Nogal wiedes | Excellent

Onlangs was ik tijdens onze vakantie in MuPop, het vermaarde muziekmuseum van Montluçon, een stadje van zo’n 37.000 inwoners in de Franse Auvergne. Het beschikt over een fantastische beeld- en geluidcollectie, daar niet van, maar toch stond ik na anderhalf uur weer buiten.

Je bril beslaat continu door dat mondkapje. En die koptelefoon op je hoofd maakt het pas echt oncomfortabel.

’s Avonds las ik op de website van de Heerenveense Courant dat Museum Belvédère in het verre Heerenveen een structurele provinciale subsidie van 200.000 euro per jaar was toegekend voor een periode van vier jaar.

Eindelijk. En zeer verdiend. Het museum behoort tot de best bezochte kunstmusea van Noord-Nederland en kreeg in het beoordelingsrapport op alle vlakken de kwalificatie ‘excellent’. In de loop der jaren bewonderde ik in Belvédère een aantal prachtige exposities. Ik denk aan ‘Licht en stilte’ van Christiaan Kuitwaard, ‘Ein Wunderland, ein Götterland’ van Paula Modersohn-Becker en mijn favoriet ‘Achter de horizon’, de intrigerende wazige landschappen van Willem van Althuis.

De absolute kraker was twee jaar geleden de expositie ‘Giorgio Morandi | Bologna’. Ik mocht toen een paar keer als vrijwilliger-suppoost aantreden en kreeg daardoor de kans om die potten en flessen (zoals ik ze aanvankelijk wat oneerbiedig bejegende) wat nader te bestuderen.

Naarmate ik langer en vooral intenser keek, steeg mijn waardering voor Morandi’s zalm- en okerkleurige stillevens, zijn spelen met kleur, licht en schaduw, positief en negatief, vorm en tegenvorm.

Ik ontdekte ook dat ik mijn roeping niet was misgelopen: de uren kruipen voorbij. Normaliter zie je de meeste suppoosten in de diverse musea overal ter wereld verveeld rondhangen. Gelukkig vond directeur-conservator Steenbruggen het prima als ik af en toe een praatje aanknoopte met de vele bezoekers. Dat scheelde een stuk.

Han, Corrie, Susan en alle anderen: van harte en nog vele mooie tentoonstellingen toegewenst.

(Tekst Rob Kerkhoven)