Hersenspinsels | Dromen zijn bedrog

In mijn jeugd droomde ik vaak, ik ben letterlijk en figuurlijk een dromer. Vandaag de dag droom ik iets minder, maar als ik op mijn rug inslaap val, ga ik dromen. Soms droom ik een vervolg van een vorige droom.


Ik droom over gebeurtenissen en mensen, maar zie nooit gezichten. 
Ik dacht altijd dat je in de nacht droomt, maar dat schijnt toch niet zo te zijn. 
Ik word vroeg in de ochtend wakker, draai me nog een keer om en droom. 
Het lijkt altijd heel lang de droom, maar de tijd dat je droomt is luttele minuten, misschien wel seconden. 

Gisteren droomde ik met gezichten, het was een déjà vu droom. Ik was in een groot gebouw met weet ik hoeveel kamers en trappen, waarschijnlijk een soort van ziekenhuis. 

De gasten of patiënten waren een hele boel onbekenden en ook weer niet. Dorothy Malone en Fred Astaire waren er deze keer ook bij. 

Ik zei waar iedereen bij was, toen ik haar voor het eerst in Peyton Place zag, ik opslag verliefd was geworden, daarna gingen we met z’n allen wandelen door kleine straatjes in een dorp in Italië en klauterde van het ene balkon naar het andere en toen werd ik wakker. 

Eerst maar even koffie gedronken. Nu van de hak op de tak, de boom in mijn woonplaats Jubbega is uitgeroepen tot de mooiste boom in de provincie Friesland en dingt mee om de mooiste van Nederland te worden. 
Ik wist helemaal niet dat zoiets bestond. 

Ik kom er dagelijks langs en weet dat ik er nu anders naar ga kijken. Over mijn dorp gesproken, de gemeente Heerenveen heeft geld over, om het centrum aan te pakken. 

Waarschijnlijk met zitjes op de parkeerplaats/plein voor de verbroedering en een nieuwe brug.

We gaan het zien en meemaken.

Ik denk dat ook de buitenkant van de winkelpanden worden aangepakt, daar missen hier en daar nog wel een paar tegels aan de muur, al met al een nobel streven. 

Toen ik voor het eerst Jobbegea binnen reed, dacht ik, het ziet er zo idyllisch uit en droomde ervan om ooit in zo’n dorp te gaan wonen. 

De vaart met haar bruggetjes, dan voel je ook gelijk de geschiedenis van zo’n dorp.

Nu woon ik er al een tijdje en vindt de rust en soms de stilte wonderschoon. De afstand van mijn huis tot aan het centrum is ongeveer 500 meter. 

Ik kan vanaf mijn woning het plein zien waar op woensdag de vis en kaasboer staan, de groenteman op donderdag en dan op vrijdag de kip aan het spitboer en als uitsmijter op zaterdag nog een keer het neusje van de zalm. 

Het moet echt niet drukker worden, het is goed zo. 

Daar waar dromen uit komen, zijn ze geen bedrog.

(Tekst Jacques van de Wal)