Recensie | 'De kunst van wegvloeien en terugpakken'

​JUBBEGA Kunstlokaal No.8 aan de , Schoterlandseweg 55 in Jubbega toont tot en met 28 juni de expositie ‘Wieren en Wadden’ met werk van Flos Pol en Hein van Delft. Jurjen K. van der Hoek schreef een recensie. Hieronder zijn tekst.

Kunstlokaal No.8 brengt een tentoonstelling waarin de wind ruist en ik het water hoor stromen. Een vogel krast van buiten in deze sfeer mee. Wieren en Wadden. Een meeuw komt krijsend voorbij. Werk van Flos Pol en Hein van Delft. In Jubbega. 

Micro leven en macro weidsheid. Binnen de kaders van het kunstlokaal. Het drooggevallen land dat openspringt onder schrale zonnestralen, de verdwaalde verdorde algenslierten die verstrikt raken in elkaar - dit als inspiratie voor de kunst. Organische vormen en levende structuren. Is Pol vooral bezig met het natte zijn in en onder water, Van Delft is op het droge doende waar het water zich heeft teruggetrokken.

De algenvormen die Flos Pol gebruikt in haar werken dansen op stromingen in ondiep water. Het wiergroen en waterblauw vormt een landschappelijk beeld dat meestal ongezien onder het natte oppervlak zich een eigen wereld leeft. Ordeningen die de natuur achterlaat in door mensen gespannen draden. Afrasteringen die het vocht van rivier, sloot en plas, de zee, moet bedwingen. De wind lacht erom en stuurt het plastic en gerafeld touw over de golven landinwaarts. 

De acrylverf op het papier en de olieverf op linnen vormt zich naar de nerven van de bladen, de structuur van de natuur. Als zijn ze daar vanzelfsprekend ontstaan en niet kunstmatig gemaakt. In een impressieve expressiviteit is de natuur naar aard en karakter in beeld gezet. Door de verantwoording, het beschrijvend omschrijvende, wordt het beeld tot vegetatie. 

Maar beter is het te aanschouwen als verbeelding op zich zonder voorstelling te zijn. Het heeft altijd inhoud al heeft het geen figuratieve weergave. In de groene vlakken en lijnen is herkenning. De beweging is zichtbaar en geeft houvast voor de blik om werkelijkheid te bespeuren.

Maar bruine lijnen en gele vlekken graven dieper in de materie. Als nerven waaromheen het blad is weggerot. Een wirwar van zijn, dat allengs in beeltenis meer eenvoud krijgt. De complexiteit van de natuur wordt zakelijk versimpeld tot een herkenbare vorm, iets wat ergens op lijkt. Maar dat doet afbreuk. Het zijn mooie veelzijdige vormen die monumentaal in beeld staan. Een afgerond geheel dat niet buiten het papier valt. Geen snapshot, maar een portret. Een levensschets van een ruimtelijk figuur in het platte vlak.

Hein van Delft gebruikt de klei zoals moeder natuur haar bedoeld heeft. Robuust brekend onder weersinvloeden. Dwars gebarsten en tegendraads gespleten. Dat is wat wind en zon met de aarde doen wanneer het is drooggevallen. Die ingedroogde grond portretteert de kunstenaar. 

Met die scheuren maakt hij echter een nieuwe vormgeving die laat denken aan de werkelijkheid. Zo niet te zien in de buitenruimte, dus geen spadesteek uit de dorre modder. Maar de natuurlijke waarde gebruikt in de kunst. Het breken gaat naar het schijnt ongestructureerd. Maar ook ordelijk langs getrokken lijnen. Hein speelt met de uitdroging. Ook in een spel waar regelmaat in vierkantjes zit opgesloten. Een voetspoor in de zilte bodem, een biologische afdruk. 

Het werk van Van Delft is een subtiele vormgeving die de blik biologeert. Ook in de schijnbare dwarsdoorsnede van het wad heerst leven. Het voortdurend maar wegvloeien of terugpakken. In een variatie op het thema is het breken gevat in lijnen. Daar is de herkomst losgelaten en dient enkel nog als inspiratie. Hier is iets kunstzinnigs aan de hand. De oorsprong is kwijt, een eigen wereld ontstaat.

Ps. Bijna gemist. Aan de muur hangt afgelegen boven ooghoogte een ruimtelijk object. Gevlochten draden vormen zogezegd een kledingstuk voor een kwal of andere slijmbal. Pol gaat hier van het platte vlak de ruimte in. Een vorm uitgespuugd door de maatschappij en aangespoeld in de kunst.

(Tekst Jurjen K. van der Hoek)