Wie betaalt de medailles van Sven en Sjinkie?

Wie gouden medailles wil, kan geen zwarte cijfers schrijven, zeggen experts over de exploitatie van Thialf. De ijstempel moet kiezen: wil hij alleen topsporters op de baan, dan betaalt hij daar een rekening voor.

,,Het is een illusie’’, zegt technisch directeur Maurits Hendriks van NOC-NSF. ,,Gouden medailles komen niet met zwarte cijfers. Wij investeren in Nederlands succes. Dat vraagt investeringen van ons.’’

En ‘ons’? Dat zijn volgens Hendriks alle betrokkenen bij Thialf. De provincie, de gemeente Heerenveen, de KNSB, NOC-NSF en Topsport Noord, het noordelijke ontwikkelcentra van topsporters: iedereen die wil dat ‘onze’ sporters het hoogst haalbare bereiken. Hendriks’ boodschap tijdens een speciale expertmeeting was gisteren ook duidelijk: alleen samen betalen we de rekening voor de nieuwe medailles van Nederlandse schaatsers en shorttrackers.

Dat beeld staat haaks op het gevoel in Provinciale Staten. Statenleden denken: wij als Fryslân hebben al ruim 50 miljoen euro bijgedragen aan het nieuwe Thialf. Nu is het de beurt aan de sportbonden en de overheid. Over twee weken besluiten de Staten over een bijdrage van weer eens 2 miljoen euro om de voorkomen het ijsstadion in geldnood komt. Maar het financiële gevaar is daarna allerminst verdwenen.

<i>‘Wij hebben misschien nog wel grotere zorgen dan Thialf op dit moment’</i>

,,Wij kunnen niet meer betalen dan dat we nu doen’’, was Herman de Haan van de KNSB duidelijk. Volgens hem draagt de schaatsbond jaarlijks voor 1,8 miljoen euro bij aan de exploitatie van Thialf. Het gaat om stadionhuur en trainingsuren voor teams. ,,Dat is 54 procent van de exploitatie van Thialf.’’ De KNSB zit – net als Thialf – ook in zwaar weer. Door de coronacrisis haakte de nieuwe hoofdsponsor af. ,,Wij hebben misschien nog wel grotere zorgen dan Thialf op dit moment.’’

In 2011 betaalde NOC-NSF 70.000 euro mee aan Thialf. Het bedrag staat tien jaar later op 400.000 euro. ,,Onze inbreng is vervijfvoudigd’’, aldus Hendriks. ,,Geld dat van de overheid komt.’’ Oftewel: wij dragen ons steentje bij, sprak Hendrik.

Thialf-directeur Marc Winters zag het met lede ogen aan. Hij moet schipperen tussen topsport, breedtesport en het organiseren van evenementen om zijn exploitatie rond te krijgen. Keuzes maken kan hij niet zelf: hij werkt met een lege portemonnee.

Thialf moet moet betaald worden

Winters zegde dit voorjaar nog een groot evenement af, een week voor de finale van de World Cup. ,,Het zou ten koste gaan van de kwaliteit van het ijs. Ik wil geen boze Svennen en Kjelden in mijn kantoor.’’ In het najaar zag hij hoe snel schaatsers van het ijs gingen toen er kinderen klaarstonden achter de boarding. ,,Bang om verkouden te worden, zo vlak voor het seizoen.’’

Hij opperde het gevoel: ,,Niet alleen schaatsers zijn het kind van de rekening, Thialf is dat ook.’’ Wil je alleen maar medailles, dan gaat het ten koste van de bedrijfsvoering van Thialf. Maar: Thialf moet betaald worden. Sportmarketeer Frank van den Wall Bake raadde Thialf en de aandeelhouders aan: kies, óf topsport, óf breedtesport ,,Maak keuzes. Recreatie en topsport gaat niet onder één dak. En de consequenties moet je met z’n allen dragen. Alleen zo draag je bij aan succes.’’