Van het Joodse gezin Leefsma keerde niemand terug naar Heerenveen na de Tweede Wereldoorlog

​HEERENVEEN In de Heerenveense Courant van 1 april werd de teloorgang van de Joodse gemeenschap in Heerenveen in de Tweede Wereldoorlog beschreven. Ditmaal volgt Henk Kok van de stichting Werkgroep Oud-Heerenveen (sWOH) de geschiedenis van het gezin van Gerrit Leefsma en Reina van Dam uit de Asterstraat 17.

Gerrit Leefsma  was oorspronkelijk afkomstig uit Gorredijk en stam uit een geslacht van handelaren in textiel. Stamvader van de Leefsma’s van David Levi, die zich rond 1750 in Gorredijk vestigde. Bij de naamaanname In de Napoleontische tijd werd de Joodse naam Levi ‘verfriest’ tot Leefsma.  

In 1907 trouwde Gerrit Leefsma met Reina van Dam en begonnen ze een manufacturenzaak in de woonplaats van Reina, Noordhorn/Groningen. Daar kregen zij twee zonen: Heiman Philip in 1908 en Abraham Benedictus in 1909. Enkele jaren later werd de zaak verplaatst naar Oosterwolde, waar zij in 1911 hun derde zoon Izaak kregen en vervolgens in 1917 nog een dochter Magalina Beeltje.

Lindegracht

In 1931 vertrok het gezin naar Heerenveen waar Leefsma een zaak in textiel begon aan de Lindegracht. Begin 1939 droeg hij de zaak over aan zijn zwager Samuel Wolf, die getrouwd was met Leefsma zijn zuster Sara.

Het gezin verhuisde van de Lindegracht 13 naar de Asterstraat 17. De tweede zoon Abraham trouwde op 5 juni 1938 met Matje Wolf en ging aan de Badweg 8 wonen. Begin 1939 verhuisden ze naar de Langewal 48 in naar Gorredijk, waar op 28 april 1940 hun zoontje Isaac Gerrit Heiman (roepnaam Ies) werd geboren.

De Duitse bezetting

Op 11 mei werd Heerenveen bezet door de Duitse bezettingsmacht. Al snel ondervond de Joodse gemeenschap in Heerenveen dat van de Duitse bezetter weinig goeds te verwachten viel. 

In november werden alle Joodse werknemers in overheidsdienst ontslagen. In januari 1941 moest iedereen die een, twee drie of vier Joodse grootouders had zich verplicht laten registeren.  

Vanaf 12 mei 1942 moesten Joodse burgers met vier Joods grootouders en/of bij een Joods kerkgenootschap aangeslotenen verplicht de gele Davidsster met het opschrift ‘Jood’ op hun bovenkleding dragen.

Deportatie Heiman, Izaak en Abraham

In juni 1942 moesten Joodse mannen tussen de 18 en 48 jaar zich melden voor werkkampen die in oktober van hetzelfde jaar werden opgeheven. De bewoners werden overgebracht naar het doorgangskamp Westerbork.

Op 14 april 1942 had de familie Leefsma nog hun 35-jarig huwelijksfeest gevierd aan de Asterstraat. Daar werd het hun af en toe al angstig als Duitse militairen door de straat marcheerden naar het toenmalige badhuis dat zich naast de woning van de familie Leefsma bevond.

Een half jaar later bevinden de broers Heiman, Izaak en Abraham zich in Westerbork. Abraham had zich vrijwillig voor een werkkamp aangemeld in de hoop dat zijn vrouw en kind met rust zouden worden gelaten. Helaas een vergeefs offer.

Vanuit Westerbork zijn een aantal brieven van Abraham naar zijn vrouw gesmokkeld waarin hij waarschuwde niet naar Westerbork te komen. Izaak en Heiman kwamen respectievelijk op 21 april in Auschwitz en op 23 april in Sobibor  om het leven komen, 32 en 35 jaar oud.  Abraham kwam op 7 februari 1945 in Gross-Rosen om het leven, 36 jaar oud.

Overige familieleden

Magaline Leefsma trouwde op 5 augustus 1942 met Eduard Leverpoll uit Lochem. Het huwelijk zou kort duren. Amper twee maanden later werden Magalina, haar man en schoonmoeder - die weduwe was - vanuit Lochem overgebracht naar Westerbork.

Vanuit Westerbork werden zij doorgestuurd naar Auschwitz, waar na een helse reis van drie dagen Magalina en haar schoonmoeder meteen na aankomst op 29 oktober 1942 in de gaskamer werden omgebracht. Eduard zou op 28 februari 1943 het leven laten. Magaline werd slechts 25 jaar.                       

Crackstate

Op 16 november 1942 kregen Gerrit en Reina Leefsma het bevel zich te melden bij de poort van Crackstate. Ze doken onder, maar werden uiteindelijk gearresteerd, naar Westerbork overgebracht en doorgestuurd naar Sobibor waar ze beiden op 25 augustus 1943 werden omgebracht 60 en 63 jaar oud. 

Matje Leefsma-Wolf en Ies

Matje besloot met haar zoontje onder te duiken. Matje kwam terecht in Scharnegoutum en Ies na wat omzwervingen in IJlst.

Matje werd verraden en via Westerbork naar Auschwitz overgebracht, waar zij op 31 augustus 1944 in de gaskamer omkwam.                                    

Ies overleeft als enige en bleef na de Tweede Wereldoorlog bij een gereformeerd gezin in IJlst wonen.

Via deze link is het persoonlijke verhaal van Ies te horen.

(Tekst Henk Kok, sWOH)