Recensie: Johan Spin schrijft Geluiden uit het Diepe Zuiden

HEERENVEEN Jurjen K. van der Hoek schreef een recensie over het boek Geluiden uit het Diepe Zuiden van de in Heerenveen geboren auteur Johan Spin. Hieronder de tekst.

Een breed grijnzende Trenton Ayers, gitarist van de Cedric Burnside Project, siert de omslag van het boek "Geluiden uit het Diepe Zuiden". Schrijver Johan Spin fotografeerde hem in 2016 in Hernando MS op één van zijn vele reizen door de zuidelijke Staten van Midden-Amerika. De gezonnebrilde cowboyhoed dragende donkere muzikant is de vlagdrager van de uitgave die beloofd vooral over muziek te gaan.

Maar dat blijkt, gelukkig misschien wel, niet zo te zijn. Muziek is voor Spin wel de drijfveer om de staten per auto te doorkruisen, maar hij duikt ook bibliotheken in om achtergrondverhalen over muziek en maatschappij bijeen te zoeken. Niet alleen de muziek inspireert hem van vroeger uit, maar ook maatschappelijke zaken geven hem stof tot schrijven vanwege zijn werk als onder meer beleidsadviseur bij de gemeente Lelystad.

Het geeft het boek alleen maar meerwaarde, en kent daardoor een breder publiek dan enkel de fervente bluesman en -vrouw.
Er worden door de schrijver voor het boek verschillende, voor Europese muziekkenners vrijwel onbekende, blues- en gospelartiesten uitgelicht. Op eerdere reizen heeft Spin al veel kunde en kennis in die richting opgedaan. Achter iedere deur van elke juke joint, bar of villa is wel een nieuw verhaal te halen. De mededeling dat hij van Holland komt opent deuren en slecht drempels. Uit lokale voorbijgangers trekt hij interessante voorvallen en anekdotes.

Door zijn open trant van schrijven blijven de karakters van de mensen overeind. Want het zijn niet zijn verhalen, Spin tekent ze op uit levende monden. Met die kennis in zijn achterhoofd graaft hij dieper in de geschiedenissen van de muzikanten, maar ook diept hij andere wetenswaardigheden op.

De eerste hoofdstukken van het boek behandelen vooral de muziek uit het zuiden. Van Lightnin' Hopkins tot Robert Johnson om bekende namen te noemen. En van Fletcher Davis tot James Burton om over in de vergetelheid weggegleden musici te spreken.

Spin graaft diep in leven en dood van zijn helden. Ik stel me hem voor zittend, voorovergebogen bladerend in dikke boeken en door rafelige kranten. Zijn wijsvinger volgt regels en stuit op nieuwe woorden om op zijn reizen na te lopen en uit te diepen. En inderdaad, achterin het boek staat een ruime lijst geraadpleegde literatuur.

Het blijkt dat de meeste muzikanten blues maken vanuit de gospel, op het slechte pad raakten vanaf de kerkbanken. Maar ook terug keerden naar die blijde boodschap en dat met verve uitdraagden en nog doen. De min of meer religieuze opvoeding van Johan Spin, thuis in Heerenveen, verloochent zich niet. Zonder vroom te zijn laat hij het geloof spreken in zijn boek, maar het overheerst de verhalen niet. Het is er, een gegeven waarin de bevolking van de zuidelijke staten is geworteld. Het geeft troost, zoals de muziek dat ook doet. Zo is de muziek de rode draad in het boek, maar zeker ook de religie.

In de geluiden van het zuiden klinken ook klanken van overzee door. Op de rock’n’roll highway kom ik de jongens van The Beatles tegen. En natuurlijk kan Johan niet om de helden Johnny Cash, John Lee Hooker en John Hiatt heen.

Het maatschappelijke aspect, dan vooral de scheiding tussen blank en zwart, komt onder meer aan de orde in de hoofdstukken ‘Wij gaan niet opzij’ en ‘Zwart zus en zwart zo’. Het tekent de beleving op van sharecropper en activiste Myrtle Lawrence en schenkt aandacht aan James Meredith, die de zwarte burgerrechtenstrijd en de kloof tussen rijk en arm probeert te slechten. 
Ik vraag me af hoe Spin toch telkens weer op dergelijke verhalen stuit. Met een grote interesse schrijft hij over de kwajongens in de platenbusiness, kom ik door zijn verhalen meer te weten over het feit dat Scott Dunbar een leven op een afgelegen plek aan de Mississippi verkoos boven de internationale podia. Spin neemt mij mee in zijn verhalen.

Niet als gids, maar wel als begenadigd verhalenverteller. Een storyteller uit het goed hout gesneden. Het relatief dunne boek lees ik in één adem uit. Het is boeiend, wanneer gekwelde geest Townes van Zandt zijn zelfmoordsong toonzet, en wanneer de mysterieuze bluesman Eli Green zijn magische botje kwijtraakt, en tijdens de triomftocht van Mahalia Jackson naar internationale erkenning.

Aardig te lezen is de anekdote over de beeltenis op het twintig dollarbiljet, waarvoor Donald Trump een stokje steekt. 

Wil ik nog eens de muziek van de genoemde helden beluisteren dan activeer ik de Spotify afspeellijst, deze staat achterin het boek opgeschreven en volgt de hoofdstukindeling.

Geluiden uit het Diepe Zuidenis van foto’s en tekeningen voorzien om het geheel nog meer aantrekkelijk te maken. Foto’s zijn meestal van Johan zelf, genomen tijdens zijn reizen. Andere opgeduikeld uit de geschiedenis. Sprekende tekeningen zijn van de hand van Nina Born.

Zie ook het weblog KUNST-stukjes.

(Tekst: Jurjen K. van der Hoek)