Nogal wiedes | Dor hout

De afgelopen weken zag ik tijdens mijn onderzoeksjournalistieke omzwervingen in en rond Heerenveen steeds meer mondkapjes verschijnen, óók buiten.

Naast de bekende fletsblauwe zag ik veel bontgekleurde, een paar met pompeblêden en ook enkele met grappige, soms ook uitgesproken melige opschriften. Een korte bloemlezing: ‘Ik hou van koffie, mijn hond en hooguit drie mensen’; ‘Corona is als de dood voor mij’; ‘Houd moed heb lief’ natuurlijk; ‘Mondkapje? Helpt niets’. ‘Blijf kalm’. Dan een cardiografie eindigend in een streep. Eh, zo kalm hoeft nou ook weer niet’, vond ik de creatiefste.

Ik heb zo’n fletsblauwe, maar zet het geval buiten niet op. Ik geloof vooral in anderhalve meter afstand. Bij sommige mensen deed ik dat trouwens ook voor de coronacrisis al.

Als gewetensvol en nieuwsgierig columnist knoopte ik vanzelfsprekend ook gesprekjes aan of luisterde ze af. Twee vrouwen van een jaar of veertig tegen elkaar:

,,Ik kijk er nú al naar uit om later tegen mijn kleinkinderen, als ze zich rot vervelen, te kunnen zeggen: jullie hebben de coronatijd niet meegemaakt. Dan weet je pas wat je vervelen is.”

Op mijn vraag aan een oude man-met-mondmasker of hij vond dat hij in zijn vrijheid beknot werd, luidde het antwoord: ,,Ach nee meneer, ik heb de oorlog nog meegemaakt.”

Duidelijk. De mooiste reactie kwam van mijn slijter. We babbelden wat over nut en noodzaak van alle maatregelen en over de gevarenzone waarin we verkeren. We zijn beiden boven de zestig.

,,Het dor hout moet eerst geruimd worden”, zei ik nogal plompverloren. Hij schrok zichtbaar. ,,U kende hem nog niet?”, vroeg ik. “Nee, gelukkig niet.”

Ik vertelde dat de kwalificatie onlangs gebruikt werd door Marianne Zwagerman in haar column in de Volkskrant en dat de term nogal wat stof deed opwaaien. ,,Kan ik mij voorstellen”, zei hij, “nou, ik voel mij nog zo buigzaam als een jong elzentwijgje.”

(Tekst Rob Kerkhoven)