‘Er was geen nee te koop bij Kinderparadijs Grondstra in Heerenveen’

HEERENVEEN Als kind moest je er naar binnen en anders bleef je wel voor de etalage staan watertanden. De Sinterklaas-etalage was een begrip in Heerenveen. Dan reden Märklintreintjes er eindeloze rondjes en lachten de Wildebraspoppen je toe.

Er was geen nee te koop bij Kinderparadijs Grondstra in Heerenveen. Inmiddels zijn de vier kinderen - Truus, Lucie, Wim en Johan - zelf allang grootouders. Ze denken met weemoed terug aan hun jeugd op de Dracht 36 te Heerenveen.

Welk kind wil dat niet? Altijd als eerste in het bezit zijn van het nieuwste speelgoed. De kinderen van Jan en Tinie Grondstra wisten niet beter. Ze werden dan ook nauw betrokken bij de winkel. Na zijn baan bij De Nieuwe Bazaar had Jan in 1947 het pand op de Dracht 36 gekocht om een handel in verf, behang en huisvlijtartikelen te beginnen.

Vanaf 1953 was het een waar kinderparadijs, voordien werd er vooral verf verkocht, terwijl Jan zich steeds meer toelegde op ‘technisch speelgoed’. Zijn collectie Trix, Nooitgedacht, Sio en Mecano was bepaald uniek.

Levensgrote filmsterren

Jan was veelzijdig, hij werkte ondermeer als etaleur en runde met Frits Klein (tekenaar van onder andere Bokke Heidehipper) een reclamebureau. En hij zat bij een schilderclub, samen met Boele Bregman. Die werd bekend kunstenaar, Jan was de geboren ondernemer. Dus schilderde hij spandoeken, uithangborden en bijvoorbeeld reclameborden die bij de Schouwburg stonden. Stel je voor, levensgrote filmsterren op de plek waar nu het gemeentehuis staat.

Truus herinnert zich de spandoeken: „Dan zette hij de contouren op een enorm laken achterin de winkel die hij daarna opvulde.”

Ze haalt aan hoe prachtig hun vader kon zingen, solo zelfs in het operettekoor. Alle vier de kinderen hebben wel iets van dat talent geërfd. Truus speelde piano en zingt nu in het Toonkunstkoor, Lucie speelde blokfluit en nu nog dwarsfluit in een huisorkest en Wim speelde bas (op een theekist met koorden) en doet jaarlijks mee in de kerstmusical. Voor Johan geen instrument, hij was het luisterend oor.

En Wim experimenteerde met ‘technische’ muziek: ,,Maar ik moest een toontje lager zingen toen mijn geklooi met vriendjes aan elektronica op kortsluiting uitliep. De hele winkel lag ineens plat.”

Hup, de straat op

Jan en zijn Tinie - de stuwende kracht volgens de kinderen - bouwden alles samen op. Toen Lego alleen met een flinke investering kon worden geïntroduceerd, was het opa Kingma die het duwtje in de rug van zijn schoonzoon gaf: „Als jij het niet doet Jan, dan doe ik het.”

Maar al snel wist Jan zelf hoe je een behoefte kweekt. Wim: „Via ons, wij werden overal voor ingezet. Dan moest ik mijn indianenpak aan of klik-klak-balletjes mee naar school nemen. En kregen we in het voorjaar ineens rolschaatsen met een Hup, de straat op.”

Lucie vult aan: „Hoelahoepen, dat moest ik op de Dracht oefenen. En mijn Schildpad babypop was een hebbeding, dat was iets nieuws in die tijd.”

De jongste van het stel had nog geen rol. Johan: „Ik maakte geloof ik alles kapot. Had ik zo’n Dinky Toy, lagen ineens de bandjes er weer af.”

Jan was ook poppendokter en bestelde speciaal voor Sint Maarten kleine leesboekjes (geen snoep) voor de hordes kinderen die bij de winkel kwamen zingen.

Jan was bovenal gezinsman die regelmatig met het hele stel ging toeren. Even met zijn zessen in de Renault Dauphine naar Duitsland, de pan soep mee voor onderweg in de berm. Ze hebben er de warmste herinneringen aan.

Knikkers tellen

Jan was altijd in voor iets nieuws. In 1954 bedacht hij een ‘heropening’ toen de winkel overging op speelgoed. Met de pers erbij en een etalage om je vingers bij af te likken. Al moesten zijn kinderen flink meehelpen, het was leuk opgroeien.

Truus: „Vroeger hielp ik zelfs verf maken. Op zolder lagen zakken pigment en die mengden we met lijnolie. Heerlijk rook dat.”

En Lucie wijst erop hoe ze rond de jaarwisseling moesten balansen: „We moesten allemaal helpen uitpakken, spullen prijzen en op hun plek zetten.”

Zelfs knikkers tellen, alles ging door hun onmisbare handjes. Pas 10 jaar oud en Wim had in de sinterklaastijd al dienst in de winkel: treintjes en opwindpoppetjes aan de praat houden op een tafel met opstaande randen.

Van jongs af aan bezorgde hij met zijn vriendjes sinterklaasboekjes in zijn zeepkist. Vlak voor de grote schoonmaak deed hij hetzelfde rondje met de boekjes behangstalen. De nering liep als een zonnetje. Zo goed, dat Jan nummer 38 erbij nam, de Hubo. Vanaf toen was Tinie voor het Kinderparadijs verantwoordelijk. Met de nog thuiswonende kinderen.

BOA avant la lettre

De laatste paar jaar verkochten ze vuurwerk. Weer waren het de kinderen die de pakketten op bestelling maakten en achterin de winkel opstapelden. Wim: „Het idee! Asbest erbij en waterslangen. Ik woonde toen boven de winkel. En boven dat vuurwerk, dus.”

Het speelgoed werd allengs ingenieuzer en duurder. Concurrentie van speelgoedgiganten was er nog niet, maar het risico van diefstal werd groter.

Truus: „Met de sinterklaas- en kerstverkoopdagen kwam opa Kingma. Dan was het zo druk. Opa posteerde zich bij de Märklintreintjes en hield zo een oogje in het zeil. Een BOA van toen, haha.”

Geen van de kinderen wilde de zaak voortzetten, hoewel Johan nog de meeste feeling had voor de omgang met klanten. Toen hij de deur uit ging, viel de winkel stil, weten de anderen. Johan stond aan de wieg van Dixons - waar hij 35 jaar heeft gewerkt. Als ‘Hee meneer Dixons.’ wordt hij vaak herkend.

Allen hebben ze nog lang gehoord: ‘Hoe is het met je ouders? Wat een gezellige winkel was dat’.

De winkel is sinds 1977 weg. Twee jaar later stierf Jan. Tinie overleefde hem nog tien jaar.

Zelf een tip?

Kent of bent u een nazaat van een ooit bekende winkelier of ondernemer en wilt u die winkel graag voor het voetlicht halen, mail dan naar hrv@ndcmediagroep.nl. Dan gaat Alie Rusch elke maand met een fotograaf op pad voor een verhaal over juist die winkel of bedrijf.

(Tekst Alie Rusch)