Friese staten en stinzen | Klein Jagtlust in Oranjewoud

ORANJEWOUD Voor de serie Friese Staten en stinzen gaat Peter Nieuwenhuijsen ditmaal in op Klein Jagtlust in Oranjewoud.

Om Klein Jagtlust te zien moet ik in Oranjewoud de weg naar het bekende hotel Tjaarda kiezen, dan kom ik er wel langs. Hoewel auto’s, fietsers en wandelaars zeker niet zeldzaam zijn in Oranjewoud kun je niet spreken van bedrijvigheid.

Wel is het dorp ongetwijfeld groter dan in 1896 toen een wandelaar noteerde dat het bestond uit: ‘Twee boerderijen, twee concurrerende bakkerijen, twee winkeliers, twee renteniers, een timmerman, een verver, een brievengaarder, een rijksveldwachter en een schoolhoofd’. 

De middenstand zal het wel gehad moeten hebben van de buitenplaatsen die niet in de bebouwde kom lagen, vermoed ik, zoals het huis Oranjewoud, Oranjestein en mijn doel van vandaag: Klein Jagtlust. Ik passeer de Pieter Heringa Catslaan en die naam komt mij bekend voor. Ja hoor: ‘In 1856 gaf de rijke Leeuwarder rentenier Pieter Heringa Cats opdracht’. 

De bouwheer van Klein Jagtlust dus. En ook, zo verneem ik, van een stel kleine huizen in het dorp. Hij stond bekend als een werkgever die goed was voor zijn personeel. De huizen waren voor de oudere ex-werknemers. Ze kregen er een flinke lap grond bij, zodat ze hun eigen groente en fruit konden telen. 

Arrestatie

Dit idyllische beeld van het personeel wordt wreed verstoord door het feit dat op 16 september 1875 de 34-jarige huisknecht Derk Garritsen de werkvrouw Ina Bakker de keel afsneed. 

Na zijn arrestatie bleef de dader er ‘koud en onverschillig’ onder, meldt de krant, die tien dagen na de moord vond dat er maar eens iets over moest worden geschreven. Hij werd veroordeeld voor ‘moedwillige doodslag’ en veroordeeld tot twaalf jaar gevangenisstraf. 

Heringa Cats was de kleinzoon van Pieter Cats, die we bij Oranjestein tegenkwamen. Ook deze kleinzoon woonde in de eerste plaats in Leeuwarden en kwam vooral in het minder koude jaargetijde hier. 

Op het terrein is meer dan een rijksmonument te vinden. Behalve het hoofdhuis zijn namelijk rijksmonument: het stenen koetshuis, het houten koetshuis, een draaibaar houten prieel, een tuinvaas, de tuin en het hek. Het huis heeft toebehoord aan de directeur van Batavus en kwam daarna in handen van de Koninklijke Smilde, maar ook dit is niet meer zo. 

Lees ook: PRIJSVRAAG | Staten en Stinzen: win een vorstelijke overnachting