De Buitenkans onderdeel van experiment Rijk met flexibele onderwijstijd

HEERENVEEN De Buitenkans is een van de twintig basisscholen die vanaf 1 januari 2021 vijf jaar lang meedoen aan ‘Ruimte in Onderwijstijd’. Dat is een experiment van het Rijk om te onderzoeken of een flexibele onderwijstijd de kwaliteit van het onderwijs verbetert.

Dat de basisschool uit Heerenveen de kans krijgt om te experimenteren met flexibele schooltijden noemt Theo Rinsma, directeur van de Buitenkans, niet vreemd: ,,Wij hebben een vernieuwende kijk op onderwijs en laten ons leiden door wat kinderen willen leren vanuit hun eigen interesse.” De Buitenkans is al vijftig weken per jaar geopend zodat leerlingen het hele jaar kunnen leren als ze daar behoefte aan hebben.

Tijdens het experiment kunnen leerlingen vakantie nemen wanneer zij daar behoefte aan hebben. Rinsma zegt overtuigd te zijn dat het experiment een positieve invloed heeft op het leervermogen en dat het de kwaliteit van het onderwijs verbetert.

,,De vakanties zijn verspreid, waardoor er minder kinderen tegelijk aanwezig zijn. Er is meer rust en leerlingen kunnen beter gebruikmaken van het gebouw en de materialen. Bovendien krijgen leerlingen betere begeleiding doordat de begeleider maximaal vijf weken niet beschikbaar is.”

Dezelfde aanpak als nu

De aanpak van de Buitenkans en de begeleiding van de leerlingen blijven hetzelfde: vijftig schoolweken met lesdagen 9.00 tot 14.30 uur. Nieuw is het zelf indelen van de 975 uur verplichte lestijd.

Voorheen telden de uren tijdens reguliere schoolvakanties niet als onderwijstijd, dat is nu anders. Begeleiders, ouders en de leerlingen kunnen het aantal uren terugvinden in Spectrovita. Dat is het leerlingvolgsysteem van de school. De basisschool is alleen gesloten op nationale feestdagen, studiedagen en tijdens de kerstvakantie.

Van 2011 tot 2018 experimenteerde het Rijk al met flexibele onderwijstijden voor het basisonderwijs. Naar aanleiding hiervan zijn nieuwe voorwaarden opgesteld, om goed onderwijs te kunnen blijven garanderen.

Het uitgangspunt is dat scholen mogen afwijken van de normale vakanties en de schoolweek van vijf dagen. Daarnaast mogen professionals, zonder bevoegdheid om voor de klas te staan, maximaal honderd uur per jaar lesgeven. Zoals een vakspecialist in muziek of programmeren.