Nogal wiedes | Stemmen in coronatijd

Over ruim twee weken zijn de verkiezingen voor de Tweede Kamer. Stemmen middenin een pandemie: is dat wel verantwoord? Ik aarzel dit keer om te gaan. Je moet in een democratie als de onze altijd gaan stemmen, zeker in tijden van crisis.

Ik vind het persoonlijk zelfs een vóórrecht. Tijdens mijn lessen staatsinrichting riep ik vroeger regelmatig ‘dénk erom dat je straks gaat stemmen’. Vaak kwam er ‘als het maar wél PSP is’ achteraan. In die jaren waren Van der Spek en Van der Lek, de voormannen van de Pacifistisch Socialistische Partij, nu onderdeel van GroenLinks, mijn ‘helden’.

In een vwo-klas kon je je zo’n gebbetje wel veroorloven. Aandacht bovendien verzekerd. Nu twijfel ik enigszins of ik mijn voorrecht zal gebruiken. Alle kans dat de Britse, Zuid-Afrikaanse of Braziliaanse variant van SARS-CoV-2 gezellig mee het stemlokaal binnenwandelt met als gevolg de zoveelste piek in de ziekenhuizen.

Ik ben nog geen zeventig, dus per post stemmen mag niet. Waarom kan eigenlijk niet iedereen die dat wil dit keer zijn stem op de bus doen? Een bijzondere situatie vraagt om bijzondere oplossingen.

Ook jongere stembusgangers kunnen elkaar immers besmetten en het virus weer doorgeven. Kan de gemeente Heerenveen niet alsnog regelen dat op z’n minst alle zestigplussers indien gewenst een poststem mogen sturen? Al te laat? Dan moet ik misschien toch mijn echtgenote per volmacht laten stemmen. Ze is weliswaar nog een jonge blom van 62, maar ik wil haar er niet mee opzadelen.

Ik moet op zoek naar een kwieke, opofferingsgezinde, betrouwbare buurtgenoot. ,,Fraude”, hoor ik Trump vanuit zijn golfkarretje roepen. Tot slot nog even mijn spelregels: de extra stembureaus op 15/16 maart zijn alléén voor zestigplussers.

Vooruit, ook voor krakkemikkige vijftigplussers. Het ‘dor hout’ van zeventigplus heeft geen toegang. Dat moet sowieso per post stemmen. Iedereen beneden de vijftig gaat netjes op 17 maart. Fijn, afgesproken.

(Tekst Rob Kerkhoven)