Recensie | ‘Meermalen op puntje van mijn stoel bij boek De duivel ligt altijd op de loer’

HEERENVEEN Harry de Jong bracht onlangs het boek ‘De duivel ligt altijd op de loer’. Jurjen K. van der Hoek schreef een beschouwing.

Hieronder zijn tekst.

Een lijvig boek, als de bijbel dik is. Maar is het de bijbel van de rock and roll, die uitgave ‘De duivel ligt altijd op de loer’ van popjournalist Harry de Jong. Het dreigt een bestseller te worden, dat wel. De tweede druk is al van de persen gerold inmiddels. Het is meer een handboek, een gids door muziekland dan dat het de heilige schrift is. Het geloof komt regelmatig langs, als een afrekening met het verleden van de schrijver zelf? Maar god heeft Harry nooit te spreken gekregen. In het evangelie naar Harry komt Bob Dylan namelijk niet aan het woord. En Elvis Presley was dan weer voor zijn tijd. Vele andere sterren aan de muziekhemel passeerden echter wel zijn opname apparaat. Maar de grote Bob weigert tot op dit moment van zijn pilaar te komen.

Er is voldoende lezend te genieten in ‘de duivel’. Daarin staat een selectie afgedrukt uit de vele gesprekken die Harry de Jong had met muzikanten. Een bloemlezing van Cliff Richard tot Leonard Cohen via Dolly Parton. Het boek is ingedeeld naar thema’s, zoals de oerknal van de rock and roll, zij schreven pophistorie en tienersterren. Door de gesprekken leert de lezer niet alleen artiesten als John Lee Hooker, Mark Knopfler en Neil Young kennen, want Harry opent deuren die anders hermetisch gesloten zouden blijven - voor mij. En hij slaat hier en daar onbekende boekjes open. Ook laat Harry zichzelf door de verhalen kennen. Want de rode draad door de verhalen is hijzelf.

De titel van het boek is genomen uit een gesprek met Ray Manzarek, de keyboardspeler van de legendarische band The Doors. Wanneer iemand pophistorie heeft geschreven is het deze groep wel. Harry bezocht het graf van voorman Jim Morrison in Parijs. “In wezen zit dus in roem een zaadje dat kan rijpen tot de grote vernietiging”, zegt Ray, “de duivel ligt altijd op de loer om je te verleiden.” De geschiedenis vertelt hoe het afliep met Jim. Zo leidden meer artiesten zichzelf naar de afgrond. Harry heeft nog verschillende van hen gesproken voordat ze het tijdelijke voor het eeuwige wisselden. De meest bekende is dan wel Johnny Cash, waarbij De Jong meerdere malen op de koffie mocht komen en de dubieuze eer had de laatste te zijn die hem een interview heeft afgenomen. Er staat een groot hoofdstuk voor Cash in het boek, de countryster gaat dan ook een heel leven met de schrijver mee. Wie ook veel aandacht krijgt is de Ierse folkgroep The Dubliners. Èn The Rolling Stones, een groep waar Harry eigenlijk niet zoveel mee op heeft. Maar goed, hij heeft het dan ook niet altijd voor het uitkiezen. Het muziektijdschrift is de opdrachtgever en wil ook weleens iets.

De zachtaardige vragensteller weet zich in elk mens in te leven, de artiesten voor zijn microfoon zijn dan ook snel eigen met hem en vertellen meer dan hen eigenlijk misschien lief is. De zielenknijper waar ze hun verhaal en frustratie bij kwijt kunnen. Harry ziet, hoort en verwoordt dat wat zelden langs de boulevard gehoord wordt. Met zijn kennis van zaken, hij is welhaast een lopende encyclopedie op popgebied, weet Harry het meest onuitgesprokene uit de artiesten te trekken. Dat maakt juist deze verhalenreeks zo interessant, het laat de mens achter de ster zien.

Ook de manier waarop het in boekvorm is afgedrukt. Het heeft een kop en een staart – een proloog en een epiloog. Verbindende teksten die de verhaallijn nodig heeft om natuurlijk door te lopen zijn cursief gezet. Daardoor vloeien de hoofdstukken geruisloos in elkaar over en heb ik niet het idee een bundel met korte verhalen te lezen. Zo zit je bij Peter Green aan tafel, en dan ineens ongemerkt is Meat Loaf aan het woord of komen de jongens van Take That met veel rumoer binnen.

Ook wel voert Harry de Jong dwarse verhalen op, de leuk zijn om te lezen maar in deze context nauwelijks kant noch wal raken. Over zijn verblijf bij de Jehova’s of de rit in een konvooi vrachtwagens met hulpgoederen naar Roemenië of het spookhuis van Heerenveen. Artikelen die hij maakte in opdracht van de plaatselijke courant. Want Harry heeft een neus voor sensationele verhalen, voor mensen aan de rand van de samenleving. De ervaren verhalenverteller weet na zo’n afslag echter makkelijk weer op het rechte pad te komen, de draad van zijn persoonlijke zoektocht door 45 jaar rock and roll geschiedenis op te pakken. Het maakt die verkenning bereikbaar. Dicht bij huis, hoewel zijn gesprekspartners van overal maar vooral van ver zijn.

Harry de Jong heeft een aangename manier van schrijven. Minder dan in zijn eerdere verhalenbundel ‘de bezem door Nashville’ echter geeft hij sfeerbeelden van de omgeving waarin hij zich op dat moment bevindt. Dat is jammer, want daar werd ik nog meer de verhalen ingetrokken en scheen ik zijn reisgenoot te zijn.

Maar nu zit ik toch ook meermalen op de punt van mijn stoel bij Mick Jagger die het over religie heeft. Zet mijn bril op scherp wanneer Willy DeVille opbiecht nog kinderlijk in engelen te geloven. Het is niet enkel rock and roll wat er klinkt in het boek, andere facetten als blues en country, heavy metal en folk worden belicht door de artiesten waarmee Harry spreekt. Het is de soundtrack van zijn leven, waarmee bij de uitgave afsluit. Als je aan de hand van zijn muziekkeuze de mens leert kennen, dan ken ik Harry de Jong nu van haver tot gort.

Zie ook het weblog KUNST-stukjes.

(Tekst Jurjen K. van der Hoek)