Nogal wiedes | Neusbijholteoperatie

Je hebt voorhoofdsholtes, kaakholtes, zweefbeenholtes en de gewone neusholte. Ik kende ze niet allemaal. Nu wel. De mijne zaten propvol. Mijn kno-arts en ik besloten na enige aarzeling tot een neusbijholteoperatie. Ik aarzelde, zij adviseerde. Zo’n neusbijholteoperatie - mooi dicteewoord - geschiedt onder algehele narcose.

Net als bij autorijden en vliegen stuur ik liefst zelf. Als je toch in een auto zit, kun je maar beter zelf rijden, vind ik. En in een vliegtuig vrees ik dat juist míjn vliegtuig wordt bestuurd door die bejaarde, beschonken, suïcidale piloot wiens brevet bovendien ruimschoots verlopen.

De anesthesiologische handelingen moeten via een digitale LOI-cursus toch snel te leren zijn, dunkt me. Moeilijkheid is wel om vervolgens ook zelf de operatie adequaat uit te voeren. Ik moest mij overgeven. ,,Hebt u een vaste hand?”, vroeg ik haar. ,,Héél vast”, antwoordde ze resoluut. ,,Tot dusver ging alles naar wens, geen ernstige complicaties.”

Ik knikte. Ik durfde niet te informeren of ik wellicht pas de tweede patiënt was die zij ging opereren. En dus meldde ik me op het afgesproken opnametijdstip. Je voelt je meteen patiënt.

Ik werd meteen in bed gestopt, ook al stond de operatie pas twee uur later gepland. Ik moest mijn kleren en schoenen opbergen en ‘operatiekleding’ aantrekken, een katoenen hansopje. Je moet een geoefende acrobaat zijn om de rugsluiting dicht te krijgen.

Gelukkig hielden alle neusbijholtes zich gedeisd. Daarna doodde ik de tijd met lezen en toiletbezoek. Toen ik mezelf in een spiegel zag - operatiejurkje, blote benen, pantoffels - besloot ik dat één keer toiletteren wel genoeg was.

Niet veel later was ik ver heen en droomde ik van slijmvliezen die straks allicht zouden denken ‘aha, al die schone holtes gaan we weer ’s lekker volproppen’. Hulde trouwens voor al die vriendelijke, zorgzame Tjongerschansmedewerkers. Als jullie met bedden naar het Malieveld willen, bied ik mij aan als patiënt-vrijwilliger.

(Tekst Rob Kerkhoven)