Kajakken richting rijkdom

Bofkonten zijn we, dat we mogen kajakken in natuurreservaat de Rottige Meente. We hadden er dolgraag wat langer willen blijven. Inschattingsfoutje.

TEKST JANNA ZUIDERVELD
 
Nieuwsgierig vraagt hij de jongens: ,,Waar komen jullie vandaan?’’ Zojuist hebben we een verrukkelijk kajaktochtje gemaakt in natuurreservaat de Rottige Meente. Terug bij de sluis zijn we getuige van een zomers vakantietafereel: drie vrienden die samen een snoek vangen. Trots toont Sven de vangst van hem en zijn vrienden Tygo en Janno: 90 centimeter. Ze zetten de vis erna keurig terug. De drie komen uit Nijetrijne. Je bent journalist of je bent het niet.

Vandaag zijn wij – twee verslaggevers – voor een kajakreportage op stap. En laat die nieuwsgierige verslaggever naast mijn collega nu ook mijn echtgenoot zijn. Sterker nog, hij is de man van de routes. Wandelen, fietsen, varen – hij is een ervaren tochtenmaker en schrijver. Iemand die alles heel zorgvuldig voorbereidt, plant, uitzoekt en uitschrijft. Maar ditmaal ben ik verantwoordelijk.

Ons doel is het veengebied de Rottige Meente, waar zich in de 13de eeuw de eerste mensen vestigden. Zij verbouwden er graan tot het land te nat werd om te bebouwen. En die nattigheid zoeken wij nu op. Want eeuwen nadien is het een rijk natuurgebied met plant- en diersoorten als krabbescheer, riet, waterlelies en roerdomp, baardmannetje, otter en grote vuurvlinder.
 
WINDKRACHT
De kajaks huren we bij KayakTjongerTours in Langelille. Het bedrijf van Petra Boorsma biedt routes en arrangementen rond de Tjonger, op het Tjeukemeer en in de Rottige Meente. Mogelijke opstapplaatsen: Delfstrahuizen en Spanga. Ik kies voor de eerste, want, zo redeneer ik, dan kunnen we ook ‘even’ kijken op de Tjonger en het Tjeukemeer. Dat het windkracht 4 à 5 zou zijn, tja. 

,,Ik zou nu niet het Tjeukemeer op gaan. Met meer dan windkracht 2 is dat alleen maar hard werken en, geloof me, dat is niet leuk varen.’’ Boorsma zegt het stellig. Ze staat ons op te wachten bij de steiger van hotel-restaurant De Tjongervallei in Delfstrahuizen. We krijgen een geplastificeerde route mee. Moeilijk is die niet, vooral rechttoe rechtaan en vice versa. Twee fris gekleurde kajaks liggen uitnodigend klaar. We hebben er zin in. De zon schijnt vaker wel dan niet – perfect eigenlijk – en die stevige wind, ach, we kunnen wel wat hebben.

PASSEN EN METEN
Altijd weer spannend vanwege het gestuntel: instappen in een klein vaartuig. Even is het wankelen en passen en meten geblazen – mijn man met zijn lange benen heeft een maxi exemplaar –, we rechten de rug in het kuipje, maken de eerste onhandige slagen en ja, we varen. O, wat heerlijk, dat deinen op en glijden door het water. Het heeft onmiddellijk een rustgevend effect. Het winderige Tjeukemeer laten we mooi achter ons. 

Plezierjachten groot en klein, protserig en shabby, comfortabel en alternatief varen ons voorbij. Leuk om de namen te lezen: Vedette, Summer of ’69, Boemeltje, Carpe Diem. Hier aan de Pier Christiaansloot ligt ook een flink aantal afgemeerd, aan beide zijden. Lijkt me niks, bootje aan bootje, zitten te zitten en naar elkaar te koekeloeren. 

Met een steeds regelmatiger slag laten we de drukte verder achter ons, tot we rechtsaf buigen naar de Tjonger. We varen het riviertje even op, genieten van de rust op een breed stuk. Een moederfuut duikt onder, haar enige jong piept moord en brand. Gelet op de tijd keren we. We pakken de route weer op, want we zijn er nog niet. 

Op de druk bevaren Helomavaart duurt het de ervaren routemaker veel te lang voordat we bij de Scheenesluis zijn, het monument waarbij onze kajak het water uit moet om de Rottige Meente in te varen. Hij wordt onrustig. Ik zie nergens een logische plek waar we de wal op kunnen met onze ‘Oasissen’ en stel voor verder te varen. Maar hij moet en zal kijken. Tussen het riet wacht ik hem op, zet alsnog Strava aan en laat me lekker wiegen op de golven die een opgepoetst jacht veroorzaakt. Nee, hier is het toch niet, meldt man, zich teleurgesteld in zijn kajak wurmend.

