De Friese jaren van Charles Gombault

HEERENVEEN In de Heerenveense Courant van 2 juli, 16 juli en 30 juli is van de fotograaf Charles Gombault zijn leven en werk in Oostenrijk, Duitsland, Holland en begin jaren in Friesland aan de orde geweest. Deze aflevering gaat verder over zijn verblijf in Friesland.

Een nieuwe relatie

In Leeuwarden kreeg Gombault na enkele jaren een nieuwe relatie met Aafke Biegel, oorsponkelijk afkomstig uit Boornbergum. Aafke woonde aan de Deinumerstraat, dichtbij de Franekerstraat waar het gezin Gombault/Böttcher woonde. Het liefdespad van Charles Gombault begint overeenkomsten te krijgen met Anton Heyboer, die naast faam als beeldend kunstenaar in de tweede helft van de vorige eeuw nog meer bekend stond om zijn stoet van bruiden.

Bij Aafke Biegel kreeg Charles twee kinderen, Jan Charles en Marie Baukje. Respectievelijk 25 augustus 1928 en 5 maart 1931 geboren. Anders dan de kinderen Böttcher heeft Charles deze laatste twee kinderen erkend, waardoor ze de naam Gombault als achternaam kregen.

Feitelijk had Gombault in Leeuwarden dus twee gezinnen te onderhouden, een gezin met Johanna Böttcher aan de Franekerstraat en een gezin met Aafke Biegel aan de Deinumerstraat.

Werk en andere activiteiten

Naast zijn werk als fotograaf en fotoredacteur ontwikkelde Charles vanaf begin jaren dertig een grote belangstelling voor archeologie en volkskunde. Daardoor kwam hij in aanraking met een groep Friese volkskundigen waaronder Willem Hielkema, Sytze Jan van der Molen, Klaas Sierksma, Reinder Brolsma en Jan Doedes de Jong. De eerste twee waren net als Charles Gombault verbonden aan het Nieuwsblad van Friesland.

Via deze groep kwam hij in aanraking met de ideeën van prof. dr. Herman Wirth, een Duitse taal- en letterkundige van Nederlandse afkomst, die zich met name bezig hield met het ontstaan en vergaan van oude culturen. Na het aan het bewind komen van Hitler in 1933 werd hij hoofd van Das Ahnenerbe, waar een romantische en idealistische voorstelling van oorsprong van de Germanen (en de Friezen) werd geschapen.

Ideeën, waar de reeds genoemde schrijvers, fotografen en dichters als nationalistische Friese onderzoekers graag bij aansloten. Uiteindelijk leidde dit tot de oprichting van de Folkse Wirkmienskip De Friezen, waar Gombault en de andere genoemden deel van uitmaakten. Erg groot is de groep nooit geweest, hooguit werd in Leeuwarden een tiental leden geteld. Gombault zijn belangstelling ging vooral uit naar volkskunst en volksgebruiken.

Een diepgaande studie maakte hij van de hunebedden, prehistorische grafheuvels en zwerfstenen. Over deze materie gaf hij lezingen en verschenen van zijn hand publicaties. Uiteindelijk zou hij 27 juni 1946 aan de Christian Albrecht Universiteit van Kiel promoveren op een proefschrift Das Hunengräber und Glochenbechervolk der Niederlande. Zijn aldus verworven titel Herr Doctor droeg hij met veel plezier.

Ondertussen had hij ook kennis gemaakt met de Nederlandse legerkapitein H.J. Bellen net als Gombault geïnteresseerd in volks- en oudheidkundig onderzoek. Tijdens de mobilisatieperiode in 1939 -1940 was deze kapitein in Leeuwarden gelegerd. Samen trokken zij langs oude Friese kerken om deze zowel aan de buitenkant als binnenkant te fotograferen. Hieraan danken we een reeks van gefotografeerde oude Friese kerken. Tot de vastgelegde kerken behoort ook de voormalige kruiskerk van Heerenveen, waar Gombault, behalve de buitenkant, ook het interieur met het grote orgel heeft gefotografeerd.

Afbeeldingen

Van de afbeeldingen uit de Gombault collectie van museum Heerenveen deze keer opnames uit Akkrum en Oldeboorn. In Akkrum legde hij in een aantal foto’s, het specifiek voor de plaats Akkrum, Palmpasen vast. Waarschijnlijk gemaakt om een oud volksgebruik vast te leggen. Op de andere afbeelding legde hij een beoefenaar van het oude ambacht van eendenkorven vlechten vast, terwijl op de laatste afbeelding een aantal uitgezette eendenkorven in en bij de Boorn bij Oldeboorn zijn vastgelegd.

In de volgende aflevering meer over Gombault in de oorlog en zijn gedwongen vertrek naar Duitsland.

TEKST: Stichting Werkgroep Oud-Heerenveen HJK