verwezen, bijna lege blik. Door het leven verlaten ogen, lijkt het.

Het gaat om het zien, het kijken. Het gezien worden, het terugkijken. In de stilte van het ongegeneerd kijken heerst er een abstract rumoer. Want de achtergrond is gekwast in heldere steunkleuren als een behangsel aan de muur. Het is een lijdzaam afwachten lijkt het wel. Een afwachtende houding op wat komen gaat. Er is geen relatie tussen de personen, en al helemaal geen samenspraak. Monden zijn gesloten, maar vallen ook wel verbaasd open. De ogen zijn open, maar de blik is gesloten.

Ik zie het aan, wordt blij van het kleurgebruik en de penseelvoering, maar krijg geen contact met het werk. Vooral de details die niet meteen opvallen, maar bij nadere beschouwing opdoemen, zijn het meest interessant. Zo zie ik een schreeuwer in de menigte, een vlammenzee, een gekruisigde gestalte en een buitenaards figuur. In de gefragmenteerde vlakvoering trekt dat zoeken mij naar binnen in het werk. Maar er is een ander werk dat een enkele blik laat zien, en waarin de emotie zich in de kleuren nestelt. Bij “Stairing” is de massa verdwenen in nevel en is er weinig sprekende kleur. Juist dit mistige karakter spreekt goed aan. Er is een schreeuw om aandacht in de eenzame verlatenheid.

Gaat Stuve werkelijk het abstracte vormen in, dan voert hij een heerlijk spel met kleur en vlak. Een lust om naar te kijken. In dit abstracte denken is de verpersoonlijking losgelaten. Het zijn niet te bedachte composities, maar wel bedachtzaam opgetekend. En toch doemt daar wel weer ergens een gezicht op, een bedachtzame blik. Zijn beeldmerk. Intuïtief in het kader gezet.

Is niet het hele gelaat te zien, maar enkel een forse neus met daaronder een van het doek vallende mond met daarbij een vorsend stel diepliggende ogen, dan is de blik meer heftig, meer doordringend. De olieverf druipt over het linnen. Er is een inspirerende lichtwerking. Maar de compositie lijkt onaf in de ruige opzet. Ik kan aanvullen, letterlijk en figuurlijk. Het is echter geen werk voor boven mijn bank, want ik word overal in de kamer gezien bij alles wat ik doe.

Meest in het oog springend in deze tentoonstelling zijn de ruw houten planken die Stuve deels heeft beschilderd. Ongeklede vrouwfiguren lijken te verdrinken in hun eigen bruisende gedachten. De vrouw is een gestalte, zonder al te veel detaillering, die door een kracht van beneden de diepte in wordt getrokken. Maar ook kan ze zich juist ontworstelen om van die diepte boven te komen. In de figuur is geen kracht merkbaar, het lichaam hangt willoos naar beneden. Maar het heeft een onmiskenbaar kunstzinnige kracht.

Zie ook weblog KUNST-stukjes: jurjenkvanderhoek.tumblr.com

(Tekst en foto’s Jurjen K. van der Hoek)