SLOME DUIKELAARS
We naderen we een brug. Hij staat op het punt open te gaan. Waarom wachten zoals die plezierboten doen, we kunnen er toch makkelijk onderdoor, zeg ik ongeduldig. Mijn man raadt me aan de peddels stil te houden. Je weet immers nooit hoe een brug opent. Verrek, hij heeft gelijk. Het ding gaat niet omhoog, maar draait onze kant op open. Daar schrik ik even van. Vlot kajakken we verder, voor de pleziervaart aan. Het zal wederzijds zijn, ze vinden ons vast een stelletje slome duikelaars, maar ik ben na ruim een uur wel een beetje klaar met dat gemotoriseerde vaarverkeer om ons heen. Ontspannen peddelen is er nauwelijks bij.

Dat treft. De Rottige Meente is niet ver meer. We zien molen de Rietvink bij de Scheenesluis al, erachter rommelige wolkenpartijen tegen een hardblauwe hemel - een toeristisch plaatje als op een ansichtkaart. Aha, daar is de langverwachte aanlegsteiger. We tillen de kajaks, elk 25 kilo, samen op de kant. Het is goed te doen, zelfs alleen lukt het. Op een groene weide even verderop leggen we de kajaks in het gras en werken we hongerig onze meegebrachte boterhammen naar binnen. 

Het waterrijke land ligt uitnodigend te blinken in de zon. Wat een natuurlijk rijkdom. Wat een bof dat we nu leven en niet toen. Hoe arm hebben de boerengezinnen het hier in de 19de eeuw wel niet gehad. Naast turfsteken moesten ze noodgedwongen de kost verdienen met rietsnijden en visserij. Veel van die boerderijtjes zijn verdwenen of in gebruik als recreatiewoningen, het een nog idyllischer aan de waterkant gelegen dan de ander. Het vuilnis staat op de wal klaar om met de boot te worden opgehaald, een auto kan hier nauwelijks komen.
 
TREKGAT
Wat een stilte, wat een contrast met de Helomavaart. Het water van de Scheene is als een glasplaat. We varen langs talrijke ooievaarsnesten, tussen gele plomp en waterlelies door een trekgat in richting Munnekeburen. Wandelaars fotograferen ons vanaf het naastgelegen voetpad. Terug bij het moerasbos is een ouder echtpaar van de fiets gestapt om naakt te zwemmen. 

In dit paradijs toch de hele dag rond te dobberen, wat een genot. We hadden dat kunnen doen. Ja, echt. Je kunt een rondje maken over de Scheene en de Linde als je in Spanga opstapt: 5 uur varen. Maar wie leek het ook alweer zo handig om in Delfstrahuizen te beginnen?  

GROOTSTE ZWERFKEI
Kom je vanuit de richting Heerenveen naar het vaartoeristische dubbeldorp Delfstrahuizen/Echtenerbrug aan het Tjeukemeer,
dan passeer je bij Rottum iets bijzonders. Daar ligt namelijk de grootste zwerfkei van Nederland. Het blok graniet weegt 44 ton en is afkomstig uit Uppland, een massief in het oosten van Zweden. De kei is meegevoerd in de Saale-ijstijd, 200.000 jaar geleden, toen Nederland voor de helft was bedekt met landijs. Het is de moeite waard er even omheen te lopen en je te verbazen over de afmetingen: 4,70 meter lang, 3,10 meter breed en 2 meter hoog. En dan te bedenken dat de kei naar verluidt oorspronkelijk vier keer zo groot was. Een klein bordje wijst je de weg naar de kei, vanuit Heerenveen voor je het dorp Rottum inrijdt linksaf.

ROUTE EN INFORMATIE
De route die wij gevaren hebben, was een kleine 25 kilometer lang. We deden er ruim 5 uur over, waarbij we weinig gepauzeerd hebben. Zelf eten en drinken meenemen is handig, want lang niet overal is horeca. We huurden een kajak voor een hele dag (27,50 euro, 15 voor een halve) bij Kayak- TjongerTours dat diverse arrangementen aanbiedt.
Een rondje kajakken over de Scheene en de Linde – kleine 15 kilometer en twee keer kajakklunen – neemt ook circa 5 uur, inclusief
pauze, aldus Petra Boorsma van KTT. Zelf kajakt ze graag in de winter in de Rottige Meente, wanneer er een dun laagje ijs ligt. ,,Dan hoor je geen verkeer, niks.’’

kayaktjongertours.nl