FOTO’S | ‘Smid’ Jan de Jong, leider van verzet in oorlogstijd

HEERENVEEN De komende weken neemt de stichting Werkgroep Oud-Heerenveen (sWOH) de lezers van de Heerenveense Courant mee in verhalen over wat zich afspeelde in Heerenveen tijdens de bezetting en de bevrijding, 75 jaar geleden.

Deze week vertelt Wietske Brouwer-De Jong, op uitnodiging van de sWOH over de rol van haar vader - smid Jan de Jong - en zijn metgezellen in het verzet tijdens de oorlogsjaren.

Smid De Jong, zoals hij algemeen bekend stond, nam in het verzet van Heerenveen en omgeving een leidende positie in en speelde onder meer een centrale rol in de hulp aan het joods echtpaar Tof en zoontje Moritz. In augustus 1942 bracht hij de familie in veiligheid.

Daarvoor werd Jan de Jong postuum geëerd met de Yad Vashem onderscheiding, die zijn zoon Wiebe op 15 maart 1985 in ontvangst mocht nemen van de vrouw van de Israëlische ambassadeur. Wiebe deed net als dochter Alie koerierswerk en fietste samen met zijn vader zo onopvallend mogelijk over het Friese platteland.

Sophia Verhagen

Jan heeft samen met Sophia Verhagen, zij was lerares Engels op de Rijks H.B.S., de Amerikaanse piloot Reilley opgehaald en in veiligheid gebracht bij boer Akkerman in Rottum. Hij woonde midden in New York, maar kon gelukkig wel fietsen.

Drie bemanningsleden van de op 7 mei 1944 neergestorte B17 bij Nijeholtwolde zijn eveneens gered. Jan de Jong kreeg daarvoor van de Amerikaanse generaal, de latere president Eisenhower een onderscheiding. De andere inzittenden zijn helaas in handen van de Duitsers gevallen.

Smid De Jong was een bekende Heerenvener. Hij kende veel mensen en iedereen kende hem. Een bescheiden man, die als verbindende factor de ondergrondse activiteiten vorm gegeven heeft en er vaak persoonlijk op uit trok om mensen een plek te geven.

Onderduikadressen

Er waren meerdere onderduikadressen, bijvoorbeeld richting De Knipe, waar Hendrik Marcus de Jong (‘Hare Majesteit’) een belangrijke rol vervulde. Ook in Rotstergaast, waar boer Hendrik Hazenberg en zijn vrouw Anne veel onderduikers herbergden.

Jan heeft met hulp van zoon Wiebe bij Veensluis in De Knipe, Jelle Duursma, die ook een belangrijke positie had binnen de Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten (NBS) opgehaald en naar de Gaast gebracht.

Hij was opgepakt door de Duitsers en bij zijn vlucht uit een vrachtauto gewond geraakt. Dat speelde zich af op Dolle Dinsdag (5 september 1944).

1081 personen

Uit documenten blijkt dat in de periode van het verzet in Heerenveen 1081 personen waaronder veel joden in veiligheid zijn gebracht. Met veearts Harm Hofkamp kon Jan de Jong onopvallend per auto boeren een bezoek brengen. Hij was immers hoefsmid en moest mee om de paarden rustig te houden. De Duitsers zouden hen op die manier wel ongemoeid laten.

Ook waren er contacten met Sneek. Er waren eerst verschillende groepen actief, later werd dat tot een geheel gesmeed. De samenstelling van de illegaliteit in Heerenveen was representatief voor de verschillende gezindten en politieke partijen.

Belangrijke figuren

Belangrijke figuren in de groep Heerenveen waren schoenwinkelier Henk Steenwijk (financiën), koster van de Gereformeerde Kerk Lambertus Koopmans (Grote Bertus), Hendrik Markus de Jong Bontebok), Roelof Vis (Bovenknijpe), maar ook anderen. Er waren besprekingen met de afdeling Leeuwarden, waarvan Jelle Duursma deel uit maakte.

Wapendroppings werden door politiemannen geregeld, vaak werden de wapens verstopt in betonnen bakken op een kerkhof. Dat liep niet in de gaten en daar kwamen de Duitsers niet.

Toch ging er wel eens iets mis. De Jong werd op weg naar een bespreking over de bekende Overval op de Blokhuispoort in Leeuwarden door verzetsmensen in Akkrum uit de trein gehaald. De Sicherheitsdienst (SD) was kennelijk getipt en stond hem op te wachten in Grou. Hij moest toen tijdelijk onderduiken in Soarremoarre bij Aldeboarn.

Knokploeg

Door de Knokploeg (KP) zijn nog wel twee mensen uit de gevangenis Crackstate gehaald. Later is overwogen om meer verzetsmensen te bevrijden, maar een grote overval werd toen te riskant geacht.

Er waren teveel Duitsgezinde bewakers en het aantal van 135 gevangenen, waarvan 35 verzetsmensen was te groot. Vlak voor de bevrijding van Heerenveen op 15 april, heeft bakker Gerlof de Wolf met zijn knecht Hendrik Kooy de gevangenen bevrijd. Het gebouw was inmiddels verlaten door de 40 SD’ers en Landwachters, maar het bleef een riskante operatie.

De bevrijding door de Canadezen is overigens betrekkelijk rustig verlopen, er waren weinig oorlogshandelingen. Toch zijn er slachtoffers gevallen, waaronder Sieger van der Laan, die bij de onderhandelingen onverwacht werd doodgeschoten. De Jong voelde zich hiervoor verantwoordelijk en heeft daar veel wroeging over gehad.

Crackstate

Hij kreeg als Gemeente Commandant de opdracht om de pas aangestelde NSB-burgemeester en andere mensen, die samengewerkt hadden met de Duitsers op te sluiten in Crackstate. Hij heeft toen samen met Jelle Duursma, Ekke de Haan verzocht om waarnemend burgemeester te worden.

Daarna werd de Jong in 1946 de eerste secretaris van de afdeling Heerenveen van de Partij van de Arbeid. Hij was tot zijn overlijden gemeenteraadslid voor deze partij.

De rol van deze bijzondere man, die als Gemeente Commandant (GeCo) in het laatste jaar van de oorlog belangrijke beslissingen moest nemen is lange tijd onopgemerkt gebleven. Een bescheiden mens, die belangrijk was in al zijn functies, verdient het echter om blijvend herinnerd te worden.

Plots overleden

Jan de Jong werd geboren op 20 maart 1899 en overleed plotseling op 9 november 1958. Hij had een smederij met paardenbeslag en een winkel met kachels en huishoudelijke artikelen op de Dracht 73-75. Hij had vele functies in het maatschappelijke leven en bij zijn afscheid in de hervormde kerk was zeer veel belangstelling.

Hij was getrouwd met Antje Prins , die overleed in 1941 en Jan bleef achter met vijf kinderen. Na de oorlog hertrouwde hij met Teatske Mollema en kreeg een dochter Wietske en een zoon Jouke.

(Tekst en foto’s stichting Werkgroep Oud-Heerenveen)